ATLAS, 62 pagina’s

 

NEXUS-oprichter en essayist Rob Riemen heeft een essay geschreven over het bijtijds signaleren van politiek-maatschappelijke ontwikkelingen die grote risico’s met zich mee kunnen brengen. Hij schetst de moderne massamens die uit is op directe behoeftebevrediging, een afkeer heeft van verheffing van de geest door kunst en cultuur, een lontje heeft dat net zo kort is als de spanningsboog die men net nog hanteren kan, de overheid verafschuwt die de onmondige mens in staat stelde zich te doen gelden maar nu uit alle macht bestreden moet worden omdat ze op strikt economische gronden veel minder kan faciliteren dan decennialang tot de dagelijkse werkelijkheid behoorde, kortom een mens vol wrok en rancune met een steeds sterker wordende neiging desnoods met harde hand op te eisen wat hem toekomt. Niks cultuur of kunst, hoezo verheffing? Weg met de elites, weg met absolute waarden. Wat moeilijk is en onbegrijpelijk, is elitair en dus antidemocratisch. Het tijdsgewricht van deze mens vertoont opvallende gelijkenissen met het fascisme zoals dat aan het begin van de twintigste eeuw opkwam. De moderne massamens die zich uit angst voor vrijheid conformeert aan de massa en die niets liever wil dan blindelings een charismatisch leider volgen. Het is een tijdperk waarvan Menno ter Braak al zei: “Een aangelegenheid van volksmenners, die geen andere motieven meer kennen dan de handhaving en uitbreiding van hun macht”. Zo’n leider heeft geen echt partijprogramma, het volgen van de leider is voldoende. En de leider zal, populist als hij is, alles voorstellen waarmee hij de steun van de massa kan vergroten en mobiliseren. Fascisme, zegt Riemen elders in dit essay, is de politisering van de rancuneuze massamens. Het gevoelige ego als maat van alle dingen duldt geen kritiek en kent geen zelfkritiek, stelt Riemen treffend vast. Wie wel eens een willekeurig forum op internet bezoekt kan deze stelling dagelijks bewaarheid zien. In de dertiger jaren zagen we dezelfde pogingen van de gevestigde politieke partijen om het gevaar van een populistische beweging in te dammen. In dit opzicht is er geen enkel verschil tussen de Bürgerliche Katholische Partei en de Deutsch-nationalisten van 1932 en het CDA en VVD van 2010!

Wat we van de geschiedenis – zouden we daar serieuze belangstelling voor koesteren – kunnen leren, zegt Riemen is dat wat zich eens heeft voorgedaan opnieuw kan gebeuren, dat we het vermogen tot zelfstandig oordelen nooit mogen verkwanselen, dat een verenigd Europa zonder een politieke unie te zijn gedoemd is te mislukken, dat een gezond geestelijk klimaat onmisbaar is om tot een nieuwe wereldorde te komen en dat we moeten blijven streven naar schoonheid en waarheid om de geschiedenis te blijven herscheppen, wij kunnen niet zonder een beschavingsideaal.

Een van de meest in het oog springende facetten van het fascisme is de behoefte aan een zondebok. De PVV van Wilders heeft er zelfs twee: niet alleen de islam maar ook het sociaaldemocratisch gedachtegoed, kort samengevat als links is het culminatiepunt van alles wat er aan onze samenleving fout is in de ogen van de PVV-er. Niet alleen in het partijprogramma maar ook in discussies en toespraken van PVV- ers wordt Hitler als een socialist afgeschilderd en in het partijprogramma staat zelfs letterlijk: “Op 4 mei gedenken wij de slachtoffers van het (nationaal)socialisme”.

Maar niemand wordt als massamens geboren, we hebben allemaal de gelegenheid tot het maken van welbewuste keuzen. Het brengt ons niets, ons af te zetten tegen deze moderne massamens. Laten we ons vooral realiseren dat deze mens in de steek is gelaten door nihilistische intellectuelen die beweren dat er geen universele waarden bestaan; in de steek gelaten door een volstrekt falende onderwijspolitiek waarin de mens wordt opgeleid tot een dienaar van staat en bedrijfsleven, niet tot een zelfstandig denkend wezen; in de steek gelaten door de mateloos hebzuchtige zakenelite; en in de steek gelaten door de politieke elites van het gehele politieke spectrum, de elites die als ware populisten dingen naar kiezersgunst maar “de wereld van de geest en geestelijke waarden wordt hier niet gekend” stelt Riemen. Geef demagogen en charlatans macht, cultiveer via de massamedia het geloof dat deze leider, de antipolitieke politicus, de enige is die het land kan redden, en de constitutionele democratische instituties verdwijnen net zo snel als de autoriteiten hun gezag verliezen, omdat niemand ze meer gelooft. Aldus Riemen.

