Op pagina 10 lees ik de merkwaardige zin: ‘ hij was beginnen lezen’ en blijf me afvragen of die zin grammaticaal correct is. Ik zou zeggen: ‘ Hij was begonnen met lezen’ maar dat is ook niet de fraaiste formulering. En ondertussen vertelt Bottelaer maar door over zijn leven zonder dat ik ook maar enig moment een idee krijg van richting. Wat wil de schrijver mij duidelijk maken met dit verhaal, wat is de urgentie? En op pagina 77 lees ik: “Hij probeerde stof te ontdekken op de meubels in zijn buurt, maar bespeurde er nergens.” Dat ‘er’ intrigeert me, volgens mij is ook dit grammaticaal niet correct.
Hoe het ook zij, het boek wil me maar niet pakken. Ik voel niks bij Bottelaer, ik kan me niet met hem identificeren. Eigenlijk interesseert hij mij niet. Ik dwing mezelf tenminste honderd pagina’s te lezen. Maar het wil me dit keer niet lukken. Aangekomen op pagina 90 leg ik het boek definitief opzij. De positieve bespreking in de NRC ten spijt.
Enno Nuy
Oktober 2026