Het Europa van Antoine Bodar

In een artikel in Opinio van 9 februari 2007 droomt de katholieke priester Antoine Bodar – voorheen praktiserend homoseksueel maar thans de mening toegedaan dat homoseksualiteit als een afwijking beschouwd dient te worden – over het ideale Europa. Hij citeert daarbij volgaarne historici en denkers uit een ver en minder ver verleden en haalt daarbij onder meer de Britse historicus Christopher Dawson aan die stelde “Een samenleving die haar godsdienst heeft verloren, wordt vroeger of later een samenleving die haar cultuur heeft verloren”. Bodar volstaat met dit citaat als hield hij deze uitspraak voor vanzelfsprekend.

En verderop stelt hij dat in de openbare meningsvorming als tegenhanger van secularisering de zin voor het metafysische moet terugkeren: als de geseculariseerde westerling  het Christendom in verleden en heden accepteert, aanvaardt en verdraagt, zal hij ook de Islam gemakkelijker begrijpen en doorzien. Net als Dawson en Novalis verwijst ook Bodar graag naar de Middeleeuwen, toen de greep van de katholieke kerk op de samenleving bijna volledig en totaal was. In die eeuwen was de beschaving niet een abstract intellectueel concept zoals ten tijde van de Verlichting – aldus Dawson en kennelijk ook Bodar – maar een concreet sociaal organisme.

En voor de duidelijkheid citeer ik hier de volledige laatste alinea van het artikel van Bodar: “Liever het oneindige geloof dan het beperkte verstand. Liever het ene christelijke Europa dan het door rationalisme gespleten Avondland. Liever de lichtende Middeleeuwen dan de verduisterende Verlichting. Het is immers een misverstand te menen dat geloof tegenover wetenschap zou staan, als zou vooruitgang in techniek niet rijmen met vertrouwen op god. Rede en geloof zijn beide vleugels om tot de waarheid te geraken. Beide vleugels zijn nodig”.

Wie zit wie in de weg?

Op zich is het grappig dat Bodar van mening is dat de geseculariseerde mens de publieke ruimte is gaan overheersen terwijl ik juist de gelovige mens daarvan beschuldig. Maar Bodar gaat nog een stap verder want de metafysica moet terug in het openbare debat, met andere woorden: de atheïst moet serieus in debat met de gelovige over diens dogmata en waarheidsclaim. Waar Bodar meer en meer ruimte voor de gelovige in de publieke ruimte claimt, wil de atheïst hem daar juist uit weg hebben. Maar een dergelijk debat is helaas volstrekt zinloos: de gelovige baseert heel zijn wezen op de dogmata en de waarheidsclaim en precies die uitgangspunten worden door de wetenschapper op fundamentele gronden afgewezen. De gelovige en de atheïst kunnen heel goed samen in één ruimte – de publieke of een private – verkeren, ze kunnen een glas wijn drinken en over sport, kunst en cultuur, ja zelfs – mits er wederzijds voldoende verdraagzaamheid bestaat – over hun geloof en ongeloof praten maar op dit laatste terrein zullen ze elkaar geen millimeter naderen.

Waarheid bestaat niet

Wetenschap en geloof zijn beide noodzakelijk, zegt Bodar, om tot de waarheid te geraken. Waarheid evenwel is een in ieder opzicht onbruikbaar begrip wanneer we spreken over het verklaren van de waarneembare werkelijkheid. Waarheid is een filosofisch begrip dat alleen maar tot verwarring leidt. Zeker wanneer men voor die waarheid een beroep doet op canonieke of apocriefe boeken. En het is een misverstand te denken dat wetenschap tot waarheid zou willen leiden. Het intrinsieke doel van wetenschap is doorgronden en verklaren. Niet minder maar zeker en vooral niet meer.

