Haffner, Sebastián – Kanttekeningen bij Hitler

Haffner, Sebastián – Kanttekeningen bij Hitler
H.J.W. Becht, 196 pagina’s
Vertaald door Max de Metz

 

Ik las dit boek voor het eerst in december 1980, meer dan vijfenveertig jaar geleden. Deze maanden zijn min of meer bij toeval, een Haffner-reünie geworden, tijd dus om ook deze klassieker te herlezen. Haffner heeft zijn betoog fraai in scène gezet: via de successen en vergissingen van Hitler komen we bij diens fouten, misdaden en verraad. We gaan van kwaad tot erger.

Van Hitler (1889-1945) lees je altijd dat hij een niemand was en pas ergens in 1919 ontwaakte, hij was toen amper dertig. Maar hij moet de kwaliteiten en vaardigheden waarvan hij later blijk gaf natuurlijk altijd al bezeten hebben. Ik heb toch altijd het idee dat de oorlogsjaren van 1914 tot 1918 diepe sporen in zijn ziel getrokken hebben en dat hij de Vrede van Versailles als historisch onjuist, vernederend en krenkend heeft ervaren. Dat is in zijn troebele geest gaan gisten, het moest welhaast exploderen en al snel bleek hij over een duidelijk charisma te beschikken waar zelfs zijn vroegere meerderen voor vielen. Waar dat charisma nu vandaan kwam, we weten het niet en ik heb nog nooit een bevredigende verklaring daarvoor gelezen.

Haffner (1907-1999) schrijft dat Hitler vooral een eendimensionaal leven leidde en uiteindelijk niets anders dan een mislukkeling is gebleken. Maar ook: “Eerst wordt hij door de geschiedenis gemaakt, daarna maakt hij geschiedenis.” Maar, schrijft Haffner verder, het leven van Hitler was leeg: opleiding, beroep, liefde, vriendschap, huwelijk, vaderschap, niets van dat alles. “Een lichtgewicht- en wegwerpleven.” Die ene vriend die hij had, Ernst Rohm, liet hij doodschieten. Ontwikkeling en rijping van karakter en persoonlijkheid? Niet bij Hitler! Wel beschikte Hitler over wilskracht, durf, dapperheid en uithoudingsvermogen maar ook was hij meedogenloos, wraakzuchtig, trouweloos en wreed. Hij had een totaal gebrek aan zelfkritiek. En hij was een begaafd massaredenaar gebleken. Heel precies te dateren: op 24 februari 1920 hield hij zijn eerste rede voor een grote en uitzinnige menigte. Hitlers denken, aldus Haffner, was gestoeld op nationalisme en antisemitisme, dat hij vanaf het begin als een aangeboren bochel met zich meedroeg.

Grappig is dat Haffner voortdurend de eerste persoon meervoud hanteert: “Wij leggen er de nadruk op …” of “Laten wij proberen te begrijpen…”. En dat houdt hij het hele boek vol.

Al zijn ideeën omtrent de overgave van de Duitsers in november 1918, de noodzaak van een nieuwe oorlog om de eerdere fouten te herstellen, het vernietigen van links en het bieden van socialisme aan de arbeiders, het nationaalsocialisme, het vernietigen van het marxisme waaronder zich veel joden bevonden en daarmee ook het uitroeien van alle joden, al die plannen ontwikkelde en formuleerde Hitler al in 1919. Dat hij een kapitale denkfout beging door te suggereren dat de novemberrevolutie de oorzaak van de nederlaag terwijl ze juist nadrukkelijk het gevolg van die nederlaag was, tja die gedachte was duidelijk niet aan Hitler besteed. Hij besloot expliciet de geschiedenis ondergeschikt te maken aan zijn levensverhaal, hij was onvervangbaar en had geen opvolger.

Behalve een getalenteerd redenaar bleek Hitler ook een uitstekende organisator te zijn. Kijk naar de NSDAP en de SA. Daarnaast kreeg hij de Duitse economie weer aan de gang, geen geringe prestatie. Ook slaagde hij erin Duitsland te herbewapenen. Hoe het ook zij, Hitler wist negentig procent van alle Duitsers achter zich te verenigen. En hij bewees hen bepaald geen goede dienst toen hij de Duitse staat tot de grond toe afbrak en afzag van een grondwet. Bij alles wat Hitler ook was, een staatsman was hij niet.

