Atavistisch

De Amerikaanse ex-priester en publicist James Carrol stelt in een artikel in de NRC van  30 juli 2007 dat paus Benedictus XVI het contact met zijn gelovigen verliest door zijn decreet over het concilie van Trente. In de uitspraken van dat concilie ligt voor de paus de basis van het katholicisme en op basis daarvan zouden alle christenen elkaar moeten vinden en vooral herenigen.

Enkele van de belangrijkste besluiten van het concilie van Trente (1545 – 1563) zijn:

  • Vaststelling van de canon van de bijbel, de lijst van gewijde boeken (Heilige Schrift; Oude en Nieuwe Testament).
  • De openbaring bestaat enkel uit de Heilige Schrift en de kerkelijke traditie.
  • De Vulgata, de Latijnse Bijbelvertaling, wordt voor de rooms-katholieken tot standaardtekst van de Heilige Schrift verklaard.
  • De geloofswaarheden van de erfzonde, de zaligmaking, de 7 sacramenten, de aflaten, de heiligenverering en het vagevuur worden opnieuw verduidelijkt en bevestigd.
  • Het Latijn is de enige liturgische taal.

Carrol beschouwt dit concilie als atavistisch. Paus Benedictus koestert een letterlijke opvatting van de apostolische successie maar Carrol wijst erop dat van die letterlijke opvatting niets meer overblijft wanneer men zich realiseert dat geen van de apostelen zich bezig hield met het stichten van een ‘kerk’ los van het jodendom en dat de 27 boeken pas drie eeuwen na Jezus zijn gecanoniseerd.

Wanneer een gelovige eenmaal historisch en kritisch leert denken, is mythisch denken volgens Carrol een onmogelijkheid geworden: “wanneer wij eenmaal beseffen dat de doctrines van de orthodoxie een ontwikkeling hebben doorgemaakt, zijn ze voor ons niet tijdloos meer. Sterker nog: wanneer wij eenmaal beseffen dat wij zelf behoren tot één religieuze traditie onder vele, dan verliezen wij het argeloze vermogen om haar als absoluut te zien”.

Dit klinkt heel plausibel en ik ben het volgaarne met Carrol eens maar de werkelijkheid is een andere. Zijn verwijt dat paus Benedictus per decreet de oorspronkelijke naïviteit van de ‘ene ware kerk’ tracht te herstellen is terecht. Maar dat dat in een tijdperk van mondiaal pluralisme niet houdbaar zou zijn, dat moet nog maar bewezen worden.

 

Bodar strikes again

In dit verband is het artikel van Antoine Bodar in Opinio nummer 28 2007 op zijn minst opmerkelijk. Bodar doet het werk van de paus nog eens dunnetjes over in zijn Bavinck-lezing waarin hij ronduit stelt dat de toekomst aan de orthodoxie is. Onder het motto van Abraham Kuyper bij de dood van Schaepman in 1902: “In een worsteling tegen het ongeloof staan roomschen en calvinisten naast elkander om – zij het op eigen wijze – het heiligste te bewaren wat God ons volk heeft geschonken”, roept Bodar de katholieken op niet langer ruzie met elkaar te maken en de protestanten om af te zien van verdere afscheidingen. Sluit de rijen is het devies.

Ik heb er geen enkel bezwaar tegen wanneer de paus met zijn decreten en Bodar met zijn oproepen hun zin krijgen. Het zal allemaal wat overzichtelijker worden maar het is de moeite waard eens wat nauwkeuriger naar de onderbouwing door Bodar te kijken. Dat levert een onthutsend beeld op.

Godsdienst, zegt Bodar, is naar haar aard een openbare aangelegenheid. Omdat godsdienstvrijheid inhoudt in vrijheid van godsdienst te kunnen getuigen en omdat getuigen per definitie een publiekelijke aangelegenheid zou zijn. Dit zijn toch echt woordspelletjes op lingo-niveau en het zoveelste bewijs van de stelling dat slordig Nederlands tot slordig denken leidt. Getuigen betekent in essentie kond doen van iets waar men zelf bij was: het is waar, want ik heb het zelf gezien. En dat men voor getuigen een ontvanger of geadresseerde nodig heeft is juist maar dat betekent geenszins dat die getuigenis zich dús in de publieke ruimte dient te voltrekken.

