Meulenhoff, 158 pagina´s

 

In Frankrijk bekroond met de Prix Concourt en dat heeft wat te betekenen aldaar. De Fransen houden zich nadrukkelijk bezig met de nazi’s, denk aan Jonathan Littell met De welwillenden of HhhH van Laurent Binet. En nu dus Éric Vuillard met De orde van de dag. In dit boek beschrijft Vuillard in korte hoofdstukken de Anschluss, die wij vooral kennen als een vuige overrompelingstechniek van Hitler en zijn trawanten waarmee Oostenrijk ingelijfd werd door het Duitse Rijk, hartstochtelijk toegejuicht door (ogenschijnlijk) een groot deel van de Oostenrijke bevolking. Maar in werkelijkheid was het een potsierlijke vertoning waarbij de Duitse opmars naar Wenen al snel tot stilstand kwam door ondeugdelijk materieel, dit tot grote woede van de Führer uiteraard.

Het boek begint met een bijeenkomst van vierentwintig Duitse industriëlen die op 20 februari 1933 bijeenkomen op uitnodiging van Hitler. En ze waren er allemaal: Krupp, Opel, Siemens, Telefunken, BASF, Bayer, Agfa, IG Farben, Allianz enzovoort. En ze trokken maar wat gretig hun portemonnee, ze hadden nauwelijks aansporing van Göring nodig. Vuillard over de strooptochten voor gebiedsuitbreiding: “Men zat in Duitsland nu eenmaal te veel in het nauw, en omdat nooit alle wensen vervuld worden, het hoofd zich altijd wendt naar vage horizonten en deze neiging nog onweerstaanbaarder wordt als er een snufje megalomanie aan paranoïde stoornissen wordt toegevoegd, was het begrip Lebensraum, na Herders warrigheden en Fichtes uiteenzetting, sinds de door Hegel geroemde Volksgeist en Schellings droom over de Weltseele, niet nieuw”. In één zin komt zo’n beetje de hele Duitse filosofie voorbij. Een zin ook die het schrijverschap van Vuillard laat zien, het is een genot hem te lezen.

Vernietigend is de schrijver over de laffe judasrol die de Oostenrijkse kanselier Schussnig speelt. Hij laat zich door Hitler intimideren en levert zijn land uit aan de nazi’s zonder ook maar de geringste tegenstand. Nu had Schussnigg inderdaad niets kunnen doen om de Anschluss te voorkomen maar iets meer persoonlijke moed zou hem niet misstaan hebben. Er zou een volstrekt andere rol in de geschiedenisboeken voor hem zijn weggelegd. De nazi’s waren doordrongen van nut en noodzaak van propaganda. Vuillard hierover: “En omdat het Reich meer filmmakers, cutters, cameramensen, geluidstechnici en toneelknechten aanwierf dan welke andere hoofdrolspeler in dit drama ook, kunnen we zeggen dat de beelden die we hebben van de oorlog, tot aan het moment dat de Russen en de Amerikanen gingen deelnemen, voor eeuwig en altijd door Joseph Goebbels zijn geënsceneerd”.

Niet alle Oostenrijkers waren ingenomen met de annexatie door Hitler en de zijnen. Vlak voor de Anschluss werden er in een week tijd 1.700 zelfmoorden gepleegd, vele daarvan door joden die geen kant meer op konden en het ergste vreesden. Het Weense gasbedrijf weigerde nog energie aan joden te leveren omdat zij te vaak zelfmoord pleegden en (dus) niet meer betaalden. En wat te denken van diezelfde industriëlen die goedkope arbeidskrachten uit de KZ-Lagers rekruteerden tot ze er van ellende bij neervielen, goedkopere arbeidskrachten waren niet denkbaar. Op de websites van deze industriëlen wordt er tot de dag van vandaag met geen woord gerept over hun welwillende medewerking aan de misdaden van de nazi’s, aldus Vuillard. En toen er na de oorlog onderhandeld moest worden over de hoogte van een schadevergoeding aan de nabestaanden, daalde het aanvankelijk overeengekomen bedrag van 1.250 naar 750 naar 500 dollar en zelfs naar helemaal niets meer. Vuillard: de joden hadden te veel gekost.

Het is slechts een detail in de geschiedenis, die Anschluss. Maar het is niet zonder belang bij de weergave daarvan te streven naar een zo waarheidsgetrouw mogelijk beeld. En dat is heel wat minder heroïsch dan ons tot nog toe werd voorgespiegeld. Een mooi boek hoor.

 

Enno Nuy

september 2018