Tomorrow, and tomorrow, and tomorrow,
Creeps in this petty pace from day to day,
To the last syllable of recorded time;
And all our yesterdays have lighted fools
The way to dusty death. Out, out, brief candle!
Life’s but a walking shadow, a poor player,
That struts and frets his hour upon the stage,
And then is heard no more. It is a tale
Told by an idiot, full of sound and fury,
Signifying nothing.
William Shakespeare (uit Macbeth)

 

 

Een van de grote Europese schrijvers van dit moment naast de Hongaar Krasznahorkai is de Pool Wieslaw Mysliwski. In zijn recente roman Het oog van de naald doet hij enkele treffende observaties:
“Het leven loopt op ons vooruit, moet u weten, wij sloffen er maar wat achteraan”. “Het leven is achter jezelf aan dwalen zonder de hoop te hebben jezelf ooit te vinden”. “Trouwens, het verstand en de waarheid verhouden zich tot elkaar als de vuist en de neus”. “Het verleden maakt zich altijd ondergeschikt aan het huidig beleefde moment.” En eerder schreef hij al eens: “Want vastheid van het geheugen is de maat van de wanhoop en wanhoop is immers niets anders dan de trotse en geduldige verbintenis van de mens met zichzelf”.

Sommigen menen dat ware menselijkheid niet mogelijk zou zijn zonder honorering van de religieuze of spirituele dimensie van het bestaan. Verder van de waarheid kun je nauwelijks verdwalen. Wie het leven liefheeft, gaat op zoek naar de oorsprong van dat leven en komt onvermijdelijk uit bij de evolutie, alleen godgelovigen zijn in staat dat werkend principe te ontkennen. De evolutie leert ons dat de oorsprong van leven in de oceanen lag en wie een fraaie verbeelding van de eerste miljoenen jaren op deze planeet aarde wil lezen, die raadpleegt het wonderbaarlijk mooie boek Regen van Cynthia Barnett. En Het verhaal van onze voorouders van Richard Dawkins geeft een goed en accuraat beeld van hoe de evolutie vanaf het prilste begin verliep. Organisch leven ontstond uit dode materie nadat sterrenstof op onze planeet neerdaalde en de chemische elementen aanvoerde die een reactie aangingen met de materie op onze planeet. Maar we moeten verder terug, naar de oerknal en die bezwerende vraag wat er toch aan die oerknal voorafging. Lawrence Kraus schreef daarover Universum uit het niets, voorwaar geen gemakkelijke materie, maar zonder inspanning worden we niets gewaar, nooit rijker. En Stephen Hawking schreef onder andere Het heelal en Het grote ontwerp, evenmin stuiverromannetjes maar wel boeken die een enorme rijkdom aan kennis en inzicht opleveren.

Met een paar grote stappen zou je kunnen zeggen dat alle vragen die betrekking hebben op wat er nu precies gebeurde tussen de oerknal en nu, beantwoord kunnen worden met de inzichten uit de natuurkunde, de scheikunde, de astronomie en kosmologie. Weliswaar blijven er nog heel wat onbeantwoorde vragen over en die vragen hebben met name betrekking op de relatie tussen de quantummechanica en de kosmologie, de verhouding tussen de leer van de kleinste deeltjes en de leer van de grote wetmatigheden die we uit onze kennis van het heelal destilleerden. We weten dat we nog niet alle materie hebben doorgrond, een sluitende massabalans van het heelal hebben we nog niet in kaart kunnen brengen. Is er sprake van ‘donkere materie’ of ‘donkere energie’ of gaat het uiteindelijk, om met Erik Verlinde te spreken, om ‘informatie’?
Er is nog geen overkoepelende theorie gevonden die de wetten van de quantummechanica in overeenstemming brengt met de fundamentele natuurkrachten zoals de elektromagnetische kracht, de zwakke kernkracht, de sterke kernkracht en de zwaartekracht.
Zoals het er nu naar uitziet dijt het heelal alleen maar uit met een overdonderende snelheid en dat proces zou ertoe kunnen leiden dat de afstanden tussen de afzonderlijke sterrenstelsels dermate groot worden dat ze niet meer overbrugd kunnen worden binnen de geldende natuurkundige wetmatigheden waarbij de snelheid van het licht het zwaarstwegende criterium is. Weten we ons nu nog omgeven door honderden miljarden sterrenstelsels, straks zijn we tamelijk eenzaam geworden en kennen we alleen nog onze eigen Melkweg als onze natuurlijke habitat. Dan hebben we ook geen toegang meer tot ons verleden, zullen we nooit meer weten dan we in onze archieven hebben opgeslagen en onze toekomst zal tot in de eeuwigheid uitermate ongewis zijn, ook al weten we nu al hoe het afloopt, hoe onze planeet over zo ongeveer vijf of zes miljard jaar aan haar einde zal komen. De zon wordt dan een rode reus en zal zo’n tweehonderd keer groter worden dan nu het geval is. Mercurius en Venus zullen door die rode reus opgeslokt worden, de aarde misschien ook. Wordt de aarde niet opgeslokt dan zal in ieder geval alle leven van de planeet verdwijnen, het wordt er simpelweg te heet. Ook onze allerlaatste sporen zullen dan voorgoed verdwenen zijn, tenzij we het ruime sop of beter gezegd de lege ijlte gekozen hebben.

