Nuy, Enno – Rechtsextremisme aan de kaak stellen of doodzwiigen?

Rechtsextremisme aan de kaak stellen of doodzwijgen?
In de NRC van 7 juni 2026 schrijft filosoof en activist Chris Julien een interessant artikel waarin hij betoogt dat ook de journalistiek beter een cordon sanitaire rondom rechts-extremisme bouwt dan door middel van onderzoeksjournalistiek zulk gedachtegoed aan de kaak stelt. Julien stelt vast dat naarmate de journalistiek meer schrijft over de achtergronden van rechts-extremisme, zulk gedachtegoed steeds normaler wordt, lijkt te worden. Niet alleen dat vaker erover schrijven speelt zulk gedachtegoed in de kaart, ook het voortdurend ontmaskeren en stellen van grenzen lijkt alleen maar contraproductief te werken.
Julien schrijft: “Per saldo is het effect van alle ophef over de zoveelste uitspatting van een uiterst rechtse politicus, dat de groep die zulke standpunten huldigt groter lijkt dan ze is. Zo verschuift de indruk van wat gezegd mag worden, welke emoties het daglicht kunnen verdragen én wie het meerderheidsstandpunt vertegenwoordigt. Dat zelfs de kritiek die indruk niet weg kan nemen, is het geheime wapen van uiterst rechts.” Ik onderschrijf de constatering van Julien dat de populist immuun lijkt voor rationele kritiek. Die reageert laconiek op de streep in het zand, de morele aanklacht en het feitenrelaas met de ultieme populistische uitdaging: “wat ga je eraan doen dan?”
Vervolgens concludeert de schrijver dat een cordon sanitair het beste antwoord op rechts-extremisme is. Maar dat werkt alleen als alle betrokkenen daaraan meedoen. Als er één kikker uit de kruiwagen springt, wordt de ban gebroken. En van de journalistiek, stelt Julien, mogen we het goede voorbeeld verwachten en dat noodzaakt een andere taakopvatting. Naast transparantie en duiding gaat die over het obscuur maken en onttrekken aan aandacht van de afzenders van ontoelaatbare opvattingen.
Op zo’n artikel kun je heel lang kauwen en ik ben het er onmiddellijk mee eens dat je niet op iedere lap rood vlees hoeft te reageren. En dat het risico dat journalistieke aandacht een beweging groter kan maken een gekend fenomeen is. Denk maar aan de Johan Derksen mantra: “het kan me niet schelen wat ze over me lullen, als ze maar over me lullen”. Maar klopt de redenatie van Julien? Ik heb er zo mijn twijfels over.
Het is een gegeven dat het rechtspopulisme wereldwijd heel attractief lijkt geworden. En we zien ook dat de sociaaldemocratie er nergens in is geslaagd met een passend antwoord te komen. Enerzijds wordt dat veroorzaakt doordat de sociaaldemocratie geen goede antenne meer lijkt te hebben voor de noden van de moderne burger. Maar er is meer aan de hand. De democratie wordt niet langer gezien als een de enige uitweg uit maatschappelijke onrust of oplossing voor grotere samenlevingsproblemen. En al helemaal niet voor migrantenbewegingen die over de hele wereld tot extremistische en vooral onverdraagzame uitingen en protesten leidt. Sterker nog, steeds meer mensen voelen zich aangetrokken tot de illiberale democratie van Orban en zijn volgelingen, steeds vaker horen we de roep om een autoritaire leider hetgeen maar weer eens bewijst dat de mens niet leert van de eigen geschiedenis. Zijn we hier schoorvoetend op zoek naar een despoot, in de Verenigde Staten is zo’n despoot inmiddels al enkele jaren bezig met zijn sloopwerkzaamheden. En wereldwijd zien we dat vooral élitair links’ overal de schuld van krijgt. Dat gaat zo ver dat zelfs als de sociaaldemocratie wel eens een goed antwoord weet te formuleren, zulk een antwoord onmiddellijk dood slaat op de overheersende gedachte dat links volk per definitie niet te vertrouwen is. Voor een deel heeft dit te maken met het gegeven dat de sociaaldemocratie zich in de achterliggende decennia heeft vervreemd van het arbeidersdeel van de bevolking en ook hier speelt de migratieproblematiek een grote rol. Het was Bolkestein die de asielzoeker in het middelpunt van de politiek plaatste, niet Joop den Uyl of Wouter Bos. Sterker nog, de sociaaldemocraten liepen weg voor zulke discussies. Ik laat dit punt hier voor wat het is: de burger wil alleen nog maar horen dat niet naar zijn stem geluisterd wordt en is steeds meer bereid zijn toevlucht tot geweld te nemen. De ratio heeft hier niets meer te zoeken, niemand is geïnteresseerd in de werkelijke cijfers achter asielzoekers en migratiestromen. De onderbuik regeert.