Zelf probeer ik grote woorden die zo beladen zijn en zo nadrukkelijk refereren aan het derde rijk en de holocaust, zoveel mogelijk te vermijden. Het risico is dat je door grote woorden te gebruiken heel snel buiten het discours belandt. Maar het is niet te loochenen dat de PVV draait om Wilders die nadrukkelijk geen politieke partij met leden op wenst te richten. Men moet blind zijn om niet te zien hoeveel minachting en dedain Wilders en de zijnen aan de dag leggen voor het politieke metier zoals wij dat kennen; natuurlijk, het kan geen kwaad om het bed eens op te schudden maar bij Wilders is minachting doel geworden en het is de beste manier om het gezag van de overheid onderuit te halen. Evenmin kan men ontkennen dat Wilders erop gebrand is het gezag van de rechterlijke macht onderuit te schoffelen. Hij filosofeert hardop dat het geen wonder is als miljoenen mensen hun geloof in de onafhankelijke rechter verliezen als hij veroordeeld wordt. De opmaat naar lekenrechtspraak en minimumstraffen. Er wordt getornd aan de rechtsstaat en onze beschaving staat op het spel. De populist is uiteindelijk enkel in macht geïnteresseerd.

Fascisme, stelt Riemen in navolging van Togliatti en Paxton, heeft een schrijnend gebrek aan gedachtegoed en kent geen enkele universele waarde. Fascisme zal daarom altijd de vorm en kleur van zijn tijd aannemen. Zo zal het fascisme in de VS religieus en anti-zwart zijn, in West-Europa seculier en anti-islam, in Oost-Europa katholiek en antisemitisch. De beste voedingsbodem voor de (fascistische) populist is een door crises gedomineerde maatschappij die de lessen van har geschiedenis niet heeft geleerd.

De betoogtrant van Riemen is helder, zijn konklusies onontkoombaar. Dit is een belangwekkend essay! Maar de inhoud is brisant vanwege de hypergevoeligheid van het thema en de gekozen bewoordingen. Reden genoeg om de kritikasters van Riemen de revue te laten passeren. Frits Bolkestein pakt op de van hem bekende wijze uit in de Volkskrant van 13 november 2010: “Rob Riemen, schaamt u zich voor zoveel onzin”. Hij ziet het fascisme vooral als een elitaire beweging met als bestaansgrond de ontkenning van universele waarden. Freud stuurde een van zijn boeken met opdracht aan Mussolini maar Wilders heeft nog nooit een boek van een intellectueel ontvangen. Bolkestein suggereert dat er geen sprake van is dat intellectuelen Wilders zouden steunen maar dat is een onhoudbare bewering, wanneer men bedenkt dat VVD en CDA maar wat graag met hem en zijn steun wilden regeren.

Dan schetst Bolkestein hoe het fascisme in zwang raakte in weerwil van het feit dat het liberalisme en rationalisme juist bezig waren in die jaren de idealen van de Verlichting te realiseren. Dat de mensen zich van het rationalisme afkeerden moet veroorzaakt zijn door verveling, vermoedt Bolkestein. Rationalisme was immers saai. Me dunkt dat dit toch echt als een onzinbewering moet worden beschouwd. Lees Enzo Traverso (De oorsprong van het nazigeweld, een Europese genealogie. Uitgeverij Verbum)  er eens op na, beste Bolkestein, dat brengt u tot andere inzichten.

Dat wij nu aan het begin zouden staan van nieuw fascisme kan niet waar zijn, aldus Bolkestein, want we hebben geen oorlog vers in het geheugen, geen inflatie, wel sociale zekerheid en de mensen zijn tevreden. Bovendien, zo zegt hij, is er geen sprake van dat Wilders de rechtsorde verstoort. Voorts zou er te weinig geprotesteerd worden tegen het feit dat Wilders politiebescherming nodig heeft. Ook plaatst Bolkestein vraagtekens bij het typeren van Wilders als een populist. Nee, ik ben bepaald niet onder de indruk van deze kritiek van de eminence grise van de VVD.

