Uitgeverij de Arbeiderspers, 152 pagina´s

 

Robert Walser kwam ik voor het eerst tegen in Logies in een landhuis van W.G. Sebald die op een ontroerende wijze beschreef hoe de schrijver hem aan zijn grootvader herinnerde, en op zeker moment in een psychiatrische inrichting terecht kwam om die nooit meer te verlaten. Robert Walser liet eindeloze velletjes papier na die volgeschreven waren met een kriebelschrift, dat nauwelijks te ontcijferen was. Er is een Robert Walser Stiftung die zich beijvert deze kriebelmanuscripten te ontcijferen en alsnog uit te geven. Ik besloot dit boek aan te schaffen nadat ik het opnieuw tegen kwam, dit keer in Perlmann’s zwijgen van Pascal Mercier.

Jakob von Gunten is een dagboekvertelling van een student aan een opleiding tot huismeester of knecht, een soort opleiding die ook Robert Walser zelf ooit volgde. En net als Jakob von Gunten, werd ook Robert Walser in kunstenaarskringen geïntroduceerd door zijn broer. Dit dagboek is het merkwaardigste boek dat ik ooit las. Het doet sterk denken aan Kafka, in die zin dat de hoofdpersoon in een wereld lijkt te verkeren waar hij zelf geen enkele invloed op uit kan oefenen. Maar von Gunten is bepaald geen slachtoffer, sterker nog, niets lijkt hem echt te deren. En niets lijkt hem echt te raken.

Dienstbaarheid en nederigheid, naar alle waarschijnlijkheid de belangrijkste vakken op zijn opleiding, zou voor velen van ons teveel gevraagd zijn, direct stuiten op onze eigen ambities en geldingsdrang. Niet zo bij Jakob von Gunten en zijn medestudenten. Een betrekking als slaaf verwerven is het hoogst haalbare, zo lijkt het en tegelijkertijd wordt de gegoede burgerij scherp maar evenzo mild bekritiseerd in het dagboek. We schrijven het jaar 1906.

Robert Walser woonde en leefde in de dubbelmonarchie, in de jaren die de opmaat tot de Eerste Wereldoorlog vormden. Op de een of andere manier lijkt de ongewisheid van die jaren neer te druppelen in de sfeer van dit boek, een sfeer die soms onheilspellend is, verontrustend. Robert Walser, Jakob von Gunten, kijkt om zich heen en ziet dat die uiterst complexe samenleving waar Joseph Roth zo fascinerend over schreef, op weg is naar nieuwe vormen maar niemand die al weet hoe die nieuwe vormen zich voor zullen doen. Wordt het een evolutie of revolutie, een apotheose of een apocalyps, alles schijnt mogelijk te zijn maar niemand die het zeggen kan.

Zo eindigt ook deze roman, waar Jakob von Gunten samen met zijn directeur een ongewisse toekomst tegemoet gaat. Zoals gezegd, een uiterst merkwaardig boek.

 

Enno Nuy

september 2013