Een geschiedenis van de Verenigde Staten

Arbeiderspers, 879 pagina’s plus uitgebreid notenapparaat

 

Dit boek is vooral een politieke geschiedenis, schrijft de Amerikaanse historica Jill Lepore in de inleiding van haar vuistdikke Geschiedenis van de Verenigde Staten. Een boek dat ik onmiddellijk aanschafte toen ik het zag en er enkele lovende recensies van had gezien. We staan vlak  voor de Amerikaanse verkiezingen in november van dit jaar en uit alles blijkt dat Amerika op een tweesprong is aangeland. Kiest men definitief voor het isolationisme en protectionisme van Trump met alle kosten die daaraan verbonden zijn of keert men terug naar een enigszins achtenswaardige natie die de democratie omarmt en haar bijna als heilig voorgestelde instituties weer in ere herstelt, het Congres en de Senaat. Trump heeft de Republikeinse partij volledig in zijn macht, er zitten daar enkel nog jaknikkers en hij heeft het werk van zijn voorgangers  bij het Hooggerechtshof afgemaakt, er zitten uitsluitend conservatieve rechters in het college dat daarmee als een enorme rem op emancipatoire bewegingen functioneert. Het Congres kent gelukkig nog een meerderheid aan Democraten maar het blijft de vraag wat er in de komende verkiezingen gaat gebeuren. Niemand die het weet maar vast staat vrijwel dat er wederom sprake zal zijn van een nek aan nek race. Tijd dus om eindelijk eens die Amerikaanse geschiedenis te bestuderen. Hoe werd dit land tot de natie die we heden ten dage kennen? Wat klopt er nog van het beeld dat ik had van Roosevelt, Eisenhower, Kennedy, Nixon, Reagan en al die andere presidenten die ik tijdens mijn eigen leven voorbij zag komen? Wie zijn in mijn ogen betrouwbare zegslieden en wat vertellen ze mij. Ik besloot na wat onderzoek vooraf in ieder geval Jill Lepore te vertrouwen. Zij gaf haar geschiedenis van de Verenigde Staten de titel Deze waarheden, waarvan de opstellers van de Amerikaanse Grondwet in de oorspronkelijke tekst schreven: we hold these truths to be self-evident…

“Tussen enerzijds verering en aanbidding en anderzijds respectloosheid en minachting ligt een ongemakkelijk pad, dat op afstand blijft van valse vroomheid en kleingeestige zeges op mensen die hebben geleefd en zijn gestorven en zowel moedige daden hebben verricht als fouten en zonden hebben begaan lang voordat wij die zelf beginnen” schrijft ze maar ook merkt ze op dat de natuur haar tol eist, en kwade wil de zijne.

In Europa werden wij dat verre Amerika pas gewaar toen Columbus in 1492 op Haïti landde, er leefden toen ongeveer drie miljoen mensen. Vijftig jaar later waren er nog maar vijfhonderd over. Hun God Yucahu had voorspeld dat een gekleed volk hen zou overvallen en doden.

Artefacten en fossiele bronnen vertellen samen het verhaal van hoe rond twintigduizend jaar geleden mensen vanuit Azië naar Amerika migreerden toen de noordwestelijke punt van Noord- Amerika en de noordoostelijke punt van Azië een tijdlang verbonden waren door een landmassa ertussen die tot boven zeeniveau was opgekomen. In 1492 leefden er in Noord- en Zuid-Amerika vijfenzeventig miljoen mensen. In Europa leefden er toen ongeveer zestig miljoen mensen. We weten inmiddels wat er met die inheemse bevolking is gebeurd, in grote getale vermoord en afgeslacht en voor het overige gedwongen geassimileerd en verdreven naar reservaten nadat de Europeanen hen beroofden van alles wat ze als het hunne beschouwden.

“Een natiestaat is een politieke gemeenschap geregeerd door wetten die, althans theoretisch, een volk verenigt dat een gemeenschappelijke afstamming deelt. De geschiedenis van een natiestaat is vaak weinig meer dan een mythe die het stiksel verbergt waarmee de natie aan de staat is genaaid” schrijft Lepore en ik ben dat van harte met haar eens. Dit geldt niet alleen voor Amerika maar voor iedere natiestaat. Het zijn vooral populistische politici die gek zijn op zulke mythes en ze maar wat graag aanhalen om hun electoraat nieuwe dromen en fantasieën op de mouw te spelden.

Maar terug naar de vijftiende eeuw. Nadat de laatste Moorse stad in Spanje begin 1492 was gevallen gaven Ferdinand en Isabella het bevel alle joden uit hun rijk te verbannen. In het vertrouwen dat hun meedogenloze inquisitie hun koninkrijk had bevrijd van moslims en joden, ketters en heidense, gaven ze Columbus opdracht zijn reis te ondernemen, handel te gaan drijven en het christelijk geloof te verspreiden. De Europeanen eigenden zich het Amerikaanse continent toe zonder dat daaraan een juridische, legalistische of morele rechtvaardiging aan ten grondslag lag.

