De handschoen van Scruton opgepakt

image_pdfDit artikel downloadenimage_printDit artikel uitprinten

Inleiding

In een artikel in de Opinio van 20-26 juli 207 betoogt de ‘invloedrijke’(aldus Opinio) Engelse filosoof Roger Scruton dat een herwaardering van de Christelijke waarden de beste verdediging is tegen de oprukkende islam. Dat het artikel begint met een redactionele introductie waarin bepaald niet voor het eerst de minister van wonen, wijken en integratie opzettelijk foutief wordt geciteerd, mag in eerste instantie wellicht niet verbazen omdat het bon ton lijkt in kringen waarin Opinio gelezen wordt, per definitie lekker tegen links te trappen, maar tegelijkertijd is het verontrustend. Het leidt er wel toe dat je al wat komen gaat extra alert tot je neemt. In het geval van Scruton blijkt dat terecht.

Drie obstakels

Scruton stelt vast dat er een drietal belangrijke obstakels is ontstaan in het revitaliseren van Europa. In de eerste plaats de immigratie van grote groeperingen die zich niet wensen te voegen in, aan te passen aan de ontvangende cultuur. In de tweede plaats de islam die de volstrekte soevereiniteit neerlegt bij God en zijn profeet, terwijl het Christendom au fond de scheiding van kerk en staat zou accepteren: geef de keizer wat des keizers is en God wat van God is. Het derde obstakel dat Scruton constateert is de perceptie van de Europeaan van diens eigen culturele identiteit. De Europeanen lijken het feit dat ze allen dit continent bewonen als een louter toeval te beschouwen. Te weinig is er sprake van het gevoel van een gedeelde identiteit, aldus Scruton die tevens vaststelt dat “velen van hen zelfs openlijk vijandig staan tegenover de Europese erfenis, op een agressieve manier antichristelijk zijn en een postmoderne benadering verkondigen waarin elke poging tot een culturele consensus wordt verworpen”.

Kapstok voor Christelijk reveil

De dreiging van de Islam kan, aldus Scruton, “alleen minder worden zodra we daarmee de confrontatie aangaan, zoals ze ook kleiner werd na de herovering van Andalusië en na de Slag bij Wenen”. Opmerkelijk is dat Scruton de Islam alleen als een dreiging wenst te definiëren zonder daarvoor de minimaal vereiste bewijslast aan te reiken. Nu kan niet ontkend worden dat de Islam zich moeilijk laat verenigen met de democratie zoals wij die op ons continent omhelzen, maar in mijn ogen lijken alle wereldgodsdiensten in dit opzicht sterk op elkaar. De ongefundeerde stelling van Scruton, dat de Islam een bedreiging vormt, fungeert vooral als kapstok om zijn pleidooi voor een Christelijk reveil aan op te hangen.

Scruton stelt vast dat een oproep voor een dergelijk Christelijk reveil in de Verenigde Staten zeker aanhang zou vinden maar in Europa op aanzienlijke scepsis zou stuiten. Maar als we niet willen verdwijnen is er ook in Europa een nieuwe beweging nodig, aldus Scruton. En we kunnen onze beschaving niet redden door te volstaan met het verjagen van de marxistische, post-marxistische, deconstructivistische en post-moderne ideologieën uit de universiteiten. Nee, de beweging die wij nodig hebben moet tot een duidelijke publieke consensus leiden die de onderscheidende waarden van onze cultuur overeind zal houden.

Welnu, het belangrijkste waarover Europeanen het eens zouden worden is de erkenning dat onze erfenis joods-christelijk is en dat de Bijbel en de twee godsdiensten die daarop zijn gegrondvest, een onmisbaar onderdeel van onze cultuur vormen. Zelfs wanneer het merendeel van de Europese bevolking geen van deze beide godsdiensten meer zou willen aanhangen, zou de meerderheid toch het belang moeten leren inzien van deze culturele erfenis, stelt Scruton. Letterlijk zegt hij: “Ik bedoel dat haar de vooraanstaande plaats en de eer moeten worden toegekend die ze verdient”. Meer onderbouwing acht hij niet noodzakelijk, maar deze stellingname leidt tot nog veel meer Christelijke uitgangspunten die we ons volgens Scruton ter harte zouden moeten nemen, waarover verderop meer.

En diegenen die zich antichristelijk opstellen in onze samenleving daagt Scruton uit met de vragen: wat stel je voor het Christendom in de plaats en zal datgene wat je ervoor in de plaats stelt voldoende troost bieden en kracht om de doelstellingen en methoden van het radicale islamisme te weerstaan? Deze uitdaging gaan wij van ganser harte aan.

