De Bezige Bij, 315 pagina’s

 

Helen Macdonald werd opgeleid tot wetenschapshistoricus. We kennen haar als de schrijver van het prachtige H is van havik. Nu is er een bundel essays van haar hand verschenen onder de titel Schemervluchten.

Ze begint met een prachtig verhaal over vogelnesten en vogeleieren, over het zoeken van eieren dat in en na de Wereldoorlog als een vorm van verraad werd beschouwd. Over de analogieën tussen nesten en eieren en onze eigen wereld, over communiceren door een eierschaal heen, over eenzaamheid.

“In de loop van mijn leven is de wereld de helft van zijn fauna kwijtgeraakt“, schrijft Macdonald. Ze huilt om een weide die veranderd werd in een gazon waar alle biodiversiteit uit verdwenen was. Zullen we ooit op onze ongelukkige schreden terugkeren? Dit Schemervluchten is een verzameling essays over de mens en de natuur, over hoe wij onszelf losgezongen hebben van die natuur, over hoezeer wij onszelf daarbij tekort hebben gedaan, over het feit dat we zonder bewustzijn of kennis van die natuur geen idee hebben van wie we zelf zijn.

Fascinerend is het hoofdstuk over New York waar jaarlijks tenminste honderdduizend vogels de dood vinden doordat ze gedesoriënteerd raken door licht en glas. Fraai is ook het hoofdstuk over vliegende mieren waarbij de koningin slechts een keer in haar leven paart waarna ze nog wel dertig jaar kan leven en voor bevruchte eitjes die ze legt gebruik maakt van sperma afkomstig van die ene paring, opgeslagen in haar lijf, kennelijk zonder een houdbaarheidsdatum. Ronduit verontrustend is het hoofdstuk over migraine waarin MacDonald een mogelijke analogie met (komende) klimaatrampen beschrijft. Apocalyptisch denken kan ons ervan weerhouden in actie te komen, schrijft ze. Maar, “dat is onterecht want ook al geloven we niet in wonderen, ze bestaan wel, ze wachten alleen maar tot wij ze vinden”. Een typische Macdonaldzin vind je in het hoofdstuk over zonsverduisteringen: “Als je getuige bent van de dood van de zon en die herboren ziet worden, kan er geen sprake zijn van ‘zij’, alleen van ‘wij’”. En wist u dat vrouwtjeshazen zwanger kunnen worden terwijl ze nog de vrucht van een eerdere zwangerschap dragen? Voorts dat er bij boksende hazen niet zelden sprake is van een vrouwtjeshaas die het al te opdringerige gedrag van een rammelaar meer dan spuugzat is. Op YouTube vindt u prachtige filmpjes van ruziënde hazen.

Het titelhoofdstuk Schemervluchten gaat over gierzwaluwen die vrijwel nooit op de grond komen, in de lucht eten, zich baden als het regent, water drinken tijdens scheervluchten over water, die paren in de lucht en die de ene helft van hun lichaam al vliegend kunnen laten slapen om met de andere bewuste helft gewoon door te vliegen! Ze kunnen tot wel tweeëneenhalve kilometer omhoogvliegen waar ze niet meer zichtbaar zijn vanaf de grond en waar ze hun schemervluchten uitvoeren. Ze doen dit twee keer per dag, vlak voor zonsopkomst en in de avondschemering, wanneer de lichtsterkte precies hetzelfde is. In de avond vliegen ze collectief omhoog en komen alleen naar beneden, in de vroege ochtend gaan ze alleen omhoog en komen samen naar beneden. Daarboven kunnen ze zich met een ongekende precisie oriënteren en navigeren. En ze komen tot een navigatiebesluit door hun individuele beslissingen te middelen!

De laatste zin van dit essay is typerend voor het werk van Helen Macdonald: “ Gierzwaluwen zijn mijn fabel over gemeenschapszin, die ons leert hoe we de juiste beslissingen kunnen nemen wanneer er zwaar weer op til is, wolken die als een donkere warboel opdoemen aan onze horizon”.

Heel fraai ook is het hoofdstuk over onweer. Onweer is meer dan materie, schrijft Macdonald, het is ook de stof van metaforen en herinneringen. En in het hoofdstuk De pijlooievaar lees ik dat amoerroodpootvalken hun trek over de oceaan tussen India en Afrika overleven door achter libellenzwermen die dezelfde oversteek maken aan te vliegen en ze op te eten! En rose grutto’s vliegen non-stop over de Stille Oceaan, van Alaska naar Nieuw Zeeland, elfduizend kilometer in negen dagen tijd. Ze vliegen dus negen dagen lang meer dan vijftig kilometer per uur!

Het goddelijk gewone bleek voor mij het lastigste essay uit deze heerlijke bundel. Ze beschrijft hier hoe haar seculiere taal vaak niet toereikend bleek om haar gevoelens bij natuurlijke fenomenen of voorvallen in haar leven, zoals de dood van haar vader, adequaat te omschrijven. Ze probeerde inspiratie te putten uit literatuur over het filosofische concept van het sublieme maar ook dat hielp haar niet bij het beschrijven van haar ultieme gevoelservaringen. De taal die ze nodig had, schrijft ze, vond ze in boeken over vormen van religieuze ervaring. Lastig om in te voelen voor iemand zoals ik, voor wie een religieuze ervaring dezelfde impact heeft als Chinese karakters of de tekenen van een kleitablet. Macdonald refereert aan vier regels uit Milton van William Blake en ik verwonder me erover dat deze voor haar zo belangrijke en kennelijk evidente regels mij hoegenaamd niets zeggen, hoe vaak ik ze ook herlees: Elke dag kent een moment dat Satan niet kan vinden / En ook zijn Demon-Wachters niet, maar al wie ijv’rig is zal / Dit moment vinden & vermeerderen, & mits juist geplaatst / Vernieuwt het, eenmaal gevonden, elk Moment van de Dag.

In het laatste hoofdstuk schrijft Helen Macdonald: “Want de belangrijkste les die dieren me hebben geleerd is dat we andere levens heel snel, onbewust, gaan beschouwen als een weerspiegeling van dat van onszelf”. En: “We gebruiken dieren als idee om aspecten van onszelf te versterken en uit te vergroten, waardoor ze eenvoudige, veilige havens worden voor wat we voelen en vaak niet kunnen uitdrukken“. Ik voeg daar in mijn eigen woorden aan toe: wij moeten de natuur, de fauna en flora niet proberen te begrijpen vanuit ons eigen perspectief. De wereld is zoveel meer dan alleen het beeld dat wij ons ervan vormen. Lang geleden hebben we onszelf buiten de natuur geplaatst. De natuur is wat er is zodra wij onszelf hebben weggeretoucheerd.

Van dit soort boeken kan ik niet genoeg krijgen. Helen Macdonald schrijft in een lange traditie die zich vooral in Perfid Albion mag verheugen op een reeks van schrijvers die erin slagen dat concept van het sublieme zo voortreffelijk te beoefenen, die ons, schrijvend over de natuur, deelgenoot maken van een wereld waar wij onszelf hebben buitengesloten, uit volstrekt misplaatste hovaardigheid. Ik noem hier slechts enkelen zoals John A. Baker, T. H. White, Robert Macfarlane, Adam Nicolson, Rory Stewart, Nan Sheperd, Julia Blackburn. En zeker ook deze Helen Macdonald die me soms doet denken aan de Amerikaanse Annie Dillard, schrijfster van het hallucinerende en lucide Pelgrim langs Tinker Creek. Ook dit Schemervluchten is een prachtig boek!

 

Enno Nuy
Maart 2021