Tussen 1500 en 1800 trokken circa 2,5 miljoen Europeanen naar het Amerikaanse continent en ze brachten er met geweld twaalf miljoen Afrikanen naartoe en zeker vele miljoenen inheemse Amerikanen kwamen om, hoofdzakelijk door ziekten. De rijkdommen van Amerika stroomden dankzij de slavernij, de dwangarbeid van de Afrikanen naar Europa. Die ziekten werden overigens voornamelijk door de Europeanen naar Amerika gebracht. En hoe verklaarden en rechtvaardigden die Europeanen dat? Het was de wil van god. En Europese rechtsgeleerden stelden simpelweg dat de Amerikaanse inheemse volken geen bestuur kenden en dus hadden ze geen eigendom en derhalve geen heerschappij. En voor de rest volstond Aristoteles: sommigen hebben aanleg om te regeren, anderen om geregeerd te worden.

Oh, er waren wel degelijk Europeanen die zich realiseerden dat de strooptochten van hun heersers en pausen moreel onaanvaardbaar waren, zoals Antonio de Montesinos en Bartolome de las Casas maar hun stemmen werden nauwelijks gehoord. De Engelsen en Fransen kwamen pas lang na de Spanjaarden naar Amerika.

Wie regeert en met welk recht? Dat bleef, ook voor de Engelsen, de centrale vraag. Begin 17de eeuw vond er in Engeland een strijd plaats om het godsoordeel – waar de koningen zich op beroepen – te vervangen door juryrechtspraak en uiteindelijk werd het goddelijk recht van de koning vervangen door de soevereiniteit van het volk. Overal in Amerika werden kolonies gesticht door Engelsen, Zweden, Nederlanders enzovoort. Heel vaak staken hele christelijke gemeenschappen de oceaan over.

Rijkdom nastreven was zondig maar rijk worden was een teken van God. Landbouw en handel, er was vraag naar, een markt voor en zo konden de kolonisten welvaart vergaren. De Engelsen verkochten indianen (die ze tot slaaf hadden gemaakt in hun oorlog  met de Pequot-indianen; ze werden door de Engelsen verhandeld voor wat katoen, tabak en negers) en kochten Afrikanen. Met welk recht? Die vraag werd nooit gesteld noch beantwoord.

Een belangrijke rol bleek weggelegd voor John Locke, politiek filosoof uit de tweede helft van de 17de eeuw. Hij schreef de grondwet van Carolina ook al stak hijzelf nimmer de oceaan over. Hij zou van grote invloed blijken op de latere opstellers van de Amerikaanse grondwet en zeker ook op de ideeën over de vrijheid van godsdienst. Mensen die geen enkele God erkenden moesten echter, ook in de ogen van Locke, van vestiging en recht op grondeigendom uitgesloten worden.

Koningen van inheemse volken hadden volgens Locke geen soevereiniteit omdat ze het land enkel bewoonden en niet cultiveerden! Mensen die grote stukken land braak laten liggen hebben zich niet verbonden met de rest van de mensheid, aldus Locke. En een volk dat niet gelooft in grondeigendom, kan ook geen grond verkopen en kan niet worden geacht een regering te hebben, want een regering bestaat slechts om de eigendom te beschermen. Zo schreef Locke, die hierin overigens voortborduurde op het gedachtegoed van Thomas More.

Slavernij wees Locke nadrukkelijk af, alle mensen worden immers als gelijken geboren. Toch meende Locke: elke vrije man van Carolina zal absolute macht en gezag hebben over zijn negerslaven! Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat een politiek filosoof als Locke zichzelf zulke enorme inconsistenties in zijn denken toestond. Hij deed zelfs geen moeite zijn absurde konklusies te onderbouwen! Het zou nog lang duren voordat de menselijke soort de nog absurdere rassentheorieën zouden bedenken om slavernij te rechtvaardigen.

Een revolutie kwam er uiteindelijk maar niet door de Engelsen. Het waren oorlogvoerende indianen en rebellerende slaven die onophoudelijk bleven vragen: met welk recht wordt er over ons geregeerd? Doorheen de hele 18de eeuw ontstonden er tal van opstanden met wisselend succes.

Benjamin Franklin speelde in die jaren een grote rol in de emancipatie van het volk, hij stichtte bibliotheken, organiseerde de posterijen, bereisde het hele land en stelde een soort volkstellingen op en stelde vast dat het aantal echt witte mensen op de aarde zeer klein was. Dat zinde hem niet, liever zag hij hun aantallen groeien, “ maar wellicht heb ik een voorliefde voor de teint van mijn land, want zo’n voorliefde is natuurlijk voor de mensheid “. In 1754 stelde hij een Plan of Union voor waarbij de zeven grote kolonies zouden worden samengevoegd met de vier die samen New Engeland vormden. Het plan werd afgeschoten door de kolonies zelf maar er lag nu wel een blauwdruk die later van pas zou kunnen komen.

Hoe bizar is het het verhaal te lezen van Benjamin Lay die zonder paus of kerk of koning tot het morele besef kwam dat het folteren en tot slaaf maken van medemensen misdaden tegen God waren! Waarom waren er geen priesters, bisschoppen of pausen die tot eenzelfde moreel oordeel als Benjamin Lay kwamen? Hoe kan het dat de Kerk eeuwenlang in deze discussie over slavernij slechts een de werkelijkheid van dat moment bevestigende rol speelde? De Kerk die zichzelf zo graag portretteert als de hoeder, nee de moeder van alle moraal! In 1758 besloten de quakers dat geloofsgenoten die slaven hielden verstoten zouden worden.