Was Hitler volslagen onbekend tot 1930, zijn grote successen behaalde hij tussen 1930 en 1941 maar na 1941 vielen hem enkel mislukkingen ten deel. Het valt niet mee dit fenomeen te verklaren. Hitler bleef Hitler in deze drie perioden, hij verloor noch eigenschappen noch vaardigheden, ook zijn lichamelijke en geestelijke aftakeling kunnen de grote verschillen niet verklaren. Nee, zegt Haffner, de enige verklaring ligt in de weerstand die Hitler ondervond. Zijn successen behaalde hij op zwakke tegenstanders. De Weimarrepubliek was al op sterven na dood, Hitler bracht slechts de genadestoot toe. En de Europese landen die hij in die eerste oorlogsjaren onder de voet liep waren niet in staat zichzelf te verdedigen. Het ging pas fout toen hij Churchill, Stalin en Roosevelt als tegenstanders kreeg.

Haffner ziet Hitler niet als een fascist want, zegt hij, fascisme is de heerschappij van de hogere klassen, dus steunt op kunstmatig gekweekt enthousiasme van de massa. Hitler was een populist wiens macht volledig op de massa berustte.

In het buitenland beging men de kapitale fout Duitsland in 1918 niet te laten integreren in Europa en men liet het sterke Duitsland in takt in plaats van het (tijdelijk) op te delen. En inderdaad, in Versailles werden de Duitsers nodeloos beledigd en vernederd. De Britten besloten, ter compensatie, tot hun appeasement en legden daarmee Hitler geen strobreed meer in de weg. De verovering van de vele landen in Europa oogde wellicht spectaculair naar de Duitsers ondervonden er geen enkele tegenstand. De snelle verovering van Frankrijk, in zes weken tijd, daarentegen moest toch als een kolossaal militair succes beschouwd worden.

Prachtig is het citaat van Bismarck: “Wat zijn onze staten en hun macht en eer voor God anders dan mierenhopen en bijenkorven die door de hoef van een os vertrapt worden of die het noodlot in de gedaante van een bijenhouder achterhaalt?”

Voor Hitler waren niet staten maar volkeren en rassen belangrijk. En wie leven wil moet bereid zijn tot strijd. Wie niet wil strijden verdient niet te leven. Politiek is in Hitlers ogen oorlog en oorlog gaat om Lebensraum. En uiteraard overwint de sterkere de zwakkere.

Dan belanden we bij de vele vergissingen van Hitler en we beginnen bij zijn rassenleer. Om te beginnen heeft Hitler het begrip ras nooit eenduidig gedefinieerd. Hij gebruikt verschillende betekenissen door elkaar. Daarnaast wordt nogal eens over het hoofd gezien dat voor Hitler de rassenkwestie volledig was gekoppeld aan zijn antisemitisme. Rassenstrijd speelt zich niet alleen af tussen blanken en zwarten maar ok binnen blanke ras tussen Ariërs en joden.

Van Staten moest Hitler ook al niets hebben, hij erkende enkel rassen en volken. Hij meende dat oorlogen per definitie veroveringsoorlogen waren en erkende niet dat een oorlog, zo al noodzakelijk of onvermijdelijk, altijd in vrede moest eindigen. In zijn zucht naar Lebensraum zag Hitler over het hoofd dat technologische ontwikkeling misschien wel veel belangrijker was. Dat religie de bindende kracht tussen joden bepaalde is nooit tot Hitler doorgedrongen. En ook de Joodse samenzwering om alle Ariërs uit te roeien was een deerlijke vergissing en een uitvinding en verzinsel van Hitler zelf.

De wereld zoals die er nu uitziet is het werk van Hitler, schrijft Haffner en ik ben sterk geneigd hem daarin gelijk te geven. Maar Hitler heeft niets tot stand gebracht van wat hij voor ogen had. Hij heeft alleen maar schade aangericht en daarin lijkt hij sterk op onze Trump. Niets gepresteerd, enkel schade. Hitler wilde Duitse hegemonie om te beginnen in Europa maar hij maakte de fout de grootste vrienden van Duitsland, de joden, te haten en uit te willen roeien. En zijn twee andere fouten waren natuurlijk de oorlogsverklaringen aan Rusland en de VS in 1941. Na de verpletterende overwinning op Frankrijk maakte Hitler bovendien de kapitale fout niet te investeren in een nieuwe Europese werkelijkheid onder Duitse hegemonie. En vredesverdragen waren al helemaal niet aan hem besteed.

Hitler besloot in juni 2941 Rusland aan te vallen en was zo overtuigd van een snel succes dat hij niet de moeite nam rekening te houden met de Russische winter. Toen hij eind 1941 inzag dat zijn Ruslandplannen volledig mislukt waren verklaarde hij, onvoorstelbaar eigenlijk, Amerika de oorlog. En als de Duitse hegemonie in Europa hem definitief ontglipt richt hij zich op het uitroeien van de joden.