Joods-christelijk?

In de eerste plaats valt op dat joods en christelijk vrijwel altijd aan elkaar gekoppeld worden terwijl deze twee-eiige tweeling zich in de Europese geschiedenis niet of nauwelijks heeft kunnen manifesteren. De Christenen hebben de Joden nooit gemogen en of het nu uit eigen beweging was of omdat de ander hen niet moest, de Joden zijn in Europa nooit echt geassimileerd en hebben – zeker tot en met de Tweede Wereldoorlog – altijd in eigen wijken of getto’s gewoond of moeten wonen. Van oudsher waren zij van bepaalde beroepen uitgesloten en de Wandelende Jood deed boete door de eeuwen heen voor het kruisigen van Jezus. Is Scruton vergeten hoe weinig het Vaticaan zich inspande voor het gruwelijke lot van de Joden tijdens de Holocaust?

Mij bekruipt het gevoel dat het koppelen van christelijk aan joods geschiedt vanuit een soort schuldbewustzijn, een plaatsvervangende schaamte ruim een halve eeuw na de tragedie die de Tweede Wereldoorlog voor Europa betekende.

En de Moren dan?

Natuurlijk kan niet ontkend worden dat de Joodse cultuur een rol heeft gespeeld in, invloed heeft gehad op ons gezamenlijke Europese culturele erfgoed maar hetzelfde kan worden beweerd van de Moorse en Arabische invloeden. De verovering van het Iberische schiereiland vindt plaats in het jaar 711 als de Berbervorst Tarik met 7.000 man, onder wie vele Christenen, oversteekt naar Gibraltar en Rodrigo vernietigend verslaat in de veldslag bij Guadalete. De Moren, die op veel plaatsen als bevrijders worden ingehaald, worden niet alleen gesteund door de Joden, die onder Westgoten zwaar vervolgd werden, maar ook door een deel van de adel, die als tegenprestatie een deel van zijn landerijen mocht behouden. Het gewone volk, dat veel minder belasting hoeft te betalen dan voorheen, laat de machtswisseling passief over zich heen gaan.

De eerste veertig jaar van het rijk van Al-Andalus wordt gekenmerkt door een heftige machtsstrijd en met het aan de macht komen van Abderramán I (756 – 788), begint de politieke zelfstandigheid van Al-Andalus, waarvan Córdoba de hoofdstad wordt. De islamisering gaat langzaam verder maar grijpt in de negende eeuw parallel aan de bloei van de Arabische cultuur sterker om zich heen. Christenen en Joden kunnen hun religie trouw blijven, maar moeten een bijzondere belasting betalen. Pas Abderramán III (912 – 961) weet de interne orde van het rijk te herstellen. Als in het jaar 929 Córdoba tot kalifaat wordt verheven, worden hiermee ook de religieuze banden met het Oosten doorgesneden en in het rijk Al-Andalus ontstaat een universele cultuur, die in de volgende eeuwen zowel naar de wereld van de Islam als naar het Christelijke Europa uitstraalt. De vele volken, rassen en culturen vermengen zich in toenemende mate met elkaar, wat leidt tot een wederzijdse verrijking. Aldus de Duitse historicus Johannes Spiegel-Schmidt.

Scruton kiest ervoor aan deze opmerkelijke periode in de Europese geschiedenis geheel voorbij te gaan waar men met evenveel recht van spreken zou kunnen beweren dat Europa reeds in de 10de tot de 12de eeuw een geweldige kans heeft laten liggen om culturen en religies met elkaar te verzoenen.

Aap uit de mouw

Evenmin kan de enorme invloed van het Christendom op onze Europese cultuur ontkend worden en ik geloof ook niet dat iemand dat serieus zou overwegen. In het vroege “Europa” (dat als politieke entiteit natuurlijk van zeer recente datum is) was de macht keurig verdeeld tussen clerus en adel; het gewone volk was schatplichtig aan beide en had verder niets in te brengen. Het is niet voor het eerst dat beweerd wordt dat de Verlichting eigenlijk een prestatie van de religie – en dan specifiek van het Christendom was. Ik ga er hier verder niet op in maar stel vast dat Scruton al snel door de mand valt wanneer hij schrijft: “Zodra de atheïstische geloofsbelijdenissen van het marxisme-leninisme en van het nazisme triomfeerden, werden alle vrijheden die de intellectuelen koesterden, verdelgd.” Toe maar, de atheïst wordt op één hoop gegooid met communisten en fascisten en wanneer Scruton deze passage vooraf laat gaan door de zinsnede: “Nu komt het mij voor dat het bestaan van de seculiere vrijheden waarvan ons culturele en intellectuele leven afhankelijk is, slechts te danken is aan de christelijke erfenis” dan zal het u duidelijk zijn hoe Scruton zijn betoog opbouwt: ronduit beschamend en onzindelijk, een filosoof onwaardig. Kortom: even duister als de Amerikaanse filosoof Lee Harris, die eerder betoogde dat het Christendom verkozen dient te worden boven de Islam.