Er brak een oorlog uit in Pennsylvania tussen de Britten en de Fransen en indianen over wie recht had op welke kolonies. De Britten wonnen deze oorlog uiteindelijk en opnieuw werden de kaarten van Amerika gewijzigd en aangepast. Maar ook ging het parlement in London belastingwetten opleggen aan de Amerikanen die niet in dat parlement vertegenwoordigd werden! En zo ontstond een roerige periode waarin kolonisten moesten kiezen tussen trouw aan hun koning en o afhankelijkheid als Amerikaan en waarin slaven voor hun vrijheid vochten maar ook vrijheid zouden kunnen verkrijgen als ze in het Britse leger wilden dienen. En met name dit laatste bleek een enorme stimulans voor het onafhankelijkheidsstreven van de Amerikanen.

Thomas Paine deed zijn intrede om de zucht naar onafhankelijkheid te voeden met rede en logica.

In 1776 kwam een eerste constitutionele garantie van godsdienstvrijheid tot stand maar slaven en vrouwen bleven daarin een quantité negligeable. En in datzelfde jaar werd voor het eerst gesproken van de Verenigde Staten van Amerika waarbij de kolonies staten werden genoemd. Er werd een commissie van vijf mannen benoemd om een onafhankelijkheidsverklaring op te stellen: Jefferson, Franklin, Adams, Livingstone en Sherman.

Uiteindelijk gaven de Engelsen Amerika op omdat het meer belang meende te hebben bij de Caraïben. Tienduizenden Amerikanen, onder hen duizenden slaven, emigreerden naar Engeland. In 1783 werd de Vrede van Parijs gesloten: Groot Brittannië erkende de onafhankelijkheid en soevereiniteit van de USA en de Amerikanen verplichtten zich hun Britse crediteuren af te betalen.

De Amerikaanse grondwet werd geschreven tussen mei en september 1787 en door de afgevaardigden van de Staten ondertekend. De Grondwet repte nergens van slavernij, (behalve dan dat slaven voor drievijfde mens telden) in het noorden vrijwel volledig afgewezen maar in het zuiden nog steeds met overtuiging gepraktiseerd. De Grondwet diende door het volk geratificeerd te worden en dat leidde tot heftige polemieken tussen federalisten en anti-federalisten. Hier lag de basis voor het Amerika van twee partijen. Maar uiteindelijk werd de Grondwet geratificeerd en op 4 maart 1789 kwam het eerste Amerikaanse Congres bijeen. George Washington werd geïnstalleerd als eerste president van de USA. Slavernij werd ongemoeid gelaten, sterker nog, het Congres mocht zich tot 1808 niet over slavernij uitlaten. In de Bill of Rights werden alle bevoegdheden die het Congres niet heeft opgesomd. Ook deze Bill of Rikghts werd geratificeerd.

Washington besloot af te zien van een derde termijn maar kon het niet opbrengen zijn slaven hun vrijheid te geven. Het zou een precedent zijn in zijn ogen! Pas bij zijn dood bleek dat hij zijn slaven in zijn testament hun vrijheid gunde. Echter eerst na het overlijden van zijn echtgenote die de meeste slaven bezat. Buitengewoon opmerkelijk is dat zowel Jefferson als Adams stierf op de vijftigste verjaardag van de Onafhankelijkheidsverklaring, 4 juli 1826.

En ofschoon Amerika nadrukkelijk niet op enige religie was gegrondvest werd de Amerikaanse samenleving met de Second Great Awakening steeds religieuzer: waren er in 1775 1800 predikanten, in 1800 was hun aantal al gestegen naar veertigduizend. Het waren wel allemaal protestante denominaties.

Het was ook in deze jaren dat de vervanging van de schuldenaarsgevangenis door de bescherming die een faillissement bood een ommekeer teweeg zou brengen in de Amerikaanse economie en aansporen tot investeren, speculeren en risico’s nemen. De industrialisatie had ondertussen een enorme vlucht genomen waardoor de levensstandaard weliswaar enorm was gestegen maar gelijke tred hield met ongelijkheid en uitbuiting van de arbeidende klasse: in 1689 had de bovenste 1 procent van de bevolking 19 procent van alle rijkdom, in 1848 was dat gestegen naar 37 procent. De onderste 80 procent van de samenleving bezat in 1848 nog slechts 4 procent van alle rijkdom. De almaar toestromende immigranten verdrongen de Amerikaanse arbeiders van de arbeidsmarkt, de lonen bleven dalen. In 1860 was meer dan 1 op de 8 Amerikanen in Europa geboren. Er leefden 1,6 miljoen Iren en 1,2 miljoen Duitsers in Amerika, voor het merendeel katholiek.

Ondertussen ging men door met de gedwongen verhuizing van indianen naar gebieden ten westen van de Mississippi inclusief de gedwongen verkoop van het land van de indianen aan de nieuwe Amerikanen.