Voor de meeste mensen is het gewicht van dit soort vragen dermate zwaar en groot, beangstigend ook, dat ze een concept hebben bedacht dat het bestaan terugbrengt naar meer behapbare proporties. Zo creëerde de mens de scheppende god. Cynthia Barnett liet ons zien dat de grote monotheïsmen ontstonden in streken die door extreme droogte werden gekenmerkt. Het polytheïsme vindt zijn oorsprong in de veel nattere gebieden. Die ene God zou regen brengen mits de mens wilde gehoorzamen. Het polytheïsme daarentegen bracht ons Confucius, Lao Tse, Boeddha en Mahavira die al de grondvesten voor universele ethische codes legden toen er van Paulus en Jezus nog lang geen sprake was. En waar de joden dierenoffers brachten, eisten Boeddha en Mahavira ook voor de dieren, inclusief de insecten, respect!

Meer wil ik over god en godsdienst niet zeggen, ik keer liever terug naar de kenbare wereld en de grote vragen die ons beheersen. Ik heb geen tijd voor god en het moge duidelijk zijn dat ik religie als tijdsverspilling beschouw. Wie zo nodig in een god wil geloven moet dat vooral doen, ik heb er geen problemen mee maar men moet mij er niet mee lastig vallen. Religie is het doelbewust afzien van de mogelijkheid om falsifieerbare kennis te verwerven. Kort samengevat wil ik religie nog wel eens typeren als doelbewuste, opzettelijke domheid. Ook over moraal zal ik het hier niet gaan hebben; ik volsta met de zojuist geplaatste opmerkingen over ethische codes lang voordat Jezus ten tonele verscheen.

In zijn afscheidsrede Het blijft mensenwerk geeft emeritus hoogleraar Humanisme en Levensbeschouwing aan de Universiteit voor Humanistiek Peter Derkx als zijn voorlopige konklusie weer dat spiritualiteit een min of meer vast, herhaald patroon van bezinningsactiviteiten of -rituelen is dat ervoor zorgt dat onze belangrijkste overtuigingen, waarden en doelen – belangrijk in het licht van het grootste geheel waarmee we ons verbonden voelen – niet door de afleiding en hectiek van het alledaagse leven ongemerkt uit het zicht verdwijnen.

Laat ik vooropstellen dat vermoedelijk de meeste mensen zich de luxe van reflectie helemaal niet kunnen veroorloven. Rijke mensen zullen – ik chargeer – reflectie als iets overbodigs beschouwen of ze zijn dermate druk met consumeren en vergeefse pogingen hun leven te verlengen dat het hen aan tijd en wil ontbreekt om tegen het einde van hun leven nog eens met een kritische blik op hun leven terug te kijken. Arme mensen – ik chargeer opnieuw – vinden die tijd evenmin, nog even afgezien van de omstandigheid dat zij zich de luxe van reflectie vaak niet kunnen veroorloven. Wat valt er te reflecteren op een leven waarin je nauwelijks zeggenschap over de loop ervan hebt gehad? Dit alles nog even afgezien van de omstandigheid dat een groot deel van de bevolking tegen het einde van hun leven geconfronteerd wordt met het risico van de eeuwige vergetelheid die we dementie of Alzheimer noemen. Ruim 8% van de mensen boven de 65 jaar heeft dementie. Ruim 25% van de mensen boven de 80 jaar heeft dementie. Ruim 40% van de mensen boven de 90 jaar heeft dementie. De kans is 1 op 5 dat iemand in zijn leven dementie krijgt. Wie die vergetelheid eenmaal betreedt kan wel – zoals E. Busken – trachten het leven nog eens de revue te laten passeren maar zal vrijwel zeker al heel snel vastlopen in een moeras waarin herinneringen een loopje met de werkelijkheid, de waarheid of de feitelijk loop der dingen zijn gaan nemen.