Dat neemt niet weg dat mensen het recht hebben voor waar te houden wat zij voor waar houden mits zij in het uitdragen van dat oordeel anderen niet belemmeren. Ik aanvaard en verdraag dat er christenen en joden en moslims zijn; ik vind hen allen deerniswekkende dwalers maar zolang ze mij met rust laten, is er niets aan de hand. Dat ik de moslim pas zou begrijpen en doorzien als ik het christendom begrijp en aanvaard is een onzinnige bewering van Bodar die zonder enige adstructie kant noch wal raakt.

En het moment in de westerse geschiedenis waarop de scheiding tussen kerk en staat een feit werd, aanduiden als de verduisterende verlichting baart natuurlijk zorgen. Hier is nostalgie aan het woord, heimwee van een man die zichzelf verloochende naar een tijd die hij nimmer beleefde en slechts vluchtig bestudeerde. “Liever het oneindige geloof dan het beperkte verstand”. Dat is precies waar Bodar blijk van geeft: een beperkt verstand. Hij houdt een ogenschijnlijk erudiet betoog, waarin groten uit de filosofie, de wetenschap, de literatuur en de politiek verzameld en geciteerd worden maar uiteindelijk blijkt ook dit betoog gebaseerd op los zand want op het ontoetsbare en dogmatische geloof.

Salto mortale

Wat heeft dit alles nu met die eerste tussenzin van dit artikel van doen? Het leek wellicht vilein en overbodig om die zinsnede over de homoseksualiteit op te nemen maar het was geen kwaadaardigheid die tot die tussenzin leidde. Evenmin heeft het iets van doen met onthullen wat beter verborgen bleef, Bodar heeft er immers zelf uitvoerig en zelfs zeer fraai over geschreven! Bodar heeft namelijk, ingegeven door zijn geloof, nadrukkelijk in zijn leven ingegrepen en een lange tijd onweerstaanbare liefde voor iemand van hetzelfde geslacht uiteindelijk opzij geschoven en onder verwijzing naar zijn geloof homoseksualiteit als een dwaling, een afwijking betiteld (zie NRC Mystiek & Geloof 8).

Alleen een gelovige is tot een dergelijke geestelijke salto mortale in staat. Een rationalist beperkt zich tot de constatering dat homoseksualiteit in termen van natuurlijke selectie geen succesvol gedrag is aangezien homoseksualiteit niet tot voortplanting leidt. Maar in de rationaliteit of de wetenschap is geen enkel moreel oordeel dus ook niet over een seksuele voorkeur te vinden. De geseculariseerde mens hoeft over zijn homoseksuele voorkeur geen schuldgevoelens te hebben. Er is evenwel niet één religie te vinden die positief, welwillend of tenminste neutraal tegenover de homofilie staat. Toch stelt Bodar dat zowel geloof als wetenschap noodzakelijke vleugels zijn om tot de waarheid te geraken. Merkwaardig!

Leitkultur en (on)verdraagzaamheid

Bodar schrijft een hybride artikel waarin hij pleit voor een christelijk Europa maar hij ontwijkt de noodzaak, ik zou haast willen zeggen de heilige plicht om zich ook uit te laten over de moslimimmigrant. Ik blijf maar dat beeld behouden waarin de katholieke kerk liever niet heeft dat een concurrerende religie hier in dezelfde vijver komt vissen: wij waren hier het eerst en wij hebben dus het recht de Leitkultur te bepalen, vorm en inhoud te geven.

Dat is het fundamentele verschil tussen de gelovige en de atheïst: geloven doen we achter de voordeur, in de publieke ruimte hebben we allemaal dezelfde rechten en plichten jegens elkaar. De gelovige meent dat een samenleving haar godsdienst dient te hebben en erkent niet dat binnen de samenleving ieder individu wel eens zijn eigen religie zou kunnen hebben. De gelovige heeft het houvast van de Leikultur nodig, als ik Bodar goed begrijp. Zonder geloof geen cultuur. Het wordt gewoon gezegd, het wordt nergens onderbouwd. De bewering op zich is een daad van onverdraagzaamheid.

 

Enno Nuy

Februari 2007