In 1845 annexeerde de VS Mexico dat tot dan toe bij Mexico behoorde. De annexatie leidde tot een oorlog tussen de VS en Mexico. Tegelijkertijd zochten de Amerikanen een oplossing voor het probleem van de slavernij maar konden het maar niet eens worden wie daarover moest oordelen: de president, de Staten of het Hoger Gerechtshof. Behalve Mexico wilde de toenmalige president, James K. Polk ook Florida, Cuba, Californië, Oregon, Idaho, Washington, Montana en Wyoming bij de VS voegen. Prompt trokken nieuwe kolonisten eropuit.

Steeds feller werden de tegenstellingen tussen het Zuiden (voorstanders van slavernij en de oorlog tegen Mexico en hun politieke tegenstanders uit het Noorden. Een confrontatie werd onvermijdelijk. In 1848 werd de oorlog tussen beide landen beëindigd en de VS hadden een enorme gebiedsuitbreiding verwerkelijkt. In 1861 verlieten Mississippi, Florida, Alabama, Georgia, Louisiana, Southampton Carolina en Texas de unie en riepen de Geconfedereerde Staten van Amerika uit. De Confederatie was gefundeerd op blanke superioriteitsgevoelens.

In datzelfde jaar werd Abraham Lincoln geïnaugureerd als de nieuwe president van de Verenigde Staten. De burgeroorlog brak uit met tienduizenden doden. Lincoln beloofde de bevrijding van alle slaven en proclameerde de emancipatie van de zwarte bevolking. En op 31 januari 1865 werd het dertiende amendement op de Grondwet aangenomen en was slavernij definitief afgeschaft. Lincoln werd vermoord.

De slavernij was afgeschaft maar veranderde prompt in (institutionele) rassendiscriminatie. In 1866 werd de KKK opgericht. Overigens werden ook de Chinezen lange tijd als een inferieur ras beschouwd door de Amerikanen; zij waren praktisch rechteloos. In 1877 werd zelfs een Chinese Exclusion Act aangenomen! Tegelijkertijd ontstond het moderne kapitalisme waar investeerders enorme vermogens vergaarden ten koste van de arbeiders en de kleine boeren. Maar ook de populisten die zich verzetten tegen de kapitalisten moesten niets hebben van indianen, Chinezen en zwarten.

Al in 1890 bezat de rijkste 1 procent van de Amerikanen 51 procent van het nationale vermogen en de armste 44 procent bezat nog geen 2 procent van dat vermogen.

Toen Amerika uiteindelijk besloot zich te mengen in de Eerste Wereldoorlog werd zwarte redacteuren en uitgevers te verstaan gegeven dat zij zich solidair dienden op te stellen en maar even moesten zwijgen over de almaar toenemende lynchpartijen. Hun zwarte achterban moest vechten in Europa of werd thuis gelyncht. De redacteuren deden wat er van hen verlangd werd! In 1919 werden zesenzeventig zwarten gelyncht, onder hen tien veteranen, soms nog met hun uniform aan. Wranger en zieker is nauwelijks denkbaar. In 1920 verwierven vrouwen net het negentiende amendement stemrecht.

De Amerikaanse burger werd consument, met dank aan Herbert Hoover. De Amerikaanse economie werd in de jaren twintig de grootste ter wereld. Toch blokkeerden de Amerikanen immigratie en legden ze importheffingen op. De Europeanen betaalden met gelijke munt. Aziaten werden volledig geweigerd en de indianen kregen verplicht het Amerikaanse staatsburgerschap waarmee ze gedwongen naturalisatie ondergingen. De 5 miljoen leden tellende KKK vielen niet alleen zwarten en immigranten aan maar ook joden en katholieken.

Halverwege haar studie schrijft Jill Lepore: “wij beschouwen deze waarheden als vanzelfsprekend. In 1926, anderhalve eeuw na de geboorte van de natie, was elk woord van haar stichtingsverklaring ter discussie gesteld. Wie zijn wij? Wat is waar? Wanneer is iets vanzelfsprekend?” Juist vandaag, in 2020, zijn diezelfde vragen actueler en brandender dan ooit!

Met de wereldwijde economische crisis van 1929 leek het kapitalisme overal mislukt en hopeloos onderuitgehaald en in haar kielzog leek ook de westerse democratie het onderspit te gaan delven. Zeker in Europa kwam het fascisme in zwang. De Amerikanen hadden het geluk dat een Franklin D. Roosevelt op hun pad kwam.

Roosevelt maakte vooral gebruik van de radio km rechtstreeks met het volk te communiceren. Hij hervormde het bankwezen en introduceerde overheidsplanning als een krachtig instrument om de economie te hervormen. De overheid als investeerder bleek de beste remedie voor een kwakkelende economie. De new deal van Roosevelt was gestoeld op hervormingen, hulp en herstel maar de crisis was zeer hardnekkig. Desondanks kwamen er pensioenen en werkloosheidsuitkeringen. Maar geen universele gezondheidszorg.

