Zweig, Stefan – De ballingschap van Stefan Zweig

Zweig, Stefan – De ballingschap van Stefan Zweig
Brieven, dagboekaantekeningen en lezingen
Keuze en inleiding Stefan van der Poel
Vertaald uit Duits en Engels door Bart van Kreel
Uitgeverij IJzer, Utrecht, 221 pagina’s
Toen Stefan Zweig samen met zijn vrouw Lotte Altmann op 23 februari 1942 zelfmoord pleegde – we weten dat zeker, hij liet een afscheidsbrief achter – vond Thomas Mann die suïcide “dwaas, slap en smadelijk”. Ach ja, blaaskaak Thomas Mann vond wel meer. Dit boek begint met een uitstekende inleiding door de samensteller ervan, Stefan van der Poel. Daarin legt hij een verband tussen het Europa van de jaren dertig en de wereld van vandaag. Ook wij worden in onze kern en ons hart bedreigd maar dit keer lijken de donkere wolken essentiëler van aard. Het voortbestaan van onze planeet is in het geding en er is geen Petropolis meer waar wij ballingschap zouden kunnen krijgen. En nog maar eens stoor ik mij mateloos aan de harteloosheid van Thomas Mann, die van zichzelf zo voldane ijdeltuit. Thomas Mann begreep niets van Stefan Zweig en hij had zijn vervelende mond moeten houden!
Stefan Zweig schreef tussen de dertigduizend en vijftigduizend brieven. Duizelingwekkende getallen voor iemand zoals ik die toch graag en gretig correspondeert. Maar ik verbleekbij Zweig die gemiddeld drie brieven per dag schreef over een periode van veertig jaar! Ook opmerkelijk is dat Richard Strauss geen gehoor gaf aan de oproep van Zweig om internationale solidariteit, juist van schrijvers en kunstenaars. Wel blijft hij Zweig verzoeken om een nieuw libretto, onderwijl contacten onderhoudend met Hitler en Goring. Je moet maar durven!
In een brief van 16 februari 1938 laat Zweig zien dat hij griezelig nauwkeurig wist te voorspellen wat Hitler de komende jaren in petto had. In een latere brief datzelfde jaar schrijft hij dat zijn arme vrouw al langer niet erg bevriend met de waarheid is. Hier was een toelichting toch wel op zijn plaats geweest. In diezelfde brief schrijft Zweig, ten einde raad, dat hij, als hij zou kunnen, deze stad (London) en zelfs deze wereld zou ontvluchten. Vier jaar later zou hij de daad bij het woord voegen!
In De Europese gedachte in haar historische ontwikkeling mijmert Zweig over de menselijke geschiedenis, over het mislukken van de Toren van Babel, over de pogingen van de Romeinen om in heel hun machtsgebied tenminste één taal te spreken. De enige keer in onze geschiedenis dat dat lukte maar ook het Imperium Romanum raakte in verval. Zweig schrijft: “onze drang naar een vorm van verheven verbondenheid en verbindende liefde, is altijd aanwezig en verandert alleen van gedaante.” Dat dit droombeeld met de komst van de nazi’s bruut werd verstoord, zal niemand betwisten. Maar kijk nu eens rond in onze tijd, ook wij zijn wel heel ver afgedreven van het toch wat al te romantische beeld van Zweig. De gemeenschappelijke taal werd vervangen door talloze nationale talen en in de 17de en 18de eeuw namen componisten het stokje over van schrijvers en dichters. Muziek vormde verbindende taal. De musicus als wereldreiziger. Maar steeds weer komt het geweld in opstand tegen de geest. Goethe voorzag al vrij verkeer van gedachten en gevoelens. Waar Zweig nog zag dat mensen in Europa afstand namen van bepaalde vormen van identiteitsdenken, kunnen we er niet om heen dat de nazi’s daar zo het hunne van dachten en vandaag de dag is dat identiteitsdenken sterker dan ooit tevoren. Nietzsche pleitte al voor een supranationaal Europa maar dat Europa werd nooit gerealiseerd.
Zweig geloofde in dat Europa en hoopte dat de Europese volkeren de handen ineen zouden slaan teneinde hun leidende positie in de wereld te behouden. De werkelijkheid van vandaag is echter een totaal andere en we zijn wel heel ver afgedreven van deze droom van Zweig. Bovendien, het is volstrekt onzinnig te suggereren dat één continent leidend in de wereld kan zijn. Zelfs de abjecte en afschuwelijke Amerikanen zijn dat niet!
Zweig vreest dat dichters, schrijvers en componisten hun idealen zien struikelen en erkent dat de nieuwe tijd vooral een tijdperk van techniek zal introduceren maar techniek heeft geen geest, de technische geest heeft geen vaderland en spreekt geen menselijke taal. De techniek geeft ons de mogelijkheid overal onmiddellijk bij te zijn, schrijft Zweig. En bedenk dat er toen nog geen sprake was van een computer, van internet of sociale media, laat staan van AI. Maar goed, Zweig mag dan een dromer zijn, hij begreep al heel snel dat Europa geen stap verder komt als die een of andere vorm van supranationale regie geen werkelijkheid wordt. En dat ben ik volgaarne met hem eens, ook al ziet het er vandaag de dag niet naar uit dat zo’n droom ooit werkelijkheid wordt.