Wij leven in een land waarin de belastingdienst – de inner van collectieve middelen – een dermate streng invorderingsbeleid heeft opgezet en uitgevoerd dat tienduizenden burgers gemangeld en geknecht werden. De belastingdienst krijgt de zwarte piet toegespeeld maar we willen maar niet begrijpen dat wij zelf aan de oorsprong van dit perverse beleid staan: we zouden en moesten vooral korte metten maken met frauderende Bulgaren en andere Balkanbewoners die hier van onze rijkdom wilden komen profiteren. Die belastingdienst deed slechts wat wij hen ingaven. De scheppende geest hiervan loopt nog steeds vrij rond en zal straks vrijwel zeker voor de vierde keer een regering vormen. Wij weten inmiddels met welke mantra hij zich voortdurend weet te handhaven op het hoogste podium: hij geeft voor ergens geen actieve herinnering aan te hebben. En hij komt er keer op keer mee weg. Tienduizenden burgers moesten toezien hoe hun leven verwoest werd, er werden zelfs kinderen aan de ouderlijke macht onttrokken, het is erger en triester dan wij ons kunnen voorstellen, dan wij ons willen voorstellen. Zulke burgers kunnen zich niet veroorloven aan reflectie of introspectie te doen, zij zouden dat niet verdragen. Een van de personages van Krasznahorkai verzuchtte eens: “Wat ik niet begrijp is niet waarom ik moet sterven, maar waarom ik moest leven…”.

Wij zijn dus een product van de evolutie en de evolutie is een proces zonder doel of richting. In haar evocatieve en bijkans hallucinante studie Pelgrim langs Tinker Creek schreef Annie Dillard: “De voorwaarden zijn helder: wie wil leven, moet sterven; je kunt geen rivieren en bergen hebben zonder ruimte, en ruimte is een schoonheid met een blindeman als echtgenoot. Die blindeman is Vrijheid, of Tijd, en overal waar hij gaat, wordt hij vergezeld door zijn vervaarlijke hond Dood”.

De evolutie dient slechts het leven, het voortbestaan en dat geschiedt door middel van genen. Vragen naar de zin van dit proces is niet aan de orde. Als ergens, dan geldt hier: het is zoals het is. Aan het leven of het doorgeven van leven is geen zin ‘an sich’ te ontdekken. Behalve ten hoogste de wetmatigheid dat wat leeft, wil blijven leven oftewel de instandhouding van de soort.

Voor de meeste mensen is een leven zonder intrinsieke zin een onbegaanbare denkpiste en daarom creëerde homo sapiens een scheppende god die zin verschafte door ons het hiernamaals voor te schotelen. En het is niet voor niets dat het hiernamaals ons hier, op aarde, niets te bieden heeft. Dat speelt zich af in het Jenseits en we mogen er pas heen als we gewogen en goed bevonden zijn. De christelijke moraal is een leer van de angst. Wie alleen maar goed doet omdat hij of zij* meent dat zijn of haar god dat voorschrijft doet geen goed maar volgt slechts bevelen op. Met moraal heeft dat weinig van doen. Tja, wie genoegen wil nemen met een fata morgana vindt daarin wellicht troost. Maar voor wie de evolutie als werkend beginsel, als de motor van het leven beschouwt, is zo’n hiernamaals als een monster zonder waarde. Ik althans, ik kan er niets mee.