De NRA werd opgericht in 1871 en steunde en propageerde aanvankelijk strengere wapenwetgeving! In 1939 kwam het Hooggerechtshof zelfs tot de uitspraak dat het tweede amendement is beperkt tot het hebben en dragen van wapens door het volk als geheel ten behoeve van hun gezamenlijke verdediging. Ergo, wapens alleen dragen binnen de krijgsmacht en niet voor privé doeleinden!

Ondertussen groeide het verzet tegen de New Deal, vooral onder industriëlen die de politiek van Roosevelt als socialisme verdacht probeerden te maken.

De Tweede Wereldoorlog zou de Verenigde Staten uit de depressie halen, een einde maken aan het Amerikaanse isolationisme en een nieuwe geest van burgerlijk nationalisme opwekken. De oorlogsindustrie zorgde voor ruime werkgelegenheid, voor zowel mannen als vrouwen. In november 1939 begon Roosevelt als eerste (en als laatste) aan een derde termijn als president.

De huidige Amerikaanse president stoelde zijn verkiezingscampagne en inaugurele rede op de mantra America First. Maar dit America First is gemunt door mediamagnaat Randolph Hearst. Charles Lindbergh en Henry Ford waren rasechte isolationisten en zij richtten in 1940 het America First Committee op dat Amerika voor deelname aan de oorlog in Europa moest behoeden.

Op 1 januari 1942 kwamen de VS, Groot Brittannië, China en de Sovjet Unie met een Verklaring door de Verenigde Naties. De oorlog was uitgebroken en de Amerikanen, door Hitler de oorlog verklaard, gingen daarin een steeds grotere rol spelen, aanvankelijk vooral in het Pacifisch gebied maar later ook steeds nadrukkelijker in Europa.

De segregatie tussen blank en zwart ging echter onverminderd door. Anders dan tijdens de Eerste Wereldoorlog waren zwarte leiders nu niet bereid hun mond te houden over de wantoestanden. Maar zelfs zwarte soldaten die vochten in het Amerikaanse leger om de Amerikaanse grondwet te verdedigen, hadden geen stemrecht.

Roosevelt, die inmiddels zelfs aan een vierde termijn was begonnen, overleed in april 1945. Hij werd opgevolgd door Truman en in juni van dat jaar werden de VN opgericht. Op 6 en 9 augustus gooide Truman twee atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. De Tweede Wereldoorlog was afgelopen.

Wij ontwikkelen technologie in een razend tempo, zo snel dat we pas stilstaan bij de eventuele (morele) implicaties van nieuwe technologie als we al met de gevolgen daarvan geconfronteerd worden. Met de ontwikkeling van de computer werd de natiestaat eerst en vooral een datastaat.

Na de oorlog stelde G.I. Bill veteranen in staat gratis te studeren en zij kregen ook tal van andere gunstige regelingen. Vrouwen en zwarten waren echter uitgesloten van de voordelen van deze wet.

Om de weerzin van Amerikanen tegen een zorgstelsel te begrijpen moet men terug naar het presidentschap van Truman toen Baxter en Whitaker van Campaigns Inc van dat thema hun levenswerk maakten en er niet voor terugdeinsden uiterst leugenachtige campagnes op te zetten om de president te dwarsbomen. Succes hadden ze wel. Whitaker beweerde in 1949: “Hitler, Stalin en de socialistische regering van Groot Brittannië hebben allemaal gebruik gemaakt van de morfine van de openbare gezondheidszorg om de pijn van de verloren vrijheid te verdoven zodat het volk geen verzet bood”. Jill Lepore: “de nationale zorgverzekering zou moeten wachten op een andere president, een ander Congres en een andere tijd. De strijd zou alleen maar smeriger worden”.

De tijden van Nixon en McCarthy braken aan met hun ongekend leugenachtige en smerige homoseksuelen- en communistenjacht. In de woorden van Lepore was het mccarthyisme laaghartig, ordinair en onevenwichtig en zij citeert diplomaat en historicus George Kennan (1904 – 2005) die schreef: “Een politiek systeem en een openbare mening die in mijn ogen zo gemakkelijk gedesoriënteerd konden raken door dit soort aanvallen in het ene tijdperk zouden niet minder kwetsbaar zijn voor vergelijkbare aanvallen in een ander tijdvak”. Zie waar Amerika nu staat, zeventig jaar later! Een opvallend neveneffect van het mccarthyisme was dat de Amerikanen zich nadrukkelijker tot religie wendden. De gouden tijden van Billy Graham traden aan. Graham verklaarde: “Mijn eigen theorie over het communisme is dat het een bedenksel van Satan is”.

President Eisenhower liet zich prompt dopen toen hij inzag dat niet tot een kerkgenootschap behoren tegen hem zou werken! Op al het Amerikaanse geld verscheen de leus In God We Trust. In het tijdperk Eisenhower begonnen de Republikeinen en Democraten zich steeds meer van elkaar te verwijderen.

In 1954 bepaalde het Hooggerechtshof dat segregatie in het onderwijs tot ongelijkheid leidde. En toen Rosa Parks weigerde haar plaats in de bus af te staan aan een witte man bepaalde datzelfde hof in 1956 dat de buswet van Montgomery ongrondwettelijk was. Eisenhower deed echter niets om zich te verzetten tegen, te distantiëren van rassenscheiding, niet met passend beleid maar zelfs niet met de mond beleden.