In Het Wenen van gisteren memoreert Zweig de meer dan achttienhonderdjarige geschiedenis van Wenen en schetst hij de ongekende diversiteit en herkomst van haar bewoners door de eeuwen heen. Hoe wrang dat ook in het Oostenrijk van vandaag de xenofobie zich in zoveel steun en sympathie mag verheugen. Het zou Zweig een gruwel zijn geweest. Zweig: “Doordat bevolkingsgroepen zich zo onderling mengden, verloren tegenstellingen echter hun scherpe kantjes en werd alles hier zachter, welwillender, vergevingsgezinder, voorkomender een vriendelijker – meer Oostenrijks, meer Weens dus.” Kom daar vandaag de dag nog eens om!
Zweig schetst ons de muzikale tradities die in Wenen ontstonden en herinnert ons eraan dat Wenen zwaar belaagd uit de Grote Oorlog kwam. Voor die oorlog bestuurde Wenen vierenvijftig miljoen mensen, na die oorlog nog maar vier miljoen! En de keizer werd er verjaagd. Verbannen naar het buitenland. Maar Wenen hervond zich en bloeide op tot de stad door de bruinhemden werd gedegradeerd tot een onbeduidend provinciestadje! Zweig schreef een prachtige en waardige ode aan het Wenen van gisteren op het moment dat de nazi’s met hun smerige laarzen door de stad en de geschiedenis denderden.
Dit boek eindigt met de Oorlogsdagboeken uit 1939 en 1940, door Zweig in wanhoop geschreven. Hij schrijft: “Ik sta denk ik nogal alleen in mijn opvatting dat je zonder enig uitzicht op een goede afloop het einde met geen dag moet vertragen.” In 1940 besluit Zweig naar Brazilië te reizen, in Engeland komt hij niet meer aan werken toe en is de toekomst te onzeker. Steeds meer verliest Zweig alle hoop, wordt hij steeds wanhopiger. Opmerkelijk is de mededeling van Zweig dat er in een klein stadje als Bath bijna dagelijks rechtszaken tegen nazi-sympathisanten worden gevoerd. En nog opmerkelijker: het zou daarbij vooral om ongehuwde vrouwen gaan! Op de Eiffeltoren wappert dan reeds het hakenkruis.
Stefan Zweig ken ik natuurlijk van De wereld van gisteren, die prachtige autobiografie. En daarnaast ken ik hem vooral als steun en toeverlaat voor Joseph Roth die niet naliet zijn grote vriend voortdurend om geld te vragen. Zweig zou Roth nooit in de steek laten, hoe moeilijk hij het ook vond te moeten toezien hoe Roth zichzelf dood dronk. Stefan Zweig was een edel mens en een groot stilist als schrijver. En hij was vooral een overtuigd Europeaan die al heel vroeg zag dat Europa alleen als federatie zou kunnen bloeien of overleven. Tot de dag van vandaag is dat Europa nog steeds niet gerealiseerd. Maar Zweig maakte zich als geen ander sterk voor die Europese droom. Als geen ander kende hij de (Europese) geschiedenis en vreesde hij het tragische lot van de mensheid. Vooral zijn oorlogsdagboeken laten zien hoe wanhopig hij was en hoezeer hij leed onder de brute wreedheid van de nazi’s. Hij werd gedwongen Wenen te verlaten, in Londen voelde hij zich geen moment thuis en hij vreesde ook daar in ernstige problemen te geraken, door zijn Duitse ziel dan wel door zijn joodse achtergrond. Hij besloot naar Brazilië te reizen waar hij zich aanvankelijk welkom en thuis voelde maar hij moest al snel erkennen dat zijn ziel diep gekrenkt was door de naziterreur en de perverse geest van de bruinhemden. Dat hij samen met zijn vrouw besloot uit het leven te stappen lijkt onontkoombaar. En die afschuwelijke Thomas Mann maar oreren dat die suïcide ‘dwaas, slap en smadelijk’ was. Hij ging nog verder en schreef aan zijn dochter Erika: “Van verdriet kan hij zich niet gedood hebben, ook niet van ellende. Er moet wel het schone geslacht achter zitten, een of ander schandaal gedreigd hebben”. Ik verfoei Thomas Mann en weiger ooit nog iets van hem te lezen. Thomas Mann is een over het paar getilde ijdeltuit met een extreem naar karakter.
Stefan Zweig herinneren we ons als een groot schrijver en een kenner van de Europese geschiedenis, een dromer misschien maar een achtenswaardig mens die onze blijvende vriendschap verdient, al was het maar om zijn eindeloze steun aan die andere grote Europese schrijver Joseph Roth.
Enno Nuy
Augustus 2026