Al in haar inleiding schrijft historica en journaliste Katja Hoyer (1985) dat de gewone Duitsers wel degelijk anders hadden kunnen, ja zelfs moeten reageren op het donkerbruine monster. In dit boek laat ze meer en minder bekende inwoners van Weimar aan het woord in hoofdstukken die telkens een jaar beslaan. Ze begint in 1919 en eindigt in 1939. De oorlogsperiode 40-45 zelf beschrijft ze aan het einde in iets meer dan tien pagina’s. Helemaal aan het begin beschrijft ze de Grote Oorlog in een kleine veertig pagina’s. Maar dit korte hoofdstuk bevatte voor mij veel nieuws. Ik heb mij nooit gerealiseerd dat het thuisfront in Duitsland zwaar leed onder de oorlogsinspanningen van hun leger. In Duitsland was er sprake van een militaire dictatuur die zich niets gelegen liet liggen aan hoe het Duitse volk zich voelde. Het dieptepunt deed zich voor toen naast alle oorlogsellende en de daaruit voortvloeiende voedselproblemen ook nog eens de Spaanse griep Europa in zijn greep kreeg. In dit boek komen we vele persoonlijke getuigenissen tegen en volgen we onder meer boekbinder Carl Weirich en hoteleigenaren Rosa en Arthur Schmidt en hun beider gezinnen op de voet.
Op 7 mei 1919 kreeg Duitsland de rekening gepresenteerd van de geallieerden en ik denk dat niemand nu nog zou willen volhouden dat de toen opgelegde eisen proportioneel waren. Sterker nog, je kunt er best over discussiëren of Duitsland wel als enige natie schuld had aan de Grote Oorlog waar half Europa met groot enthousiasme aan begonnen was. Lees het voortreffelijke Slaapwandelaars van Christopher Clark er nog maar eens op na. Het heeft er vooral veel weg van dat Duitsland in die jaren vooral geteisterd werd door de onoverbrugbare tegenstellingen tussen rechts en links. Die waren zo groot dat er geen enkele kans bestond dat ze omwille van de politieke rust en het landsbelang nader tot elkaar konden geraken. Het ontaardde in een strijd die pas ophield toen vaststond wie de overwinning had behaald en dat bleek de partij die het meest bereid was niets ontziend geweld in te zetten. Hoe het ook zij, op 28 juni 1919 werd het desastreuze Verdrag van Versailles ondertekend en niemand die tien kon vermoeden waartoe dat zou leiden. Op 31 juli 1919 kreeg Duitsland weliswaar voor het eerst een Grondwet maar die zou het land niet kunnen behoeden voor het zwartste scenario.
Opmerkelijk was dat Bauhaus, geleid door Walter Gropius, van meet af aan op veel weerstand stuitte, zeker in het relatief conservatieve Weimar. Gropius was gehuwd met Alma Mahler met wie hij een dochter kreeg. Het huwelijk strandde en bij de echtscheiding kreeg Gropius het recht zijn dochter éénmaal per jaar te zien! Het wordt je tegelijkertijd droef te moede als je bedenkt dat AfD-politici juist vandaag het Bauhaus-gedachtegoed nog eens willen ontmantelen.
Ook in 1920 leed de bevolking van Weimar onder zeer ernstige armoe en honger. De werkloosheid groeide snel. Heel veel persoonlijk leed. In dit boek laat Hoyer ons kennismaken met de wederwaardigheden van tal van gewone en minder gewone burgers, tevoorschijn gekomen uit allerlei door haar ontsloten archieven. Ze geven een ongewoon heldere maar even onthutsende kijk op het leven van gewone Duitsers in deze eerste naoorlogse jaren. De door de geallieerden opgelegde herstelbetalingen trokken een enorme wissel op de Duitse economie en samenleving. De inflatie nam zienderogen toe.
In 1922 komen we Baldur von Schirach tegen die zich al snel tot een echte antisemiet en nazi zou ontpoppen. En in 1923 is de inflatie opnieuw naar een recordhoogte gestegen. Ondanks alle problemen hielden de Fransen vast aan de nog resterende herstelbetalingen ook al had Duitsland grotendeels aan de verplichtingen voldaan. De Fransen joegen de Duitsers ondanks internationale afkeur over de kling waardoor de Duitse Mark in duizelingwekkende vaart devalueerde. Ook de kindersterfte nam enorm toe tot wel 35 procent. In München probeert ene Hitler een coup te plegen maar zijn poging mislukt.
In 1924 doet de swastika zijn intrede in het openbare leven in Weimar. En steeds luider kregen de joden de schuld van de Duitse nederlaag in 1918. En de wijze waarop Gropius en zijn Bauhaus door rechts werden tegengewerkt is ronduit schokkend. Het lukte de regering de hyperinflatie te beteugelen en langzaam maar zeker ontstond er weer hoop op betere tijden. Maar met de linkse vooruitstrevendheid was het wel gedaan in Weimar. Ook Bauhaus zag zich genoodzaakt te vertrekken. En Hitler werd ontslagen uit de gevangenis.
Het is 1926 en geregeld komen we de intrigerende Harry graaf Kessler tegen die de nazi’s “Een delirium van de Duitse middenklasse” vond. Diezelfde nazi’s pleegden steeds vaker openlijk geweld, zeker ook jegens joden. Eén van de deelnemers was Roland Freisler die later ruim 2.600 mensen zonder een eerlijk proces ter dood veroordeelde. Hoyer maakt gewag van het virulente antisemitisme onder de Duitse bevolking en dat kun je niet alleen maar op het conto van de nazi’s schrijven. Sterker nog, ik denk dat de nazi’s gretig refereerden aan het al aanwezige antisemitisme onder de Duitsers. Alsof dat een latent aanwezig sentiment was, het basso continuo van de Duitse samenleving.