De vraag is nu of een leven zonder intrinsieke waarde per definitie zinloos zou zijn. Wij geven onze genen door aan ons nageslacht, wij leven voort in en via ons nageslacht. Op die wijze houden we de soort in stand. Hebben we genoeg aan die rol? Kunnen we ons leven als zinvol beschouwen vanwege het simpele feit dat we onze genen doorgaven? Laten we om te beginnen vaststellen dat die vraag alleen relevant is voor degenen die hem stellen willen. Ik vermoed toch dat de meeste mensen zich op een of andere manier neerleggen bij die wetmatigheden en automatismen van het leven: je wordt geboren, groeit op, zet kinderen op de wereld, leeft nog een tijdje en gaat dood. Daarin zit de erkenning verweven dat je als individu de loop der dingen, de loop van de geschiedenis niet kunt beïnvloeden. In die zin zijn we allemaal onderdeel van een groter geheel. We spelen onze rol, leven enige tijd in de veronderstelling of misvatting dat we behept zijn met een vrije wil om tegen de tijd dat we in zijn gaan zien dat die vrijheid nogal beperkt en betrekkelijk was vast te stellen dat we er niets meer aan kunnen veranderen. Berusting is veler lot.

Hoe het ook zij, als we alleen maar onze genen hoeven door te geven dan is dat toch wel een magere rol. Evolutionair gezien moeten we het daar echter wel mee doen. Strikt genomen vervalt onze zin, ons nut zodra we kinderen verwekt hebben. Gelukkig is dat niet helemaal waar: homo sapiens kent de langste opvoedtijd van alle diersoorten. Wij durven onze kinderen pas los te laten als ze 18 jaar zijn, pas dan worden ze verondersteld op eigen benen te kunnen staan. En ook wanneer kinderen eenmaal een eigen leven zijn gaan leiden stellen we ons als ouders graag voor dat we er nog steeds toe doen, nog steeds een bijdrage leveren aan de vorming van onze kinderen, ze kunnen laten profiteren van niet alleen ons vermogen voor zover daarvan sprake is maar ook van onze wijsheid en ervaring. En hoe graag niet denken we als opa en oma van belang te zijn voor onze kleinkinderen?

Maar hoe zit het dan met al die mensen die geen kinderen hebben? Evolutionair gezien leveren zij geen bijdrage aan de instandhouding van de soort behalve dan de mate waarin zij medebepalend zijn voor de vorming en ontwikkeling van cultuur en op die manier een rol spelen in ons collectieve DNA. Dat lijkt wel erg mager natuurlijk en dat is ook zo. De moderne westerse mens heeft het individualisme omarmd en is er sinds de Verlichting op gebrand zich als individu te kunnen manifesteren, te kunnen ontwikkelen. Wij zouden dan ook graag zien dat ons individuele leven zin heeft. Wie daarvoor kiest treft die zin aan in een religieuze moraal maar we moeten ons daarbij wel realiseren dat de christelijke moraal de facto een angstleer is en we hebben genoegzaam ervaren dat de islamitische moraal is gebaseerd op volstrekte onverdraagzaamheid jegens anders- of niet-gelovenden. De joodse moraal is gebaseerd op een tragische reeks misverstanden over uitverkoren zijn en een specifiek door god toegezegd stukje grond.

In de Chinese samenleving is god vervangen door de partij en heeft de Chinese burger nimmer de ruimte gekregen om het individualisme te omarmen. Het individu is er dan ook volstrekt ondergeschikt aan het collectief. Ook al weten we niet of nauwelijks wat een individuele Chinese burger denkt of voelt, die burger lijkt zich tamelijk gedwee neer te leggen bij het lot dat bij de geboorte al vast lijkt te staan. De greep van de partij op de samenleving is er totaal en onontkoombaar, slechts een enkeling durft daar vraagtekens bij te plaatsen. Houdt de Chinese burger zich bezig met het zingevingsvraagstuk? Ik heb geen idee!

Ik beperk me hierna tot die mensen voor wie een religie niets te bieden heeft en die op zoek zijn naar de zin van hun bestaan anders dan hun eventuele bijdrage aan de evolutie. Eerder stelde ik al vast dat aan het geboren worden als levend organisme geen zin ‘an sich’ te ontdekken valt. Hier keer ik weer terug naar de afscheidsrede van Peter Derkx die zich afvraagt in welke zin en welke mate spiritualiteit een bijdrage zou kunnen leveren aan goed ouder worden. Voor hem kent het humanistisch zingevingskader vier hoofdkenmerken: de kennistheoretische overtuiging dat iedere levensbeschouwing aan een context gebonden mensenwerk is en blijft, alle mensen behoren elkaar als gelijken te beschouwen, mensen behoren hun vrijheid te benutten om zichzelf te vormen, en tot slot zou het hoogste doel van het handelen van mensen de liefde voor specifieke, kwetsbare, unieke en voor hen onvervangbare andere personen moeten zijn.

