Anthos, 415 pagina’s

 

Eerder verschenen van deze IJslandse schrijver Hemel en hel en Het verdriet van de engelen. Dit Het hart van de mens is het slotdeel van een indrukwekkende en buitengewoon fraaie trilogie. Het verhaal van IJslanders die in ongekend barre omstandigheden moeten zien te overleven ergens aan het einde van de negentiende en begin van de twintigste eeuw. De hoofdpersoon van deze romancyclus is de enige die geen naam heeft gekregen, hij wordt uitsluitend aangeduid als ‘de jongen’. Hij is een begaafde jongeman met gevoel voor gedichten, boeken, brieven schrijven, leren en denken en dat maakt hem anders dan de meesten in zijn omgeving. Iedereen mag hem maar tegelijkertijd is hij een buitenstaander, een naam zou hem niet geholpen hebben. De jongen.

Het eerste deel, Hemel en hel, speelt zich in het grijze ochtendlicht af, de jongen heeft zijn ouders, zus en broer verloren en is op zoek naar zijn broer die als enige nog in leven is. Na een tragisch avontuur op zee wordt hij uiteindelijk opgenomen in een dorpsgemeenschap van vaak ruw en weinig spraakzaam volk. Onder hen prachtige mensen die met liefde en vooral met humor worden opgetekend. De jongen is nog niet volwassen maar wel op weg daarnaartoe.

Het tweede deel, Het verdriet van de engelen, vertelt vooral de indrukwekkende tocht van de jongen met de plaatselijke postbode, Jens, door een ontoegankelijk en door hevige sneeuwval extreem gevaarlijk gebied. Een deel van de tocht moet worden gevaren maar noch de jongen, noch de postbode kan zwemmen. De tocht over het besneeuwde land  in barre weersomstandigheden laat zich lezen alsof je in een Omniversum naar een verfilming van dit werkelijk schitterende boek zit te kijken. Het is het bloedstollende en zinsbegoochelende verhaal van twee mensen die in het laatste deel van hun reis een lijkkist achter zich aan zeulen door een niets ontziende sneeuw- en ijs storm om een overleden vrouw een fatsoenlijke begrafenis te kunnen bezorgen. Jens groeit hier uit tot een man van bijna mythische proporties, een bijna bevroren versie van Odysseus die pas op de laatste pagina’s van het derde deel durft te doen waar hij al jaren over piekert.

In het laatste deel, Het hart van de mens, beginnen we de dorpsgemeenschap steeds beter te leren kennen en langzaam maar zeker krijgen we zicht op de verhoudingen tussen de mensen, tussen mannen en vrouwen, tussen rijke en arm, tussen hen die de macht hebben en de regels bepalen en hen die slechts te gehoorzamen hebben.

Jón Kalman Stefánsson is een begenadigd schrijver, je leest zijn boeken werkelijk tot en met de laatste letter en bij alle drie de boeken wenste ik dat het nog lang geen tijd was voor de laatste punt. Zelden lees je een schrijver die zo beeldend en zo rijk aan taal een verhaal weet te vertellen. Het zijn romans maar het is pure poëzie. Bijna elke regel bevat een aforisme of een metafoor, regelmatig overkwam het me dat ik een zin een paar keer over las, niet omdat die zo lang of ingewikkeld was maar omdat het zulke prachtige taal is, die deze Kalman Stefánsson bezigt. Een paar eenvoudige voorbeelden daarvan:

“De honden zijn weer te horen, ze janken zachtjes, een beetje verwijtend alsof ze zich beklagen, kijk hoe de wereld ons behandelt, zij die het dichtst bij God staan, geven ons een schop en toch noemen jullie ons de trouwste vriend van de mens, hoe behandelen jullie dan je vijanden?”

“Als sneeuw het verdriet van de engelen is, dan is natte sneeuw het spuug van de duivel”.

“Het menselijk lichaam is een dom dier dat wij als een slechte herinnering door het leven moeten slepen.”

“Het leven, dat fantastische instrument, werd door de Heer niet klankrijk of fijn gestemd”.

“Een volk dat weinig vertaalt, maar alles van zijn eigen gedachten betrekt is kortzichtig en als het ook nog een groot volk is wordt het bovendien gevaarlijk voor anderen.”.

“De dominee gaat naar hem toe, legt een hand op zijn schouder en de jongen ruikt een oude lucht vermengd met tabaksgeur, ziet de blauwe ogen die wonderbaarlijk helder zijn, sommige oude ogen worden zo blauw, misschien omdat ze veel dichter bij de dood dan het leven staan en het licht van de wereld opzuigen voordat de mens de nacht achter het leven binnentreedt”.

“Macht kan de mensen duivels maken en daarom zijn mannen soms het ergste wat er op aarde is”.

Zoals gezegd, dit derde deel is een zinderende ervaring, een werkelijk schitterend boek dat eindigt in een tomeloze reeks gebeurtenissen, een orgie, een vechtpartij, een briljante poets, een bruiloft en tot slot het schokkende einde. Een boek ook over de kracht van vrouwen. Ook al hebben zij weinig of niets in te brengen, ook al neemt de man haar wanneer hem dat invalt of past, ook al ligt geweld en machtsmisbruik jegens de vrouw altijd en overal op de loer, de vrouwen zijn doorgaans de sterkere karakters in deze trilogie. “Jezus had misschien een vrouw moeten zijn, zegt de jongen, want dan zou de wereld anders, beter zijn geweest”.

Wat een fenomenale romancyclus is dit. Jón Kalman Stefánsson behoort tot het allerbeste wat ik ooit las. Verras uzelf en koop dit werk maar begin wel vooraan. Ik zweer u, net als ik zult u gaan houden van de jongen, van Geirthrud, Kolbein, Alfheid en Jens. Magisch…

Tot slot nog een enkel woord over de vertaling. Wie zo lovend over een schrijver spreekt moet zich realiseren dat ook de vertaler een geweldige prestatie heeft geleverd. Dit werk is omgezet naar het Nederlands door Marcel Otten, die veel Scandinavisch werk vertaalt. Slechts weinigen zullen de brontaal machtig zijn, dan lees je het wel in het IJslands. Maar deze vertaling verdient meer dan alle lof, Kalman Stefánsson had zich geen betere tolk kunnen wensen.

 

 

Enno Nuy, november 2012