In 1928 had het economisch herstel nadrukkelijk ingezet. Duitsland was op zoek naar een nieuwe president. Von Hindenburg was aan vervanging toe. Een jaar later zijn er alweer sombere tijden in aantocht. Harry graaf Kessler zegt in een gesprek met de zus van Friedrich Nietzsche dat wat in de Verenigde Staten langzaam tot ontwikkeling komt als het beroerdste aspect van de democratie, namelijk de stupide wil van de meerderheid die triomfeert over de wil van het individu, in Italië inmiddels is vastgelegd in de fascistische grondwet. De zus van Nietzsche bewonderde Mussolini.
In oktober 1929 overlijdt de Duitse minister van buitenlandse zaken Gustav Stresemann en met hem verdween het laatste baken van rust uit de Duitse politiek. En vlak daarna crashte Wall Street.
In 1930 nam de NSDAP deel aan de regering in Weimar en blink uit in intimidatie en geweld. Plaatselijk partijleider Frick stelde alles in het werk om hem onwelgevallige politici onschadelijk te maken. Dik negentig jaar voordat Milei en Musk het hem na zouden doen verklaarde hij al dat hij de overwoekerde publieke sector met een kettingzaag te lijf ging om democraten te vervangen door nazi’s.
En antisemitisme werd steeds openlijker bedreven. Im Westen nichts Neues wordt verboden.
In 1931 ging het economisch steeds slechter met Duitsland en de werkloosheid nam schrikbarend toe. De mensen geloofden niet langer in de hopeloos falende democratie en waren steeds meer bereid tot politiek extremisme. En de nazi’s werden almaar sterker. In 1933 komt Hitler aan de macht en vanaf dit moment zijn de politieke ontwikkelingen onomkeerbaar. De eerste concentratiekampen verschenen. En het leek erop alsof in Duitsland een enorme wolk van antisemitisme ontplofte. Gretig omarmde het Duitse volk deze duistere en onmenselijke ideologie. De eerste boekverbrandingen vonden plaats onder leiding van Baldur von Schirach. Op 19 augustus 1934 zeiden 38 miljoen Duitsers ja tegen Hitler als alleenheerser. Meer dan zeshonderd Thüringers zouden het slachtoffer worden van nazi-euthanasie. En op 15 september 1935 werden de rassenwetten van Neurenberg van kracht.
We zijn inmiddels in 1938 aangeland en Buchenwald is in aanbouw, het grootste concentratiekamp op Duitse bodem. Hoe wrang dat het opschrift op de binnenkant van de poort, ‘Jedem das Seine’, werd ontworpen door de gevangene Franz Ehrlich, opgeleid door Walter Gropius aan het Bauhaus. Ehrlich zou in 1939 worden vrijgelaten maar in Buchenwald werkzaam blijven. In 1941 zou hij een functie binnen de SS krijgen. Na de oorlog zou hij zich in de DDR aanmelden bij de Stasi.
Natuurlijk staat ook dit boek vol met de misdaden die de nazi’s, gesteund door het Duitse volk, jegens de joden begingen. Het blijft moeilijk om te begrijpen en te lezen, zo afschuwelijk en hemeltergend! Het was Hitler zelf die Goebels in november 1938 opdroeg ervoor te zorgen dat de joden zouden boeten voor de moord in Parijs op de Duitse diplomaat Ernst vom Rath door de zeventienjarige Pool Herschel Grynszpan. Zo ontstond de Kristallnacht. De Duitse bevolking deed hier niet overal aan mee maar ondernam ook niets om hun joodse medeburgers te beschermen. De nazi’s waren meesters in terreur en intimidatie. En Hitler bereidde de Duitsers voor op oorlog. In amper zes jaar tijd hadden de nazi’s Duitsland veranderd in een naargeestige natie die door angst voor en de dreiging van geweld beheerst werd. Weimar, stad van Goethe en Schiller, werd tegen wil en dank kraamkamer van de Duitse politiek tijdens het interbellum, tot het werd ingenomen door de nazi’s, een bende gewetenloze burgers die als een kip zonder kop achter hun leider aanliepen en overal waar ze opdoemden een spoor van geweld, angst, moord en intens verdriet achterlieten.
Katja Hoyer vond een uitstekend recept om de turbulente geschiedenis van de Weimarrepubliek te vertellen. Juist door haar verhaal te larderen met persoonlijke wederwaardigheden maakt ze die geschiedenis toegankelijk en het is razend interessant een aantal ogenschijnlijk willekeurig gekozen Duitse families te volgen in dit interbellum. Neem de boekbinder Carl Weirich. Hij meldde zich aan bij de SS maar nam er al snel weer afscheid van, hij bezocht geen massamanifestaties en kon beslist geen nazi genoemd worden. Maar hij ondernam tegelijkertijd niets tegen het onmenselijke onrecht dat de nazi’s over Europa uitstortten. Wij hoeven hem daarvoor niet te veroordelen, dat moeten we aan zijn geweten overlaten. Maar we hoeven de blik ook niet af te wenden.
Zelden een boek gelezen dat je zo dicht bij de wortels van de naziterreur bracht!
Enno Nuy
September 2026