Illies, Florian – Als de zon ondergaat

Illies, Florian – Als de zon ondergaat
De familie Mann in Sanary
Uitgeverij Alfabet, 330 pagina’s
Van Florian Illies las ik al zijn boeken die vrijwel zonder uitzondering het interbellum als onderwerp of thema hebben. Niet zelden volgt hij in zijn boeken min of meer bekende kunstenaars en influencers die vaak een helder licht op hun tijd doen schijnen juist door en met hun talent om de tijdgeest aan te voelen of te duiden. Illies heeft er blijk van gegeven zijn materie goed te beheersen, hij is zeer goed gedocumenteerd en schrijft helder maar onversierd proza, geen geweldig stilist maar wel een bevlogen schrijver die met distinctie en liefde voor zijn protagonisten hun wederwaardigheden optekent. Een nieuw boek van Florian Illies koop ik dan ook onmiddellijk zoals dit boek over de familie Mann die de nazi’s ontvlucht en asiel vindt in onder meer Sanary aan de Franse zuidkust. Helaas bevat dit boek geen enkele foto uit die periode. Beschreven wordt het jaar 1933.
We komen als snel aan de weet dat Thomas Mann (1875-1955) een potentaat was. En zijn echtgenote Katia noemde zichzelf in haar briefhoofd Frau Thomas Mann! En dat Illies ook schrijven kan laat hij zien in zinnen als: “Zwaarmoedigheid is altijd al de schaduw geweest van zijn onrust, angst de echo van zijn brille, ijdelheid de camouflage van zijn eenzaamheid.” En: “In deze sombere Duitse februari wordt Klaus’ verlangen naar de dood steeds sterker, het dunne gordijn tussen leven en dood begint te wapperen.”
We komen te weten dat Nobelprijswinnaar Thomas Mann zichzelf als een historische figuur beschouwde. Een ander mocht het eens vergeten! En hij zit natuurlijk altijd aan het hoofd van de tafel. Zijn schoonmoeder noemt hem een ‘krentenkakker’. De dertienjarige zoon Michael zong niet mee toen zijn school het Horst Wessellied aanhief, hij moest ervan kotsen. Ik weet zeker dat ik mij op dertienjarige leeftijd nooit zou hebben kunnen onttrekken aan de groepsdwang van een hele school. Waarom kon deze Michael dat wel en waarom was hij in politiek opzicht al zo volwassen dat hij de nazi’s doorzag en er zelfs van moest kotsen? En accepteerden zijn medeleerlingen dat zomaar? En zijn onderwijzers?
En ondertussen mocht het vierde kind van de Manns, Monika, zich niet bepaald verheugen in belangstelling of liefde van haar ouders. Dat kon de “grote schrijver” niet opbrengen. Thomas hield vooral van zijn eerste kind, dochter Erika. En zijn op een na jongste, dochter Elisabeth, was zijn oogappel. Het is stuitend om te lezen hoe Thomas Mann zijn kinderen behandelde. Hij mag een groot schrijver geweest zijn, als vader was hij maar een klein mannetje. Over het paard getild ook nog eens als hij, eenmaal aangekomen in Frankrijk, noteert: “Ik vind alles in dit cultuurgebied armoedig, gammel, oncomfortabel en niet passend bij mijn levensstandaard.”
En Katia schreef, dit is nauwelijks te geloven!, aan haar Thomas: “Ik wil je nog een lief zoontje schenken, omdat ik met Bibi totaal niet aan je smaak heb beantwoord.” Hoe durfde ze zoiets afschuwelijks op papier te zetten? En Thomas gaf in zijn dagboek gewoon toe dat zijn zoon hem niet beviel! Maar de manier waarop de vader zijn zoon Klaus behandelt naar aanleiding van het eerste exemplaar van zijn literair maandblad is ronduit schokkend en schandalig.