Vergeving

Maar nog is Scruton niet klaar. De door hem zo bepleite consensus kan alleen bereikt worden wanneer we een benadering voorstaan waarin de joods-christelijke erfenis een geprivilegieerde plaats wordt toegekend. Ja, het staat er echt: geprivilegieerd. Maar nog belangrijker vindt Scruton de herintroductie van die christelijke kennis die de sociale normen van het ware Europa kunnen scheppen. Ooit was dit een taak van de kerk maar de kerk bereikt nog slechts een minderheid en dus moet de staat hier het voortouw nemen. Voor Scruton ligt het zwaartepunt bij de Christelijke gave van de vergeving. Geluk, stelt hij, komt niet voort uit het najagen van genot, rijkdom of vrijheid maar vloeit direct voort uit zelfopoffering en de belangrijkste manifestatie van zelfopoffering is de Christelijke vergevingsgezindheid.

Afgunst en zondebok

Het door Nietzsche geconstateerde ressentiment – het Christendom als uiting van de slavenmoraal, de moraal van diegenen die niet in de eerste plaats naar maatschappelijk succes streven, maar die vooral een afkeer hebben van het succes van anderen – wil Scruton vervangen door de interpretatie van de Duitse filosoof Max Scheler: het ressentiment in moderne samenlevingen bestaat niet dankzij maar ondanks het Christelijk geloof en de belangrijkste oorzaak is niet de religie maar de obsessieve fixatie op de dingen van deze wereld die mensen jaloers maakt op hun buren en die hen daarom van hun eigendommen wil beroven.

Scheler’s argument onderstreept nog eens de fundamentele vraag waarom wij vaak eerder afgunst dan vreugde voelen bij het zien van goede dingen die anderen bezitten, aldus Scruton. Dit fenomeen kan leiden tot gevoelens van minachting en vernedering en in uiterste instantie tot geweld. Dat geweld, zegt Scruton, dienen we in zekere zin toe te staan, “het moet af en toe de vrije loop worden gelaten en dat is de functie van de zondebok, het slachtoffer, degene die wordt buitengesloten en de collectieve schuld op zijn schouders draagt. Door zijn dood bevrijdt de zondebok ons van onze opgekropte woede, en hij stelt ons opnieuw in staat om op goede voet met onze naasten te kunnen leven. Daarom wordt hij met geweld gedood en wordt hij na zijn dood als redder vereerd”.

Ja, dit staat er allemaal echt. Scruton vindt het zelf ook allemaal gewaagd maar niettemin neigt hij ertoe te geloven dat de Christelijke evangeliën ons een tegengif bieden tegen het potentieel rampzalig menselijk falen: de vergeving van hen die jou haten. Moet ik in dit verband nogmaals refereren aan de Wandelende Jood en de Holocaust? “En een samenleving die op vergeving is gebaseerd, neigt daarom per definitie naar de democratie, want het is een samenleving waarin de stem van de ander wordt gehoord bij alle beslissingen die hem raken”. Ziehier de remedie die Scruton voor ons in petto heeft. En hoe bereiken we nu de situatie dat Europa zich dit concept van sociale relaties eigen maakt? Goed voorbeeld doet goed volgen zegt Scruton, zo simpel is het: “Wanneer ik nu naar de Europese samenleving kijk, dan zie ik dat zij klaar is voor dit voorbeeld. (–) Maar één ding is zeker: wie de eerste stap ook zal zetten, hij of zij zal geen lid van de huidige politieke elite zijn”.

De uitdaging

Maar kom, we vergeten deze nare kletsika van Scruton en keren terug naar diens vraag aan de atheïst: wat stellen we voor religie in de plaats en kan die vervanging troost en zekerheid de islam te kunnen weerstaan bieden? In deze vraag liggen twee fundamentele waanvoorstellingen besloten: de Islam is een bedreiging tout court en alleen religie biedt troost. Mét Lee Harris stelt Scruton dat het Christendom de betere godsdienst is en mét Antoine Bodar dat er zonder religie geen cultuur bestaat.