Wat betreft de misdaden van Hitler hoeven we niet moeilijk te doen: hij was een massamoordenaar. Zijn massamoorden werden tijdens de oorlog begaan maar het waren geen oorlogshandelingen. Opmerkelijk is het oordeel van Haffner over Neurenberg: “Een ongelukkige vertoning waaraan tegenwoordig niemand graag meer terugdenkt”. Ook de overwinnaars hadden oorlog gevoerd en overtredingen begaan, schrijft Haffner. De beklaagden vooral veroordeeld wegens het feit dat ze een oorlog hadden verloren. Van wat ik over Neurenberg heb gezien en gelezen viel me vooral op hoe snel deze processen al plaatsvonden, waardoor er veel te weinig voorbereidingstijd werd gereserveerd en hoe rommelig de processen verliepen. Lees in dit verband maar eens Het schrijverskasteel van Uwe Neumahr. Laten we wel zijn, zegt Haffner, de VS en Rusland voerden natuurlijk ook een veroveringsoorlog en in de Koude Oorlog gingen ze daar vrolijk mee door.

De Endlösung werd zoveel mogelijk geheim gehouden omdat Hitler, die nooit een schriftelijk bevel tot de jodenvernietiging had gegeven, donders goed wist dat hij niet op de steun van het volk kon rekenen. Haffner is heel duidelijk en beslist als hij schrijft: zodra Hitler begreep dat hij Rusland niet op de knieën zou krijgen en de oorlog wellicht zou verliezen, concentreerde hij zich onmiddellijk op de vernietiging van de joden.

Het laatste hoofdstuk is gewijd aan het verraad van Hitler. De Russen hebben natuurlijk ongelooflijke verliezen geleden (tussen twaalf en twintig miljoen doden) maar Rusland is nu wel een van de supermachten. In Polen vielen zes miljoen doden van wie helft Joods was. Maar Polen is inmiddels een geografisch ingekaderd land en bovendien nationaal meer verenigd dan ooit tevoren. Er zijn tussen vier en zes miljoen joden vermoord maar de joden hebben inmiddels wel hun eigen staat. In de ogen van Haffner hebben vooral de Engelsen en de Duitsers zelf onder Hitler geleden. Hij schrijft dat Engeland door de oorlog tegen Hitler zijn imperium verloren heeft maar dat is veel te kort door de bocht. Natuurlijk speelden die oorlogsinspanningen een rol maar met zijn formulering doet Haffner Mahatma Gandhi veel te weinig recht.  En natuurlijk hebben de Duitsers enorme verliezen geleden, meer dan zeven miljoen en werd het land na de oorlog in tweeën verdeeld. Maar kijk nu eens, het Wirtschaftswunder voltrok zich en maakte Duitsland opnieuw tot een van de machtigste staten in Europa. Dat laatste kunnen we natuurlijk niet op Hitlers conto bijschrijven. Hij is enkel verantwoordelijk voor de verwoesting van een compleet land. Dat is immers wat hij op het laatst nog wilde: de totale ondergang van Duitsland.

Ook beweert Haffner dat Hitler altijd een groot hater was en heimelijk veel plezier had gehad in moorden. Maar hij onderbouwt dit nergens en ik vind het dan ook tamelijk boude uitspraken. Enfin, we kennen de afloop. Hitler schoot zich een kogel door zijn hoofd en de Duitsers keerden zich massaal van hem af en waren naar wat blij met de Amerikanen. En toen het Marshallplan eenmaal op gang kwam, begon voor de Duitsers het Wirtschaftswunder.

Ik zou wil zeggen dat de mens, in het oog van deze verschrikkelijke geschiedenis, een flexibel wezen is gebleken, dat na onvoorstelbare ontberingen toch weer opkrabbelt. En ja, in alle betrokken landen hadden mensen tijd nodig om de ellende achter zich te laten, in het reine te komen met het verleden, af te rekenen met politieke tegenstanders en de Duitsers hadden hun Vergangenheitsbewältigung: schuldbewuste zelfreflectie.

Maar ook zien we dat dezelfde krachten die Hitler aan de macht brachten nu opnieuw aan de oppervlakte treden op vele plekken in de wereld. En nu een gestoorde gek door de Amerikanen op het schild is gehesen, is de wereld een gevaarlijker plek geworden dan ooit tevoren. We mogen dan flexibel zijn, ons leervermogen stelt niets voor. En dan laat ik de ellende die het gevolg was van de stichting van de staat Israël hier maar geheel buiten beschouwing.

Het is een verademing deze Haffner te lezen. Hij is glashelder en gaat recht op zijn doel af. Zijn analyses snijden hout, je denkt onmiddellijk: verdomd, hij heeft gelijk, zo steekt het in elkaar. Hij psychologiseert nergens en als iets zwart is noemt hij het zwart, is iets blauw dan noemt hij het blauw. Dit is ook wat ik mij van de eerste lezing herinner en het was geen opgave dit boek nog eens te leven, alleen al omdat tussen 1980 en nu mijn Holocaust- en Hitler-bibliotheek enorm is gegroeid.

 

Enno Nuy
April 2026