Toen de Russen in 1957 als eerste een satelliet lanceerden kreeg de Koude Oorlog een extra dimensie. De doomsday clock stond op 2 minuten voor twaalf.

Juist in het Kennedy-tijdperk escaleerde in het zuiden de rassenhaat opnieuw. Malcolm X betrad het toneel vanuit de Nation of Islam. Zijn levensgeschiedenis is even bizar als verontrustend. Hij moest niets hebben van het geweldloos verzet van Martin Luther King. In augustus 1963 vond in Washington een protestdemonstratie plaats van driehonderdduizend zwarten. Voorop liep de latere senator John Lewis, nog onlangs zo verguisd door de huidige Amerikaanse president! Drie maanden later werd John F. Kennedy vermoord, MLK nog geen vijf jaar later evenzo.

Het was uiteindelijk LBJ, Lyndon Baines Johnston die de Civil Rights Act aangenomen kreeg die discriminatie op basis van ras, huidskleur, religie, sekse of land van afkomst verbood. Eindelijk hadden de VS de slavernij beëindigd en hadden de zwarten gelijkheid gekregen maar nu, bijna zestig jaar later, is de institutionele rassendiscriminatie nog steeds aan devotie van de dag, niet alleen in de VS overigens. In 1965 stuurde LBJ de stemrechten die zwarten stemrecht verleende naar het Congres. LBJ leidde een van de meest productieve administraties die de VS ooit gekend hebben en behalve de Civil Rights Act deed LBJ veel om de armoede te bestrijden en met succes. Maar hij zou vooral bekend worden door de escalatie van de Vietnam oorlog. En het was LBJ die de politie omvormde tot een macht die misdaad moest voorkomen maar die dat vooral deed door gevangenissen te bouwen en negers op te arresteren. James Baldwin zei dat stadsvernieuwing eigenlijk ‘negeropsluiting’ genoemd moest worden.

De Vietnamoorlog betekende een ongekend trauma voor de Amerikanen. Noam Chomsky zei in 1969 dat het academisch leven in de VS was omgekocht om een belachelijke oorlog te voeren waarin alleen maar jongeren moed hadden getoond, jonge soldaten die de oorlog uitvochten en jonge studenten die ertegen protesteerden.

Jill Lepore is genadeloos in haar analyses van de karakters die ze beschrijft, zeker als het om presidenten gaat. Ze benoemt hun successen en laat waardering doorklinken voor bijvoorbeeld emancipatoir beleid en daaruit voortvloeiende wetgeving maar dat verhindert haar niet ongezouten kritiek te leveren op bijvoorbeeld persoonlijkheid en karakter van de politici die ze beschrijft. Nergens laat ze zich meeslepen door bewondering, of het nu om Nixon of MLK gaat, LBJ of Carmichael, Roosevelt of Hoover. Ze kent haar onderwerpen goed en heeft ze uitvoerig genoeg bestudeerd om tot een evenwichtig oordeel te komen. En dat geldt zeker ook voor haar beschrijving van de Vietnamoorlog: “De Pentagonpapers zoals het rapport genoemd zou worden, was een verhaal van opeenvolgende leugens en blunders van de ene regering na de andere bij het steeds weer voortzetten van een slecht doordachte, wrede en onverantwoorde campagne in Vietnam”.

Minstens zo bizar als vele andere zaken uit de Amerikaanse politieke wereld en uit de Amerikaanse samenleving zijn de controverses over wapenbezit en abortus. In grove lijnen beschouwen Republikeinen abortus als moord en wapenbezit als vrijheid, voor de Democraten is het precies omgekeerd. Dit laat overigens onverlet dat er ook tal van Republikeinen voorstander van planned parenthood waren. Zoals er ook Democraten zijn die een wapen dragen. In 1973 legaliseerde het Hooggerechtshof abortus met een uitspraak over de zaak Roe versus Wade. Een van de grootste voorvechtsters van vrouwenrechten was overigens Betty Ford. Veel weerstand tegen feminisme en vrouwenrechten was afkomstig van conservatieve vrouwen. Het feminisme kreeg zelfs de schuld van de economische malaise in de jaren zeventig en tachtig. Phyllis Schlafly was de vrouw die verantwoordelijk was voor de ontwrichtende polarisatie die Amerika op de rand van een tweede burgeroorlog zou brengen. Het lukte haar te voorkomen dat het Equal Right Amendment werd geratificeerd.

We zien juist in deze dagen hoe Donald Trump de federale staat uitholt. Als het hem past wil hij gebruik maken van het geweldsmonopolie van de federale overheid maar voor het overige laat hij het volledig afweten. Deze trend werd in feite geïntroduceerd door Ronald Reagan die in 1981 verklaarde dat de overheid niet de oplossing van het probleem was, de overheid ís het probleem. Wat volgde was een ongekende deregulering van tal van domeinen en sectoren, daarin nadrukkelijk gesteund door de econoom Milton Friedman.

