Uitgeverij Atlas, 142 pagina’s

 

Blijkens de flaptekst hebben we hier te maken met het laatste heruitgegeven werk van Joseph Roth. Het is een eenvoudig verhaal over een oorlogsinvalide die zijn “staatspensioen”, zijn status en zijn eer kwijtraakt door een stompzinnig voorval in een plaatselijke tram. Deze Andreas Pum besluit het gedrag van de ander, hoger in de sociale rangordening en dus per definitie kansrijker in juridische procedures, niet te pikken en verwerft daarmee direct de sympathie van de lezer. Maar de reactie van de k.u.k. samenleving straft deze rebellie van Andreas Pum genadeloos af.

Dat is dan die mooie, idyllische, bijna perfecte samenleving uit het interbellum. Het grote keizerrijk dat na de Eerste Wereldoorlog snel uiteen viel in afzonderlijke natiestaten. Sommigen blijven hardnekkig beweren dat Roth zijn leven lang terugverlangde naar die oude Europese orde. Dat hij met Andreas Pum vooral zichzelf op de hak nam. Ik blijf echter even hardnekkig beweren dat die lezing niet klopt. Joseph Roth was daarvoor een te scherp waarnemer van zijn tijd. En met name in Radetzkymars heeft hij haarfijn en buitengewoon schilderachtig beschreven onder invloed van welke nationale en internationale ontwikkelingen het k.u.k. keizerrijk in ontbinding geraakte. Wie herinnert zich niet de schitterende tirade van graaf Wojciech Chojnicki.

En Roth was te zeer realist om vergeefs terug te verlangen naar een tijd waarvan hij als geen ander wist dat die nooit weer zou keren. Maar even zo goed heeft hij met deze Rebellie wederom een prachtige korte roman afgeleverd.

 

Enno Nuy

April 2007