Wat overigens opmerkelijk is, is het gegeven dat de kinderen Mann zich volledig laten onderhouden door hun, overigens niet onbemiddelde, vader. Geen van hen schijnt de noodzaak te voelen zelf in hun onderhoud te voorzien! En wat eigenlijk nog meer opzien baart is het gegeven dat Erika, Klaus en Golo Mann alle drie homoseksueel waren. Wat vond onze potentaat daarvan die alleen in zijn later verbrande dagboeken zijn homoseksualiteit en zijn fantasieën daarover durfde te benoemen? Nu ja, we worden wel iets gewaar als Thomas zijn oudste zoon en dochter per brief meldt dat hij zijn zoon heeft verzocht vrijwillig op de achtergrond te blijven (toen hij een jongeling had uitgenodigd op wie hij hevig verliefd was geraakt) “en mijn kringen niet te verstoren. Ik ben al oud en beroemd en waarom zouden alleen jullie op deze manier zondigen?”
Overigens, Thomas Mann, de grote schrijver, de Nobelprijswinnaar, heeft inmiddels wel begrepen dat de nazi’s hem niet terug zullen laten keren naar zijn vaderland maar hij heeft zijn pen nog niet opgepakt om het nationaalsocialisme te veroordelen. Dit tot grote woede en ergernis van zijn zoon Klaus. Pas jaren later, geëmigreerd naar de Verenigde Staten, zal hij in zijn grootheidswaan opschrijven: “ Waar ik ben, is Duitsland.” Thomas Mann gelooft daadwerkelijk dat de Duitsers hem terug zullen roepen, dat zijn afwezigheid in Berlijn wordt betreurd. In zijn grootheidswaan was hij toch behoorlijk van de werkelijkheid losgezongen. Joseph Roth schrijft aan Stefan Zweig: “Thomas Mann is gewoon naïef. Hij heeft geluk dat hij beter kan schrijven dan denken.” In september van dat gedenkwaardige jaar 1933 verhuist de familie Mann naar Zürich. Het verblijf in het idyllische Sanary loopt ten einde.
Waarom toch blijft deze eerste helft van de vorige eeuw mij zo fascineren? In de eerste plaats omdat zich in dat tijdsbestek twee wereldoorlogen in het hart van Europa voltrokken. Hoe kon een heel continent zo onvoorstelbaar over zichzelf struikelen. Maar ik ben ook gegrepen door de worsteling van talloze kunstenaars met datzelfde Europa. Zij zagen hun bakermat, hun bron van inspiratie bezoedeld en verkwanseld worden door onverantwoorde politici en volkshitsers, zij zagen hoe het volk misleid werd, zich vaak gretig liet misleiden en velen van deze kunstenaars werden vermorzeld door de nieuwe orde. De man in wie deze rampspoed leek te culmineren was, voor mij, Joseph Roth. Een geweldenaar!
Ook Illies schrijft over dit kunstenaarsgilde en ik kan er geen genoeg van krijgen. Het riskante van zijn aanpak zit juist in de combinatie van feit en fictie. De gebeurtenissen die hij beschrijft zijn historisch correct beschreven, daarover geen enkele twijfel. Maar zijn fictie ontstaat daar waar hij de gedachten en gevoelens van zijn personages deelt. Maar hij kon ze onmogelijk ooit lezen. We kijken dus door zijn bril naar deze personages en dat moet je je wel blijven realiseren. Het beeld dat hij schetst is wat mij betreft echter uiterst plausibel en geloofwaardig.
Maar aan Thomas Mann heb ik wel een zeer grondige hekel gekregen. Niet alleen was hij een potentaat, hij had gewoon een naar karakter en zijn omgang met zijn kinderen was ronduit schandalig. Buitendien was hij ook nog eens ongelooflijk hypocriet, bekrompen en extreem zelfingenomen. Illies schetst deze beroemde schrijver zoals hij zichzelf heeft laten zien zonder hem ook maar één keer daarom te veroordelen. Dat siert hem en laten we wel zijn: ik heb zijn oordeel ook niet nodig om het mijne te vellen. Bij mij gaat Thomas Mann in de ban! Heel wat meer respect heb ik voor de compromisloze Erika die haar broer Klaus door dik en dun steunt en haar vader na diens verraad van zijn zoon laat weten dat hij zijn zoon in het ongeluk heeft gestort, “meer dan een nazi in ‘zijn bespottelijke lompheid’ ooit zou kunnen”.
Florian Illies schreef een geweldig goed en prachtig boek over deze potentaat. Een heerlijk boek ook, een page turner zoals zijn voorgaande boeken ook al waren. Ik kijk nu al reikhalzend uit naar zijn volgende creatie.
Enno Nuy
Juli 2026