In de NRC van 10 november 2010 wijst ook Afshin Ellian op de enorme sociaaleconomische verschillen tussen het Italië van toen en het Europa van nu. Bovendien, stelt Ellian, was geweld wel degelijk een integraal onderdeel van de fascistische ideologie en hij vraagt zich vervolgens af of iemand ooit de zwarthemden van Wilders heeft gezien. Deze opmerking lijkt mij de facto wel juist maar betekent mijns inziens nog geen ontkrachting van de redenatie van Riemen. De PVV is in haar eentje verantwoordelijk voor een samenleving waar iedereen iedereen de maat neemt, waar moslims worden neergezet als mensen die je nooit kunt vertrouwen want ze kunnen stuk voor stuk gehouden worden aan de taqia, waar niemand nog vertrouwd kan worden zoals Femke Halsema opmerkt in haar column in dezelfde krant van 17 november 2010. Dat is geen fysiek geweld maar even zo zorgwekkend.

Ellian stelt dat Wilders juist een groot voorvechter van de vrijheid van meningsuiting is. Hoe je een dergelijke kwalificatie toe kunt kennen aan een boekverbrander is mij een raadsel maar Ellian draait er zijn hand niet voor om. Er zou geen georganiseerde massabeweging rond Wilders bestaan. Door welke bril bekijkt Ellian het politieke landschap eigenlijk? Een partij met slechts één lid dat de dienst uitmaakt, die geen politieke partij naar klassiek model wenst en zich daarmee antidemocratisch opstelt om vervolgens op democratische wijze in het parlement verkozen te worden, momenteel de tweede partij van ons land, geen massabeweging noemen? Dat is krasse taal.

In de NRC van 7 november 2010 besteedt Kees Versteegh aandacht aan recent onderzoek naar de relatie tussen populisme en democratie. Een van hen, de Nijmeegse politicoloog en filosoof Tim Houwen ziet drie positieve kenmerken van het populisme: het op de agenda plaatsen van onderwerpen die de gevestigde partijen doodzwijgen, het betrekken bij het democratisch proces van grote groepen kiezers die anders vervreemden en de constante herinnering aan de pretentie van de democratie dat alle burgers in de een of andere vorm mogen meebeslissen.

Maar hij signaleert ook een duistere kant aan het populisme die tot uiting komt in de gedachte dat de belangen van het homogene volk direct en onbemiddeld worden behartigd door de leider. Ook wordt populisme duidelijk gekenmerkt door een op zijn minst ongeduldige houding tegenover instituties als de rechterlijke macht en de constitutionele rechten van minderheden. Hij refereert aan Elisabeth Young-Bruhl, de biografe van Hannah Arendt. Young-Bruhl wees op het Aristoteliaanse begrip dynamis: politieke concepten zoals nadruk op leiderschap of inspraak van het volk die in de ene periode onschuldig of positief lijken, kunnen onder sterk veranderde economische of culturele omstandigheden een onverwacht explosieve en schadelijke uitwerking op de democratie krijgen.

Terug naar het essay van Rob Riemen. Het gebruik van grote en beladen  woorden brengt het risico met zich mee dat je alleen al op grond daarvan buiten de discussie wordt geplaatst. Toch heeft Riemen nadrukkelijk voor deze aanpak gekozen omdat het duiden van actuele politieke ontwikkelingen klare taal vraagt. Ja, het woord is groot en beladen maar Riemen maakt op een heldere wijze duidelijk hoe en waarom hij tot zijn kwalificatie komt.

Juist in deze dagen zien we hoe een fors percentage van de PVV Kamerleden een loopje nam met de waarheid om op het pluche van het parlement terecht te kunnen komen. Dat het weinig verheffend is dat in ons parlement lieden zitting hebben genomen die verdacht worden (en in een aantal gevallen daarvoor veroordeeld werden) van tal van gedragingen die zij zo graag publiekelijk aan de orde willen stellen en af willen straffen, moge duidelijk zijn. Het gaat me daarbij nog niet eens om het totale en onthutsende gebrek aan moraliteit wat daarmee aan de dag wordt gelegd. Maar juist deze partij, die iedereen de maat neemt en zero tolerance van de daken schreeuwt, laat zien dat Riemen gelijk heeft: het gaat om macht en moraliteit sneuvelt altijd als het om de macht gaat.  De PVV is in een razend tempo tot de elite gaan behoren die ze zegt zo te verfoeilijken. Dat ze daarbij pardoes in het eigen zwaard stuitert mag dan ook niet verwonderen. Ik betwijfel echter ten zeerste of deze partij hier electoraal nadeel van gaat ondervinden.

 

Enno Nuy

November 2010