Sebald, W.G. – Austerlitz

Sebald, W.G. – Austerlitz
De Bezige Bij, 333 pagina’s
Vertaald door Ria van Hengel
Dit boek van de Duitse schrijver W.G. Sebald (1944-2001) verscheen in 2001 en ik vond het meteen een van de beste boeken die ik ooit las. Nu, vijfentwintig jaar later besluit ik tot herlezen. De op Ludwig Wittgenstein gelijkende Austerlitz, docent aan een kunsthistorisch instituut in Londen, voert in de tweede helft van de jaren zestig lange maar nooit persoonlijke gesprekken met de schrijver tot ze elkaar uit het oog verliezen om elkaar pas na twintig jaar weer te ontmoeten. Wie was deze Austerlitz die pas op zijn vijftiende te horen kreeg hoe hij heette?
Hij groeide op in Bala in Wales, bij een steile dominee en zijn zwijgzame vrouw, die hem in 1939 in huis namen, in een kille omgeving, gespeend van liefde of warmte. De rector van zijn school onthult hem zijn ware naam: Jacques Austerlitz. We leren dat ook Fred Astaire zo heette. Het is opmerkelijk en ook wel jammer dat Sebald niet op het Nederlandse Austerlitz is gestuit, dat met zijn Napoleontische geschiedenis eigenlijk wonderwel paste bij zijn enigmatische hoofdpersoon, al was het maar vanwege de geschiedenislessen van master Hillary.
Ik kan enorm genieten van Sebalds beschrijvingen van het leven, de merkwaardige karakters en de natuur in Wales, Bala Lake en Andromeda Lodge. Wonderlijk hoe fraai gedetailleerd zijn beschrijvingen zijn. En ofschoon veel aan een directe werkelijkheid refereert, moet hij toch ook over een levendige fantasie hebben beschikt.
Austerlitz heeft aan het begin van deze roman besloten dat hij zijn verhaal wil vertellen en dat Sebald een logische of in ieder geval toch aanvaardbare luisteraar zou zijn. Concrete redenen daartoe zijn er niet, vermoedelijk vertrouwde Austerlitz op zijn intuïtie. Ze ontmoeten elkaar in de tweede helft van de jaren zestig volstrekt toevallig op het (in mijn ogen wanstaltige) Centraal Station van Antwerpen. Gedachten over en herinneringen aan zijn vroegste jeugd verdrong hij maar later in zijn leven kreeg hij daardoor te maken met hallucinaties tot hij in 1992 instortte. Hij wil niet vertellen hoe hij dat rampjaar doorkwam. Dan herinnert een toevallige radio-uitzending hem eraan dat hij in 1939 met een speciaal transport vanuit vermoedelijk Praag als vluchtelingenkind van Joodse ouders in Harwich aankwam. Waarna Austerlitz op onderzoek uitgaat. En in zijn ouderlijk huis zijn vroegere kindermeisje terugvindt.
En dan tuimelt het verhaal plots de navrante geschiedenis van de Holocaust in. En niet voor het eerst dringt tot me door dat deze zo precies geformuleerde geschiedenis buitengewoon spannend om te lezen is. Terwijl je natuurlijk donders goed weet wat er komen gaat. Austerlitz leert een studiegenote, Marie, kennen, ze hebben een soort liefdesrelatie maar Austerlitz kan zich niet geven, hij wordt bedreigd door zijn herinneringen, herinneringen die hij niet eerder had kunnen hebben, hij wist niet wie hij was, hoe hij heette.
Uiteindelijk bemachtigt hij een foto van zijn moeder maar hij komt niets te weten over haar afschuwelijk lot. Hij vertrekt naar Parijs om te achterhalen welk lot zijn vader beschoren was. En zoals we weten komt de naam Austerlitz nogal eens voor in die prachtige metropool. In zijn laatste relaas, ik zou haast zeggen slotpleidooi, vertelt Austerlitz dat “muziek mij mijn leven lang nooit heeft kunnen raken”. Over zo’n zin kan ik lang nadenken, hoeveel inspiratie en misschien zelfs hoop had deze uiteindelijk toch getroebleerde mens niet juist aan muziek kunnen ontlenen? Nu ja, voor mij is een leven zonder muziek nu eenmaal ondenkbaar.
