Wereldbibliotheek,315 pagina´s

 

In 1985 debuteerde deze Hongaarse schrijver met Satanstango. Hij schreef tevens het scenario voor de gelijknamige film van Béla Tarr, die er een zeven uur durend epos in zwart wit van draaide. Dit Satanstango werd een verontrustende roman genoemd. Het verhaal speelt zich af in en rond een kolonie ergens in Hongarije maar in feite is dat gegeven niet erg relevant, ofschoon de kolonie een vaag begrip blijft en de schrijver niet de moeite neemt uit te leggen wat de ontstaansgeschiedenis van die kolonie is en waarom juist deze bewoners daar terecht zijn gekomen. De mensen in deze roman lijken elkaar tot in het diepst van hun wezen te wantrouwen. Ze begrijpen de ander niet maar ervaren die als vijand tout court. Ook van enige uiting van genegenheid is nergens ook maar in de verte sprake. Lees het vijfde hoofdstuk Het weefsel rafelt waarin de jonge verstandelijk gehandicapte (? Misschien ook niet) Estike eerst haar kat vergiftigt en daarna zichzelf. Een erbarmelijk hoofdstuk over een in ieder opzicht verwaarloosd kind. De mensen in deze roman lijken nauwelijks grip op hun eigen bestaan te hebben en ze zijn zich daarvan bewust. En de voortdurende regen en de daaruit voortvloeiende modder helpt natuurlijk ook niet. Wat een merkwaardig palet heeft Krasznahorkai hier bijeengebracht. En wat een prachtige taal heeft hij gebruikt om zijn verhaal te vertellen, ofschoon de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat zijn tekst niet eenvoudig te ontsluieren is.

Twee voorbeelden van het taalgebruik van Krasznahorkai luiden als volgt: als dat het al was, want ‘als de schijf van de zonde uitdooft als een kapotte gloeilamp’, is de duisternis wel heel gemakkelijk te identificeren als een bepaalde onzuiverheid in het geweten. Ik vind het een prachtige zin maar ze is moeilijk te doorgronden. En het tweede citaat is zo mogelijk nóg duisterder: De beelden trokken weer geluidloos aan zijn ogen voorbij, in een steeds strakkere opeenvolging, alsof alles wat een mens belangrijk vindt om te bewaren een onafhankelijke en onveranderlijke ordening had, en alsof het geheugen, aan het werk om het snel vervlogen nu met zekerheid te vullen en werkelijk te laten bestaan, de levende draden van die ordening als wet aanbracht in het vrije weefsel van de gebeurtenissen en de mens dwong om de afstand tot zijn eigen leven niet met vrijheid maar met de krampachtige tevredenheid van de bezitter te overbruggen; Ook deze zin heb ik vele malen gelezen maar je weet nooit zeker of je tot de kern bent doorgedrongen. Dit is surrealisme pur sang.

Een mogelijke interpretatie: op de achtergrond is een alomtegenwoordig systeem actief , een systeem van huiveringwekkende omvang. Er is niemand die zich om individuen bekommert, al helemaal niet om de individuen in een veraf gelegen oord dat nauwelijks enige betekenis vertegenwoordigt. De mensen voelen zich in de steek gelaten en kennen niemand die te vertrouwen is, zelfs de eigen echtgenoot of kinderen niet, laat staan een buurman, de kastelein of een conducteur. Wie wil niet uit zo’n door regen en modder aangetaste omgeving ontsnappen? Waarom zou je je niet vastklampen aan de eerste de beste malloot die zegt zich wel om jou te bekommeren, te weten wat je diepste wens is en in staat te zijn jou je droom te doen verwezenlijken? Want een ding is zeker: zelf kunnen ze het niet en het systeem is per definitie niet in jou geïnteresseerd. Tegen diegenen die zeggen dat het volk niet gek is en zich niets wijs laat maken zegt Karsznahorkai dat dat een misvatting is. Het volk laat zich maar al te graag misleiden en het komt daar steevast pas achter als het te laat is. De meest actuele gelijkenis die mij tijdens het lezen te binnen schiet is de actuele politieke situatie in Italië en het behoeft geen nader betoog wie de Italiaanse Irimiás dan zou zijn.

Maar terug naar het boek waarvan de eerste apotheose aan het einde van het eerste deel bestaat uit de satanstango. Het drinkgelag dat als vanzelf ontstaat als die kleine merkwaardige gemeenschap in de kroeg wacht op de verlosser Irimiás vormt een hilarisch hoogtepunt en de wijze waarop Krasznahorkai dit beschrijft is werkelijk ongekend en onvergetelijk. De scène doet denken aan het befaamde gevecht tijdens de dorpskermis in Steen op steen van Wieslaw Mysliwski.

Maar dan gaan we over naar het tweede deel van deze bizarre surrealistische roman waar de hoofdstukken andersom zijn genummerd en van 6 naar 1 lopen. En pas op de laatste pagina laat de schrijver ons zien hoe zijn verhaal tot stand is gekomen. De verlosser bedot het volk, de schrijver zijn lezer. Prachtig, wat een boek! Eén ding is zeker: ik wil nu echt zien hoe Béla Tarr deze roman heeft verfilmd. De dvd’s zijn besteld.

 

 

Enno Nuy

Maart 2013