Het is ergerlijk te moeten vaststellen dat gelovigen het patent op menselijke deugden claimen en daar vervolgens de merkwaardige redenatie aan verbinden dat men zonder religie niet over deugden kan beschikken. Met andere woorden: zonder een godsgeloof geen moraal. Het kan niet helder genoeg gesteld worden: ik ontken geenszins de invloed van het Christendom op de cultuur van het Avondland maar daaruit kan niet logischerwijs worden geconcludeerd dat die invloed per definitie goed was en al helemaal niet dat die invloed dus tot in de eeuwigheid dient te blijven voortbestaan.

Als atheïst (en niet dús: Marxist of deconstructivist, mijnheer Scruton) verzet ik mij niet tegen invloed door Christenen, Joden en Moren in het verleden; evenmin verzet ik mij tegen hun respectieve invloed in de toekomst. Maar in beginsel biedt de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens meer dan voldoende houvast voor een menselijke en menswaardige samenleving. De wereld is niet gediend met politici die waarheid en oprechtheid aan hun laars lappen, die kiezersbedrog bedrijven of populistische taal uitslaan. Maar de wereld is zeker ook niet gediend met zich filosoof noemende lieden die de grondbeginselen van de logica niet beheersen en wartaal uitkramen.

Over wijn en whisky

Mag ik mij in het geval van Scruton nog een klein uitstapje permitteren: eerder schreef hij ruimhartige artikelen over wijn en de roes. Ook in dit verband komt hij uiteindelijk terecht bij de vergeving: “wijn illustreert en demonstreert in zekere zin de morele houding die het christendom onderscheidt van zijn vroege rivalen en die is samengevat in het Onze Vader: ‘Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’. Dat opmerkelijke gebed is iets wat wij allemaal tijdens het drinkgelag kunnen begrijpen”. Neen, dit is bepaald geen satire van Scruton maar bloedige ernst. U begrijpt het al: vergeving als Leitmotif in het werk van Scruton; je kunt het zo gek niet bedenken of het heeft met vergevingsgezindheid van doen.

Maar hij heeft zich bij mij, een fervent liefhebber van Schotse malt whisky, absoluut onmogelijk gemaakt door te schrijven: “Toch is deze omschrijving – een ontmoeting van mond en glas, als een intieme ontmoeting tussen jou en de wijn – niet zomaar een overdrijving, maar een bruikbare metafoor. Het drinken van whisky is zelden zo intiem. De shot alcohol die door het lichaam vliedt na een slok, is iets wat aan de smaak is ontsnapt”. Met deze zin bewijst Scruton zelf nog nooit, althans nooit op de goede manier whisky gedronken te hebben.

Als je niet weet hoe je whisky moet drinken, laat de fles dan staan. Als je niet weet hoe te filosoferen, doop je pen dan niet in inkt. Over metaforen gesproken!

Al-Andalus en k.u.k. Oostenrijk

Er zijn twee relatief korte periodes in de menselijke geschiedenis geweest waarin een samenlevingsideaal dichtbij leek: de eerder geschetste 11de en 12de eeuw op het Iberisch schiereiland en de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. In beide tijdvakken leefden meerdere volkeren, naties, culturen en religies samen in verdraagzaamheid en met name tijdens Al-Andalus was er sprake van een ongekende bloei van economie, kunst, cultuur en wetenschap.

Helaas zijn beide periodes geen echt lang leven beschoren geweest omdat de religies en hun instituten net zo machtsbelust waren als hun individuele leden. Het gemeenschappelijke bleek niet genoeg, hetgeen hen onderscheidde leidde tot wanstaltige misdaden en diepe droefenis: het instorten van de Dubbelmonarchie viel niet toevalligerwijs samen met het begin van de Eerste Wereldoorlog en die leidde linea recta naar de Tweede Wereldoorlog. Het einde van Al-Andalus werd al spoedig gevolgd door de Inquisitie en de ergste Jodenvervolgingen uit de menselijke geschiedenis.

Lees Scruton, lees

Het kan, écht het kan en het leidend principe daarbij is: ieder het zijne maar wel binnen de beperkingen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Gewoon een aantal afspraken tussen rationeel denkende mensen die zich realiseren dat geloofszaken, mystiek en irrationeel denken zijn toegestaan maar tot het strikte privédomein dienen te behoren.

Als je alleen kunt geloven op basis van de waarheidsclaim, is je particuliere geloof op zichzelf kennelijk niet sterk genoeg. Het geloof biedt klaarblijkelijk alleen troost wanneer de waarheidsclaim wordt erkend en in uiterste instantie mag worden afgedwongen. In dit opzicht is er geen enkel verschil tussen Bijbel en Koran. Maar ik kan me niet aan de stellige indruk onttrekken dat Scruton de Koran nimmer gelezen heeft.

 

Enno Nuy

Juli 2007

 

2018-10-24T12:22:20+00:00