En dan is er natuurlijk ook nog de sterke neiging van de moderne burger wereldwijd geloof te hechten aan talloze samenzweringstheorieën. En ook hier krijgt de rationeel denkende burger alle verwijten naar de kop geslingerd: het is de linkse elite die de Europese beschaving wil omvolken, die een hekel heeft aan de eigen cultuur, die achter de schermen aan alle touwtjes trekt en die zich achter diezelfde schermen schuldig maakt aan de meest walgelijke uitspattingen: babymoord, reptielgedrag, moslims naar binnen halen en wat al niet meer. Ik ga er hier niet verder op in maar keer terug naar de vraag of de journalistiek daadwerkelijk een rol zou moeten spelen in het door Julien zo wenselijk geachte cordon sanitaire.
Want hoe begrijpelijk ik de houding van Julien ook vind, ik ben het radicaal oneens met hem. Ik zal u zeggen waarom. Geboren in 1950, groeide ik op in een sterk verzuilde samenleving. Die zuilen vormden bepaald geen communicerende vaten, iedereen preekte voor eigen parochie. Mede onder invloed van de emancipatie van jongeren en studenten in de jaren zestig en zeker ook onder invloed van de 1968-generatie werden die zuilen langzaam maar zeker afgebroken en even leek het erop alsof zich een politieke lente aankondigde. Wij worden babyboomers genoemd en krijgen inmiddels de schuld van alles wat er fout is aan onze moderne samenleving. Nu ben ik de eerste om toe te geven dat 1968 vooral de verbeelding aan de macht bracht en dat er in werkelijkheid knap weinig echt of essentieel veranderde. De onderstroom immers was het kapitalisme, de tot nog toe meest succesvolle economische ideologie die ik hier voor het gemak van de discussie heel kort en bondig definieer als: de vrije markt en eeuwige groei. Het is het kapitalisme dat de verhoudingen in de wereldeconomie stevig verankerd heeft en niets wijst erop dat daar ooit verandering in op gaat treden, hoe onvermijdelijk en noodzakelijk mij dat ook lijkt.
En de status quo van vandaag is dus een multipolaire wereld gebaseerd op kapitalistische principes waarin een klein groepje hyperkapitalisten of zoals ik ze liever noem roofkapitalisten alle macht en zeggenschap naar zich toetrekt, een wereld die draait om de nieuwe godheid AI. Groeide ik nog op in een wereld waarin het goede tegen het kwade streed in de vorm van de Amerikaanse kapitalisten tegen de Russische communisten, momenteel zijn er meer actoren op het geopolitieke toneel waar de Chinezen zich nadrukkelijk aan het internationale front hebben gemeld. Daarnaast zijn er nog enkele regionale grootmachten die ook aan deuren beginnen te rammelen. En die nieuwe geopolitieke verhoudingen vormen bepaald geen gunstige voedingsbodem voor democratische krachten. Hier voeren andere principes de boventoon: weg met regulering, weg met consumentenbescherming, weg met klimaatbeheersing, weg met migratie en in de VS zelfs weg met wetenschap. In de wereld waarin ik opgroeide vertegenwoordigden de Verenigde Staten de absolute top in universiteiten en wetenschappen. In een paar jaar tijd is Trump erin geslaagd de Amerikaanse wetenschappen vrijwel totaal onderuit te schoffelen. Ooit krijgen we daarvoor de rekening gepresenteerd. Wat het meeste zorgen baart: in de VS is niemand in staat deze rampzalige ontwikkelingen een halt toe te roepen.
Met andere woorden: het rechts-extremisme is zo succesvol omdat de nieuwe geopolitieke verhoudingen dat dwingend opleggen. Niet voor niets houdt het moderne imperialisme van de VS in dat ze zich steeds nadrukkelijker bemoeien met binnenlandse ontwikkelingen van andere mogendheden en daarbij de illiberale bewegingen steeds nadrukkelijker gaan promoten, ondersteunen en zelfs financieren. Ze hebben de wind mee, zijn zich daar zeer van bewust en zijn immuun voor kritiek uit de eigen nationale omgeving. Ze beseffen donders goed dat ze deel uitmaken van een internationale stroom die niet meer te stuiten lijkt.
Daar komt bij dat de verzuilde samenleving weer helemaal terug van weggeweest is. Iedereen communiceert nog slechts in de eigen bubble, bij voorkeur online. Er vindt op het niveau van de publieke ruimte nauwelijks nog discussie plaats tussen de verschillende bloedgroepen en er is een zeer forse cancelcultuur tussen elkaar bestrijdende facties ontstaan waarbij niet alleen schelden over en weer in zwang is geraakt maar mensen zeer frequent dreigen met geweld jegens de andersdenkende. Ons beschavingsniveau is gedaald naar net boven het nulpunt en het lijkt wel alsof homo sapiens steeds vaker een eencellig wezen is geworden.