Merk op dat drie van de vier hoofdkenmerken die Derkx hier noemt normatief geformuleerd zijn. Ik ken genoeg mensen die zouden zeggen: nou, dat maak ik zelf wel uit. En hoe zit het met die Bildung, zouden we niet kunnen volstaan met ‘zelfontplooiing met inachtname van het niet-schaden-principe’?

Hoe het ook zij, Derkx stelt voor alleen van spiritualiteit te spreken als er sprake is van een dagelijks of op zijn minst geregeld patroon van bezinningsactiviteiten of -rituelen. En hij citeert de Australische theologe Elizabeth MacKinlay die een universeel menselijk model van spirituele taken bij het ouder worden opstelde. In het kort komen die taken hier op neer: vaststellen wat de diepste of ultieme zin van het eigen leven is, daarop antwoorden met cultureel bepaalde symbolen en rituelen, een kwetsbare, zelf-overstijgende houding zoeken, het vinden van de laatste zin van het leven, het vinden en onderhouden van persoonlijke relaties en het voorkomen van isolement en tot slot het vinden en vasthouden van hoop bij het ouder worden door zin te ervaren, bevredigende relaties te onderhouden en zelf-transcendentie te ontwikkelen. Dat is nogal wat, eerlijk gezegd lijken me dit te zware opgaven voor de meeste mensen.
Dawkins schetste hoe traditionele godsdiensten steun, verklaring, troost en inspiratie bieden aan mensen, functies waaraan ze houvast kunnen ontlenen. Deze functies kunnen uiteraard ook door atheïstisch en agnostisch humanisme worden geboden, aldus Peter Derkx. En dat is natuurlijk ook zo.

Derkx laat zien hoe sommigen, zoals de filosoof Harry Moody, menen dat dromen kunnen worden opgevat als aanwijzingen uit het onderbewuste voor hoe het leven te leiden maar mij persoonlijk lijkt dat onzin. Als ik mij mijn dromen al herinner, moet ik toch telkens weer vaststellen dat ik er geen touw aan vast kan knopen en ik zou niet weten hoe ik die bizarre avonturen – want bizar zijn ze nogal eens – zou moeten interpreteren of analyseren, laat staan dat ik daaruit af zou kunnen leiden hoe ik mijn leven het beste in kan richten.
Derkx stelt daar tegenover dat ook romans, korte verhalen en films zich goed laten gebruiken in spirituele oefeningen, met name omdat ze ons niet alleen intellectueel aanspreken maar ook zintuiglijk en emotioneel. Ik zal dat zeker niet ontkennen, ben zelf een meer dan verwoed lezer, maar waarom laat hij de non-fictie hier buiten beschouwing? Zelf lees ik negentig procent non-fictie en haal mijn inspiratie vooral uit die boeken die de kenbare wereld als uitgangspunt nemen.
Ik kan slechts vaststellen dat ik een allesbehalve spiritueel wezen ben maar dat betekent niet dat ik geen inspiratiebronnen zou kennen, integendeel. Evenmin las ik bezinningsmomenten of -rituelen in en geef ik er de voorkeur aan veel van wat me overkomt gewoon toe te laten of, als het me niet bevalt, te ontwijken. Daar gaat veel tijd mee heen en geregeld verwijt ik mezelf onnodig tijd te verknoeien maar ik troost me maar met de gedachte dat het vrijwel ondoenlijk is, voor mijzelf althans, mijn leven altijd op de top van mijn kunnen te leiden, altijd maar volledig gefocust te zijn op wat ik belangrijk vind in mijn leven.