In 1982 werd door een overheidscommissie vastgesteld, “de subcommissie heeft duidelijk aan het licht gebracht, voor het eerst in lange tijd, dat het Tweede Amendement op de Grondwet zich richt op het recht van de Amerikaanse burger om met vreedzame intenties wapens bij zich te dragen ter bescherming van zichzelf, zijn gezin en zijn vrijheden“. Deze commissie kwam tot dit oordeel op basis vooral van door de NRA betaald wetenschappelijk onderzoek. Deze originalistische (zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst van de Grondwet blijven) uitleg van de Grondwet en het Tweede Amendement is tot de dag van vandaag de officiële interpretatie, ook al betogen rechtsgeleerden dat de bedoeling van het Amendement duidelijk een andere was: enkel en alleen de verdediging van allen.

Al in de jaren zestig was de Amerikaanse overheid door wetenschappers uitvoerig geïnformeerd over Climate change. Tegelijkertijd echter ontstond het besef dat met name nucleaire wapens een enorme bedreiging voor de mensheid zouden kunnen betekenen. Met name de wetenschapper Carl Sabam wees op de enorme risico’s van een nucleaire winter in het geval nucleaire wapens daadwerkelijk zouden worden ingezet. Hem werd echter verweten politiek te bedrijven in plaats van wetenschap en zijn nucleairewinterconcept werd in diskrediet gebracht, onder meer en met name door het Heartlandinstitute en in de slipstream daarvan namen oliebedrijven stelling tegen de bewering dat het broeikaseffect door menselijk ingrijpen was ontstaan.

Met het instorten van de Sovjet Unie en de val van het communisme kwam er een einde aan de Koude Oorlog. Francis Fukuyama sprak zelfs van het einde van de geschiedenis. Tussen het einde van de Koude Oorlog en het begin van de wereldwijde oorlog tegen het terrorisme sleepten de Amerikanen zich bont, blauw en bebloed van politieke twist naar politieke twist. Het bleek een pure machtsstrijd die niet eerder zo scherp naar voren trad als tijdens het presidentschap van Trump.

Heel fraai hoe Lepore Bill Clinton beschrijft: “Hij was een al grijzende man ruim 1 meter 80 met de grijns van de slechterik in een harendertigstrip. De schrijdende tred dan een baptistenvoorganger uit het zuiden en het schorre stemgeluid van een blueszanger”. Clinton werd een teleurstelling voor links, een ramp voor rechts en zijn presidentschap eindigde met een schandaal. Zijn voornemen om tot een wet op de gezondheidszorg te komen sneuvelde jammerlijk, niet in de laatste plaats als gevolg van de weerzin tegen zijn echtgenote die verantwoordelijk was gesteld voor het ontwikkelen van het wetsvoorstel.

Het binnenlands terrorisme nam schrikbarend toe en steeds meer mensen wendden zich af van de klassieke politieke partijen. Er ontstond ruimte voor een complotdenker als Alex Jones en de Teaparty. De identiteitspolitiek ontstond. Robert Ailes kwam op, Fox News werd opgericht en werd al snel de stem van rechts Amerika. Hij was het die de like factor introduceerde, lang voordat Facebook daar gebruik van zou gaan maken. De polarisatie nam zienderogen en razend snel toe. Dat alles leidde ertoe dat iemand als Donald Trump eind jaren negentig van de vorige eeuw besloot mee te doen in de race om het presidentschap. Het is niet voor niets dat het laatste hoofdstuk van deze duizelingwekkende geschiedenis ‘ Amerika ontwricht’ heet.

The war on terror ging van start na 9/11. Susan Sontag had het vermoedelijk bij het juiste eind toen ze schreef: “Wie erkent nu eindelijk dat het hier niet om een aanval op “de beschaving”, “de vrijheid”, “de menselijkheid” of “de vrije wereld “ gaat, maar om een aanval op de zelfverklaarde supermacht Amerika waaraan specifieke bondgenootschappen en acties ten grondslag liggen?

Columniste Ann Coulter wilde alle Arabische landen binnenvallen, de leiders doden en de bevolking bekeren tot het christendom. Dominee Jerry Falwell, inmiddels zelf gesneuveld door een seksschandaal, gaf de schuld aan feministen en homo’s en lesbo’s, aan atheïsten en de voorstanders van abortus.

De smartphones en de sociale media deden hun intrede. Nu werd het nog gemakkelijker voor iedereen om zich terug te trekken in de eigen bubbel. Een walhalla voor hackers en trollen. En toen Obama aantrad zat een op de drie zwarte mannen tussen de twintig en dertig in de gevangenis en was het percentage Amerikanen dat in principe vertrouwen in de regering zei te hebben gedaald van 73 in 1958 tot 19 in 2015! En overal in de wereld ontstonden blank-nationalistische en populistische bewegingen, in de VS waren dat de Tea Party en Alt-Right en recentelijk is daar Q’anon bijgekomen. Dit was het moment voor Donald Trump om op deuren te gaan bonzen. We weten nu waartoe dat leidde en in de komende weken zullen we ervaren of de Amerikanen hem een tweede termijn gunnen.