Tijd om eens naar de journalistiek te kijken. We zien dan dat de kiezer die gevoelig is voor de rechts-extremistische boodschap geen main stream media leest. Deze media worden weggezet als steunpilaren voor elitair links en verspreiders van nepnieuws. Alleen al daarom ben ik van mening dat de aantrekkingskracht van rechts extremistisch gedachtegoed niet kan worden veroorzaakt door goede onderzoeksjournalistiek. Er is dan ook voor de journalistiek geen enkele reden om een cordon sanitaire in te richten. We hebben in Nederland gezien hoe het cordon sanitaire tegen Wilders mislukte omdat op een gegeven moment grote partijen als de VVD en het CDA dat cordon doorbraken. Dat Wilders er vervolgens niet in is geslaagd om ook maar iets van zijn verkiezingsbeloften waar te maken maar simpelweg twee keer achter elkaar voor zijn verantwoordelijkheid wegliep, maakt op zijn electoraat totaal geen indruk. Hij blijft onverminderd populair bij zijn achterban en bovendien wemelt het van de rattenvangers waar het electoraat even zo gretig weer achteraan holt.
Ook in België voltrok zich eenzelfde soort proces. Het Vlaams Blok liep tegen een ogenschijnlijk zeer sterk cordon sanitaire aan en wordt vooralsnog buiten iedere coalitie gehouden. Maar kreeg de beweging in 2014 voor het Vlaams parlement slechts 6 zetels, in 2019 waren dat er al 23 en in 2024 zelfs 31.
Zo effectief is zo’n cordon sanitaire dus niet en ook het electoraat lijkt zich daar helemaal niets van aan te trekken. Als Wilders niet levert vindt het electoraat het geen enkel probleem om zijn stem te gunnen aan een nog veel extremistischer partij als FvD, ook al wil geen enkele partij met deze club in zee gaan.
Recentelijk heeft de NRC uitstekende onderzoeksjournalistiek naar de handel en wandel van FvD verricht en in kaart gebracht. Artikelen van het de krant over FvD richtten zich op de volgende actuele thema’s:
- De ‘remigratietop’ in Portugal (eind mei/begin juni 2026): De krant berichtte uitgebreid over de aanwezigheid van FvD-leider Lidewij de Vos op een internationale bijeenkomst over remigratie. Volgens NRC vond daar een openlijke verbinding plaats met extreemrechtse en vrouwenhatende groeperingen. De partij zou zich hierdoor steeds verder in de extreemrechtse hoek manoeuvreren.
- Landelijke radicalisering: Analisten en columnisten in de krant stellen dat FvD niet langer als een ‘normale’ of reguliere democratische partij kan worden behandeld. De opvattingen van de partijtop worden in het NRC gekenschetst als radicaal en onverenigbaar met de gangbare democratische normen.
- Lokale incidenten: Daarnaast brengt de krant regelmatig berichtgeving over controverses op lokaal niveau, zoals FvD-raadsleden die in opspraak raken wegens het tonen van racistische symbolen.
Het complete, actuele nieuwsoverzicht en achtergrondverhalen van de krant over de partij zijn te raadplegen via het Dossier Forum voor Democratie van de NRC.
Filosoof Julien is dus van mening dat de NRC er beter het zwijgen toe deed en mij lijkt dat levensgevaarlijk. Ik betoogde al dat de rechts-extremist de main stream media links laat liggen, niet leest, verwerpt als acceptabel informatieplatform. Daarmee is het zeer onaannemelijk dat de main stream media die onderzoek doen naar de bewegingen van rechts-extremistische partijen bijdragen aan het verspreiden van de populariteit van zulk gedachtengoed. Maar veel belangrijker nog vind ik de taak van de (onderzoeks)journalistiek. Stel mij in staat te volgen hoe de maatschappelijke verhoudingen zich ontwikkelen binnen onze parlementaire democratie, breng in kaart welke ontwikkelingen een bedreiging voor die parlementaire democratie kunnen worden en toon mij met welke andere maatschappelijke actoren in binnen- en buitenland extreemrechtse personen en instellingen contacten leggen en hun invloedssferen proberen te vergroten.
Het is van het grootste belang dat het publiek tijdig en volledig op de hoogte gebracht wordt van belangrijke ontwikkelingen die mogelijkerwijze een bedreiging vormen voor de democratische rechtsorde. Die informatie is nu juist van essentieel belang om als kritische burger een positie in te nemen tegenover zulke ontwikkelingen. Daarover zwijgen omdat zulke ontwikkelingen mogelijkerwijs zouden kunnen profiteren van journalistieke aandacht, en dat moet nog maar eens bewezen worden!, is een levensgevaarlijke strategie omdat die rechts extremistische bewegingen de journalistieke aandacht van de main stream media helemaal niet nodig hebben om te groeien. Zij groeien immers tegen de verdrukking in.
Dus ik zou een sterk pleidooi willen houden voor de journalist: houd je aan je eigenlijke taak en houd je aan het Handvest voor Journalistiek! Zonder journalistiek zou het voor mij volstrekt onmogelijk worden zicht te krijgen op alle maatschappelijke bewegingen die een gezonde democratie kunnen beschermen of bedreigen. Ik zou als kritisch burger in een levensgevaarlijk informatie vacuüm terecht komen. Door actief mee te doen aan een cordon sanitaire, tegenover welke ontwikkeling dan ook, leidt ertoe dat de journalist zijn eigenlijke taak: eerbied voor de feiten en voor het recht van het publiek op de waarheid, niet meer naar behoren kan invullen. Daarmee wordt het middel erger dan de kwaal.
Enno Nuy
Juni 2026