En wat ik dan belangrijk vind is eigenlijk heel simpel: mijn gesprekken en omgang met mijn echtgenote, mijn kinderen en kleinkinderen, broers en zus, mijn groter familieverband, die enkele vriend en vriendin en voor de rest mijn mateloze belangstelling voor en nieuwsgierigheid naar het ontstaan en de toekomst van deze wereld en dit universum (aan parallelle universums kom ik helemaal niet toe, al was het maar omdat ik niet zou weten hoe ik daarover na zou moeten denken) en een onstilbaar verlangen naar het ervaren van (de schoonheid van) de natuur en de zeggingskracht van kunstenaars en juist omdat ik vaak zo morsig met tijd omga kom ik zeeën van tijd te kort om te lezen wat ik nog lezen wil, zou ik veel vaker nog dan nu het geval is musea, theater, concertzaal en het werk van hedendaagse architecten** willen bezoeken.

Als ik er niet meer ben hoop ik dat mijn kinderen en kleinkinderen nog eens aan mij herinnerd worden, daar moet ik het mee doen. Ik wil leven en ik zal sterven, ik heb daar vrede mee maar hoop dat dat verscheiden nog even op zich laat wachten. Ik heb voorzorgsmaatregelen getroffen om te voorkomen dat ik in eindeloze vergetelheid wegzak. Ik hoop dat ik zonder morren zal gaan als mijn tijd om te gaan zich aandient. Ik maak mij geen illusies over mijn impact op deze wereld, ik leidde nimmer een openbaar of publiek leven, ik was geen kunstenaar die aller ogen en aandacht op zich wist te vestigen noch een politicus of groot wetenschapper. En desondanks ervaar ik mijn leven als buitengewoon zinvol en volgens mij is dat voornamelijk een gevolg van mijn nieuwsgierigheid. In de komende jaren zullen familie en vrienden rondom mij wegvallen, tenzij ik hen voor ben. Mijn inner circle zal vermoedelijk steeds kleiner worden. Ik zie niet in waarom mijn nieuwsgierigheid dan af zou nemen. Ik lees dagelijks drie kranten en desondanks houd ik van het leven. Een receptuur voor de zin van het leven heb ik niet. Voor de een is het zijn religie, voor de ander spiritualiteit, voor mij is het de nieuwsgierigheid.

Maar de eerlijkheid gebiedt mij hier op te merken dat ik mijzelf ook als een zondagskind beschouw, armoe heb ik nooit gekend, pas op mijn 61ste ervoer ik voor het eerst in mijn leven echte fysieke pijn,  ik heb in alle bescheidenheid en in zekere zin een carrière op kunnen bouwen, heb een groot deel van de wereld kunnen bereizen, ik heb de liefde gekend, ik ken de liefde, ik ben de weg kwijt geweest maar ben erin geslaagd het leven op mijzelf te veroveren, heroveren. Kan ik iets anders konkluderen dan dat ik een gelukkig mens ben? Voor de beantwoording van vragen naar de zin van het leven maakt het nogal wat uit of je tot de ‘haves’ of de ‘have-nots’ behoort.

 

Enno Nuy
November 2021

 

* Veel meer gender ken ik niet maar dat betekent niet dat ik zou willen bestrijden dat anderen zich ook in een minder duidbare vorm wensen te presenteren. Sterker nog, ik vind dat wel verfrissend en spannend. Maar taalkundig ben ik daar nog niet aan gewend.

** Ik was onlangs in Groningen en bezocht er het werkelijk schitterende nieuwe onderkomen van DUO – bouwkosten 120 miljoen Euro, ’t is maar dat u het weet – maar de binnenkant mocht ik niet zien terwijl ik toch, net als u, medefinancier van dit door UN Studio ontworpen gebouw ben!

 

Bronnen

Het blijft mensenwerk – Peter Derx, Waardenwerk, mei 2018
Het oog van de naald – Wieslaw Mysliwski, Querido 2021
Baron Wenckheim keert terug – László Krasznahorkai, Wereldbibliotheek 2020
Regen – Cynthia Barnett, Kosmois 2015
Pelgrim langs Tinker Creek – Annie Dillard, Atlas|Contact 2019
Universum uit het niets – Lawrence Krauss, Nieuw Amsterdam 2012
Het grote ontwerp – Stephen Hawking, Prometheus-Bert Bakker 2014
Het heelal – Stephen Hwking, Prometheus 1988
Het verhaal van onze voorouders – Richard Dawkins, Nieuw Amsterdam 2004