Jill Lepore is genadeloos in haar analyse van Trump: “het was alsof er met het aantreden van Trump een burgeroorlog uitbrak, alsof het Amerikaanse experiment was mislukt, alsof de democratie zelf het gevaar liep te sterven “.

Het internet deed zijn intrede en Newt Gingrich slaagde er al snel in dat internet volledig gedereguleerd te krijgen. De cyberutopisten moesten helemaal niets hebben van alles wat naar overheid riekte. Dat internet maar ook zulke zaken als LCD schermen en smartphones tot stand waren gekomen dankzij enorme injecties met kapitaal uit de collectieve middelen deed niet ter zake voor de digitale ondernemers en gelukzoekers. Jill Lepore: “Silicon Valley had zijn disruptive innovators, zijn innovatieve ontregelaars”. En die werden allemaal multimiljardair en vergaarden daarmee behalve kapitaal ook politieke macht. De hedendaagse voorbeelden daarvan zijn de hyperkapitalisten van Uber en Airbnb, disruptie bij uitstek. Deze disruptieve innovatie ging, in de woorden van Lepore, een verbond aan met het sociaal darwinisme: als innovatie ertoe leidt dat hele sectoren ten onder gaan met alle sociaal-economische gevolgen van dien, dan moest dat maar zo zijn.

Met de opkomst van de identiteitspolitiek en het zich afzetten tegen de ‘ elite’ en de Main stream media kwam de conventionele pers onder druk te staan. Een mening werd belangrijker dan een feit, er ontstonden alternative facts en fake news. Lepore: “De snelheid waarmee berichten werden overgebracht ging omhoog, maar de selectie ervan, de zoekmachine, was in handen van een monopolist die qua grootte in de Amerikaanse geschiedenis zijn gelijke niet kende”.

Inmiddels had de war on terror het startsein gegeven voor volstrekte wetteloosheid van de Amerikanen als het erom ging vermeende terroristen gevangen te zetten en te berechten. Het waren de jaren van Dick Cheney en Donald Rumsfeld, in 2018 zo voortreffelijk verfilmd door Adam McKay in Vice met een onvergetelijke  hristian Bale als Dick Cheney!

Deze geschiedenis van Jill Lepore is geen hoopgevende geschiedenis. Zij beschrijft een natie die al snel na de Constitutie werd verdeeld in twee kampen, die elkaar steeds meer zijn gaan haten en die dus ook niet meer met elkaar in gesprek zijn. De ene helft van een volk van 328 miljoen zielen praat niet meer met de andere helft. Daar kan alleen maar treurnis en ellende van komen. Het is precies dat wat deze geschiedenis ons laat zien. Make Amerika Great Again suggereert dat het land ooit groots was maar er is niets in deze geschiedenis te vinden dat een indicatie van grootsheid zou kunnen zijn, helemaal niets. Hooguit economische groei maar we zien wat daarvan over blijft tijdens een pandemie.

Wat me opvalt is dat Lepore met geen woord rept over het Amerikaanse kiesstelsel waarin het David ‘winner takes all’ geldt. De ‘people’s vote’ gaat nogal eens naar de andere kandidaat. In de laatste dertig jaar heeft de Republikeinse kandidaat slechts een keer ook de people’s vote gekregen (in 2004 won George W. Bush de race tegen John Kerry met 50,7 procent van de people’s vote); in alle andere gevallen won de Republikeinse kandidaat slechts dankzij winner takes all. De echte issues van deze natie zijn in al die decennia geen millimeter dichter bij een oplossing gekomen: rassenhaat, feminisme, abortus, ongelijkheid, de droevige ellende van het ‘ second amendment’ dat burgers het recht geeft wapens te dragen, politiegeweld en Black Lives Matter en niet te vergeten de climate change maar dat laatste is een wereldwijd probleem.

Trump is de eerste president die geen enkele moeite doet de natie te verbinden, hij probeert zijn electoraat aan zich te binden met doemscenario’s en geweld, law and order, maar alleen voor zijn deel van het electoraat.

Progressief Amerika zocht oplossingen voor problemen via de rechtbank en liet verkiezingen liggen. Conservatief Amerika combineerde nepnieuws met het originalisme, won verkiezingen en kreeg de geschiedenis aan zijn kant. Het populisme is in ons tijdsgewricht overal ter wereld aan de winnende hand. Wij weten niet waar ons dit alles brengen zal, we zijn er bij, hier en nu maar waardoor en door wie laten wij ons leiden? Laten de Amerikanen zich leiden?

Jill Lepore schreef een kolossale geschiedenis van de Verenigde Staten, werkelijk een fascinerend boek, onontbeerlijk voor wie tenminste iets wil leren begrijpen van wat de Amerikaan drijft. Het tragische is dat ook die ‘de Amerikaan’ niet bestaat, we moeten het op zijn minst over ‘die twee’ hebben. Dat ze niet meer met elkaar in gesprek zijn is het ergste wat hen en ons kon overkomen. Maar dit boek, Deze Waarheden, staat als een huis. Ik vind het jammer dat ik zojuist de laatste pagina omsloeg. Het vervolg hierop volg ik dagelijks op YouTube en tv, het volgende hoofdstuk begint op 3 november van dit jaar.

 

Enno Nuy
September 2020