Ook van zijn vader vindt Austerlitz geen enkel spoor en als hem sindsdien niets fataals overkwam zoekt hij als de eeuwige en wandelende jood tot de dag van vandaag nog verder. Maar de verschrikkingen van de Holocaust zijn nu eenmaal onverbiddelijk en ontzagwekkend. Of Austerlitz en Sebald elkaar hierna nog eens troffen is alleen al vanwege het verongelukken van de schrijver zeer onwaarschijnlijk.
In deze verbluffende roman, wat is werkelijkheid, wat is waarheid, kom ik aardig wat onbekende termen tegen, zoals kombof, holkeel, homiletiek, ostracisme, collaar, oubliette, spalier, vertico, patelot, proscenium, paroxisme, miasma, vroondienst, scrofuleuze misvormingen, fluografie, diafanisering,
Woorden waarvan ik de betekenis toch moest opzoeken. En in de laatste pagina’s citeert Sebald kolonel Chabert die in een massagraf van een van de Napoleontische oorlogen werd gegooid terwijl hij nog leefde. Maar het citaat is in het Frans en zoals Austerlitz hele boeken las zonder te taal waarin ze geschreven waren te beheersen, zo verlangt Sebald van ons dat we zelf onze weg maar zoeken in die Franse tekst. Van iedere andere schrijver zou dit mij mateloos ergeren maar Sebald kan ik niets kwalijk nemen. Ja, hij is een intellectueel getuige zijn boeken waarin steevast en altijd de Holocaust op een of andere manier een rol in speelt, maar ze zijn stuk voor stuk fascinerend en de verbeelding tartend. Sebald heeft, zo lijkt mij, altijd een problematische verhouding tot zijn vaderland en zijn landgenoten gekend. Hij schaamde zich voor de geschiedenis van Duitsland en meende dat met name zijn kunstbroeders in de literatuur zich te weinig lieten horen. Of dat laatste helemaal terecht is vind ik lastig te beoordelen. In mijn ogen heeft Duitsland en hebben de Duitsers zich serieus ingespannen om inhoud te geven aan hun Vergangenheitsbewältigung. Ze zijn daarin zelfs een beetje doorgeslagen getuige de houding van Duitsland tegenover de genocide van Netanyahu in Gaza. Maar dit laatste ter zijde.
Dit boek is gelardeerd met zwart wit foto’s, opnames van specifieke voorvallen die Sebald beschrijft. Het is alsof hij zeggen wil: ‘kijk maar, ik verzin dit niet, het is echt zo gegaan’. Maar de figuur Austerlitz is aan zijn schrijversbrein ontsproten, zo lijkt mij toch. Een wonderlijke en treurige figuur. Maar terug naar die foto’s. Zij waren er duidelijk eerder dan de tekst en het grappige is dat je dat vergeet zodra je zo’n foto ziet die naadloos aansluit bij de tekst. Een vreemd soort zelfbedrog want het is de schrijver die zijn woorden naadloos laat aansluiten op de foto’s natuurlijk. Tenminste, naar mijn stellige overtuiging waren de foto’s er eerder dan de tekst en het is verbazingwekkend te constateren dat Sebald dus over een enorm fotoarchief moet hebben beschikt met opnames waar hij wellicht ooit eens gebruik van wilde maken. Wel is het jammer dat die foto’s overwegend zwart zijn terwijl er software is om ook zwart-witfoto’s veel meer prijs te laten geven van wat de camera allemaal wel degelijk registreerde. Maar wellicht was de techniek twintig jaar geleden nog niet zo ver.
Austerlitz is een fascinerende roman die niets aan actualiteit of urgentie heeft ingeboet. Ik hoop dat Sebald gelezen blijft worden, hij verdient het, zijn bloemrijke proza verdient het, zijn onderwerp verdient het. Wat een prachtig werk!
Enno Nuy
April 2026