Felix Nussbaum, Een schildersleven
De Bezige Bij, 431 pagina’s

In de eerste helft van 1995 bezocht ik het Joods Historisch Museum in Amsterdam waar een tentoonstelling rond het werk van een mij onbekende schilder was ingericht: Felix Nussbaum. De expositie was getiteld Uit onmacht naar daadkracht. Ik ben de schilderijen van deze uit Osnabrück afkomstige maar sinds de nazi’s niet langer Duitse schilder nooit vergeten. Al was het maar vanwege de prachtige Duitstalige catalogus van die tentoonstelling: ‘Felix Nussbaum, Verfemte Kunst, Exilkunst, Widerstandskunst’. Nu is er Orgelman, Felix Nussbaum een schildersleven verschenen. Van de hand van de Belgische journalist Mark Schaevers. De orgelman keert vaak terug in het werk van Felix Nussbaum. Staat hij symbool voor de wandelende jood of – zoals Schaevers suggereert – of is de orgelman vooral de kunstenaar op zoek naar een echo in een tijd waarin die zo moeilijk te vinden is?

Vader Philipp Nussbaum was een Duitse jood, trots op zijn land. Hij diende als cavalerist in de Eerste Wereldoorlog maar werd desondanks na 34 jaar lidmaatschap van de Cavaleristenvereniging in 1933 uit die vereniging gezet omdat hij een jood was. Philipp Nussbaum bleef zijn land trouw en hoopte dat zijn land ooit weer een beroep op hem zou doen. Hij dichtte de volgende regels: ‘So leb dan wohl, Du Deutschland meiner Ahnen/ Du Land, dem ich gedient hab’ allezeit/ Und ruft man einst mich wieder zu den Fahnen/ Dann steh’ ich da und bin bereit’. Zijn zoon Felix had wel wat moeite met die regels en verving de laatste strofe door: ‘Und ruft man einst mich wieder zu den Fahnen/ So hau ich ab und zwar ganz weit’.

Als de nazi’s het voor joden steeds onaangenamer en gevaarlijker maken besluiten de ouders niet te emigreren en keren ze in 1934 vanuit Basel terug naar Duitsland, Keulen. De zoon neemt dan afscheid van zijn ouders zonder zich te realiseren dat het een definitief afscheid is. Felix Nussbaum en zijn vrouw Felka Platek reizen door naar Parijs maar daar kunnen ze niet blijven, de Fransen zijn niet scheutig met verblijfsvergunningen zodat ze noodgedwongen verder trekken naar Oostende België waar ze wel kunnen blijven.

Er werd van Nussbaum gezegd dat hij midden jaren dertig met zijn rug naar de wereld stond te schilderen. Een konklusie die ik niet begrijp en je hoeft maar naar zijn schilderijen te kijken om je te realiseren dat die uitspraak niet klopt. Zelf zal Nussbaum eens opmerken dat hij vooral de tijd schildert en dat lijkt mij een veel nauwkeuriger waarneming. In 1936 schilderde hij vooral zelfportretten waarin vaak een keukendoek figureert. Grappig, die keukendoek of theedoek kwamen we ook geregeld tegen in het werk van Dick Ket. De Belgische recensent Langui schrijft midden jaren dertig deze woorden over Felix Nussbaum: “Doorheen al zijn onderwerpen – uitgezonderd de landschappen en havenstudies – is een eigenaardige phantastiek geweven van liefde en dood, van onschuld en galgenhumor, van griezeligheid en kinderlijke verrukking, die men uiterst zeldzaam aantreft in het Duits post-expressionisme, hetwelk vrijwel exclusief pessimistisch en zielsontluisterend was”. Ik meen dat Langui de schilder goed begrepen heeft.

Heel erg veel details over het persoonlijke leven van Felix Nussbaum werden niet overgeleverd. Niettemin is deze biografie van Mark Schaevers een indringende en prachtige schets van het leven van een schilder in ballingschap. Het had niet veel gescheeld of hij zou in de vergetelheid zijn geraakt. Nussbaum zelf was niet scheutig met persoonlijke ontboezemingen en het is zeer opmerkelijk te lezen dat de schilder in zijn jarenlange correspondentie met de familie Klein in Buffalo USA niet een keer zijn vrouw Felka Platek te berde brengt. De titel van de recensie door Langui: De zachte humor in ballingschap.

Wat telkens weer frappeert is dat je keer op keer diep geraakt wordt als je leest over de naziterreur. Of ik nu een geschiedkundig werk, een roman of deze biografie van Nussbaum lees, een documentaire of film zie, het blijft een verbijsterende periode van intense wreedheid en ondanks dat je weet hoe het afliep blijf je tegen beter weten in tot de laatste pagina’s hopen dat het ook anders had kunnen lopen. Maar Felix en Felka worden verraden en in de nacht van 20 op 21 juni 1944 alsnog door de Duitsers gearresteerd en met de allerlaatste trein die uit Mechelen naar Auschwitz-Birkenau zou vertrekken gedeporteerd, een maand voordat Brussel bevrijd wordt. Ze overleefden deze laatste reis uiteindelijk niet.

Mark Schaevers heeft een prachtig en ontroerend boek geschreven over een schilder die nooit vergeten mag worden, een schilder die altijd actueel blijft. De geschiedenis van de wandelende jood, de onvoorstelbare holocaust, zij zijn meer dan zomaar een episode uit de menselijke geschiedenis. Samen met de slavernij en de knechting van de zwarte mens vormen ze een onlosmakelijk deel van ons DNA, de donkere en duistere kant die altijd op de loer ligt, in ieder van ons, in onze cultuur, in onze geest. Elke tijd heeft zijn eigen rattenvangers.

Ik nam me voor in het komend jaar, vijfentwintig jaar nadat ik voor het eerst kennis maakte met de schilder, het Felix Nussbaum Haus in Osnabrück te bezoeken. Want de schilder Nussbaum heeft onvergetelijk mooi werk gemaakt, indringend om meerdere redenen.

 

Enno Nuy
December 2019