Uitgeverij Koppernik, 228 pagina’s

Wat je noemt een dystopische roman die thuishoort in het rijtje 1984 en Brave new world. Een verrassend goed boek trouwens van een schrijfster die ik niet kende. De Zweedse Boye is vooral bekend gebleven door haar dichtwerk. Dat ze geen ruime bekendheid geniet is niet zo vreemd aangezien ze helaas in 1941 zelfmoord pleegde. Deed ze dat omdat ze de wereld die ze in dit boek zo navrant beschreef daadwerkelijk vreesde of waren er andere redenen voor haar drastisch besluit? Ze woonde samen met haar Joodse vriendin Margot Hanel die ze in Berlijn had ontmoet en die haar naar Stockholm was gevolgd. We zullen nooit weten wat haar ertoe bracht op 41 jarige leeftijd uit het leven te stappen. Hoe tragisch dat Margot Hanel ruim een maand later eenzelfde beslissing nam!

In deze unheimische maar zeer intelligent geschreven roman is sprake van een wereldstaat die de kenmerken van een stalinistische en een nationaalsocialistische staat heeft. Twee van de meest misdadige ideologieën van de moderne mens waarmee de schrijfster in de jaren dertig kennis maakte. Een onaangenamer klimaat dan in deze roman geschetst is nauwelijks denkbaar ook al lijken alle ‘medesoldaten’ zoals burgers hier worden genoemd zich zonder protesten neer te leggen bij hun samenleving waarin vrij reizen is afgeschaft en mensen elkaar bij de autoriteiten aangeven als ze het belang van de staat geen absolute voorrang verlenen. De politie is met oog en oor tot in de slaapkamers aanwezig. Kinderen blijven hooguit de eerste zeven, acht jaar bij hun ouders en worden dan elders ondergebracht waarbij ze ook van hun vriendjes en vriendinnetjes worden gescheiden. Iedereen lijkt ondergronds te werken en mensen lijken ook geen geografisch begrip meer te kennen. Een militaristische samenleving met een pathologische angst voor spionnen en verraders. Een wonder dat er in die samenleving blijkens het verhaal van deze roman kennelijk toch nog moordenaars, dieven en meinedigen voorkomen. Dat lijkt me een gevaarlijke, ja ronduit suïcidale levenshouding. De repressie is immers absoluut en totaal. Zoals onder Stalin, zoals onder de bruinhemden.

En de ultieme perversie is de uitvinding van chemicus Leo Kall, die een drug heeft ontwikkeld die mensen ertoe brengt hun geheime gedachten prijs te geven en hun ware motieven voor hun (staatsgevaarlijke) gedachten en handelingen te onthullen. De uitvinder werd de naamgever van het middel, dat de titel van deze roman werd. Een sleutelscène van de roman is deze waarin Kall oreert: “Als er reden was voor mensen om elkaar te vertrouwen zou er nooit een Staat zijn ontstaan. Het heilige en noodzakelijke fundament van de Staat is ons gegronde wantrouwen jegens elkaar. Wie dit fundament verdacht maakt, maakt de Staat verdacht”. Hier is de mens als individu vermoord, teruggebracht tot de vraag in welke mate het individu de staat ten dienste zal zijn. Grappig is dat de schrijfster niet de fantasie had om op computers lijkende apparaten te verzinnen die in een oogwenk alle gewenste informatie konden uitspugen. In de door haar geschetste politiestaat vormen kaartsystemen nog steeds het belangrijkste instrument.

Ik ga hier verder niet in op enig detail uit deze roman en zal de plot geheel voor mijzelf houden. Behalve dan dat de hoofdpersoon, als het erop aankomt, vooral door jaloezie gedreven wordt, hoeveel moeite hij zich ook getroost daar een ideologische draai aan te geven. Maar zeker is dat deze Karin Boye een indringende roman heeft geschreven. En even zeker als doodzonde is haar zelfmoord, waarom heeft ze niet verder willen leven, waarom heeft ze niet meer boeken of gedichten willen schrijven? Zoals gezegd, we zullen het nooit weten.

Deze roman werd adequaat vertaald door Bart Kraamer. Een positieve verrassing nadat hij broddelwerk had afgeleverd met het vertalen van de romancyclus van Jan Guillou. Gelukkig maar, hij kan het dus wel. Maar mijn laatste woorden zijn weer voor Karin Boye die in mijn ogen had kunnen uitgroeien tot een van de grote Europese schrijvers. Met dit Kallocaïne heeft ze een imposante literaire prestatie geleverd. Ik heb deze roman, ondanks de zwaarte van een extreem nare samenleving, in een ruk uitgelezen.

 

Enno Nuy
Augustus 2021