 

Leest u ook wat ik lees?

Desondanks verklaart Bodar doodleuk: “getuigen is niet zozeer privatelijk maar publiekelijk”. Of ik, die als atheïst even veel bewegingsvrijheid in het publieke domein verwacht als de getuigende katholiek, me iets van die getuigenis zou moeten aantrekken, daar laat Bodar zich niet over uit. Maar wel zegt hij: “Zelfs de neutrale staat zal een afweging moeten maken naar welke maatschappelijke groepering zij meer of minder luistert, want anders zou zij niet gelijkwaardig en passend kunnen besturen”.

Ook dit is een typische Bodar-zin. Hij beweert iets maar onderbouwt het niet, legt het niet uit. Bedoelt hij hier nu te zeggen dat het door hem gedroomde Europa is gebaseerd op het joods-christelijk gedachtegoed en dat alleen al daarom de staat toch eerst en vooral het oor bij de christenen te luister zou moeten leggen?

Ik vrees van wel want Bodar gaat nog veel verder: hij betwijfelt of de Nederlandse samenleving wel zo multicultureel is als sommigen willen doen geloven: ongeveer de helft van onze bevolking noemt zich christelijk, zegt hij, we hebben maar vijf procent moslims, een heleboel agnosten (het liefste zouden christenen die ook tot hun parochie willen rekenen) en een enkele atheïst. “Maar wordt onze samenleving misschien nu als multicultureel aangeduid door spraakmakenden, om op die wijze godsdienst uit de openbaarheid te verwijderen? Ik doel hier op anti-godsdienstigen, zoals die onder de verwende kinderen van D’66 kunnen worden aangetroffen”.

Is dit geen buitengewoon opmerkelijke passage? Ziehier het democratisch gehalte van de populaire priester Bodar. Het wordt allemaal quasi-intellectueel verwoord maar de grondtoon is een verontrustende.

 

Terug naar de Middeleeuwen

Over de verschillen tussen katholieken en protestanten zegt Bodar nog: “Ons bindt veel, maar op een aantal zaken is Constantinopel ons, katholieken, meer nabij dan Dordrecht”. Ja, het staat er echt!

En zijn pleidooi voor de orthodoxie sluit hij af met de volgende zin: “In de Middeleeuwen leerde men reeds: de letter leert de gebeurtenissen, de allegorie wat men moet geloven, de morele betekenis wat men moet doen en de anagogie waarnaar men moet streven”.

Het woord anagogie betekent: Interprétation des textes sacrés par laquelle on s’élève du sens littéral au sens mystique. ’t Is maar dat u het weet. Of, zoals T.L. Hettema van de Universiteit van Leiden zegt: Hier gaat de grammatica over in mystiek.

Bodar wil ons terugbrengen naar de orthodoxie en de heilige schrift moet naar de letter gelezen worden. De heilige mis moet weer in het Latijn worden opgevoerd opdat het gewone volk er niets meer van begrijpt en gebeden kunnen transformeren naar bezweringsrituelen en mystieke formules. We moeten weer dwepen met Augustinus, wiens grote verdienste voor de orthodoxie vooral was gelegen in het onderkennen van de wetenschap als de grootste bedreiging voor religie: “Er bestaat nog een andere vorm van verleiding, die nog gevaarlijker is. En dat is de ziekte van de nieuwsgierigheid. Het is die ziekte die ons aanzet tot pogingen om de geheimen van de natuur te onthullen; geheimen die ons bevattingsvermogen te boven gaan, die ons niets kunnen opleveren en die de mens beter niet zou kennen”.

Dezelfde Bodar die eerder reeds stelde: liever de lichtende Middeleeuwen dan de verduisterende Verlichting. Dat is de spijker op zijn kop: terug naar de Middeleeuwen opdat we de Islam die zich daar reeds of nog steeds bevindt op een level playing field kunnen bestrijden.

Het wordt er niet vrolijker op in deze wereld.

 

Enno Nuy
Augustus 2007

 

Bronnen:

Opinio nummer 28 2007

NRC 30 juli 2007

http://nl.wikipedia.org/wiki/Concilie_van_Trente

http://www.historia.presse.fr/data/thematique/74/07401201.html

http://website.leidenuniv.nl/~hettematl/Lezingen/Viervoudige_Schriftzin.html