Bijleveld, 203 pagina’s

 

Een hernieuwde kennismaking met een boek dat ik tientallen jaren geleden voor het eerst las. Daartoe gestimuleerd nota bene door mijn kleinzoon die mij vertelde van de recent uitgebrachte verfilming van deze klassieker, hij was ervan onder de indruk. Bij de Eerste Wereldoorlog denk ik onmiddellijk aan Louis Ferdinand Céline maar meer nog aan Ernst Jünger die in Oorlogsroes vertelt van ‘de materiaalslag, de strijd van man tegen man, dat is waar het om gaat’. De geschiedenis heeft al deze mannen op het slagveld samengebracht. Ergens laat Jünger een soldaat opmerken: “Het zou een soldaat verboden moeten worden om op  het slagveld over vrede te spreken”. De strijd dient, eenmaal aangevangen, uitgevochten te worden. Jünger schreef als het ware in de geest van De ondergang van het Avondland van Oswald Sprenger. Elke beschaving kent een cyclisch verloop en na een tijd van bloei volgt onvermijdelijk de neergang. Alleen strijd, alleen de heilige waarachtige oorlog kan de mensen een nieuw perspectief brengen. Alleen die oorlog brengt loutering dankzij de dappere soldaten die uiteindelijk in een man tegen man gevecht de nieuwe orde mogelijk maken. Jünger:  “Het valt minder moeilijk te midden van deze natuur naar het front te trekken dan vanuit een doods en koud winterland. Ook aan de eenvoudige geest dringt zich hier het vermoeden op dat zijn leven diep in de natuur is ingebed en zijn dood niet het einde betekent.”

In dit Van het westelijk front geen nieuws van Remarque is niets van zulk een perspectief terug te vinden en de schrijver maakt dat ook maar meteen duidelijk: “Dit boek wil noch een aanklacht, noch een bekentenis zijn. Het wil alleen een poging wagen, verslag uit te brengen over een generatie die door de oorlog werd vernield, ook wanneer het haar was gelukt aan de granaten te ontkomen”. Bij verschijnen in 1929 was het boek onmiddellijk een enorm verkoopsucces maar we snappen onmiddellijk waarom de nazi’s niets moesten hebben van deze Remarque. Ze verbrandden zijn boeken en ontnamen hem zijn staatsburgerschap. Wie niet in heldendom gelooft, wie niet wil zien dat een oorlog soms historisch onvermijdelijk is en wie zich niet distantieert van de schande van Versailles, die waren de bruinhemden liever kwijt dan rijk.

In dit boek volgen we een kleine groep Duitse soldaten die door hun klassenleraar waren opgehitst om te dienen in het nationale leger en ten strijde te trekken tegen de rest van de wereld ergens in België of Frankrijk. Remarque: “We waren achttien en begonnen net van de wereld en het leven te houden, maar we moesten erop schieten. De eerste granaat die insloeg, trof ons in het hart”. Het leven aan het front was een tombola, een loterij met enkel nieten. Deze jonge soldaten leefden niet van oorlogsretoriek of dromen van heldendom, zij dachten niet aan een nederlaag of een zege. Zij leefden van de kameraadschap en Remarque schreef daarover een prachtig en even indrukwekkend als verdrietig boek.

Wij, de moderne lezers, weten dat de Duitsers gezien werden als de aanstichters van deze Grote Oorlog, ook al liet Christopher Clarck ons in zijn Slaapwandelaars zien dat heel Europa erbij stond, ernaar keek en zich zonder pardon een oorlog in liet trekken waarvan iedereen dacht dat die binnen een paar maanden wel over zou zijn. Bij de Vrede van Versailles zouden de Duitsers hoe het ook zij, worden aangemerkt als aanstichters en verliezers en daarmee werd al in 1918 de kiem gelegd voor wat er tussen 1940 en 1945 over Europa los zou barsten.

Maar in dit boek van Remarque hebben we met dat alles niets van doen en het kost je als lezer dan ook geen enkele moeite je te identificeren met deze jonge Duitse soldaten die daar ook maar zijn omdat hun regering hen daartoe opriep. Als Paul, de ik-figuur van deze roman, een paar weken naar huis mag, op verlof, merkt hij al onmiddellijk dat hij zich niet meer thuis voelt in die wereld die hem zo vertrouwd zou moeten zijn. Maar hij voelt zich volledig vervreemd en vind het moeilijk om met wie dan ook een gesprek aan te knopen. Hij verlangt terug naar zijn kameraden aan het front en hoopt vurig hen  nog aan te treffen als hij terugkeert. De beschrijvingen van het slagveld, de loopgraven, de oorlogshandelingen en de materiaalslag zijn indringend, beeldend en overtuigend maar de afloop is onafwendbaar. Voorspelbaar, en desondanks sluit je het boek met een brok in de keel. Een mooi, indrukwekkend en onvergetelijk boek. Remarque mag dan geschreven hebben dat dit boek geen aanklacht is maar daarmee bedoelde hij vooral te zeggen dat het geen politieke aanklacht was. Hij heeft zich zijn leven lang zo weinig mogelijk met politiek bezig gehouden, bemoeid om vervolgens te ervaren dat die politiek zich onontkoombaar aan hem opdrong. Het is wel heel erg moeilijk om dit boek niet te lezen als een aanklacht tegen oorlog, ongeacht wie hem ook begon, ongeacht de redenen die men daartoe zou hebben.

Enno Nuy
Maart 2023