Uitgeverij Koppernik, 213 pagina’s

 

Het is toeval voor en toeval na, soms een tel doorschoten door het vuurvliegjeslicht van causaliteit. Dit is slechts een van de vele, vele prachtige zinnen die Donald Niedekker optekende in dit Waarachtige beschrijvingen uit de permafrost. Permafrost die we overigens slechts spaarzaam tegenkomen.

Het verhaal begint met de merkwaardige en opmerkelijke geograaf, astronoom en predikant Petrus Plancius (1552-1622) die ook nog cartograaf was en op gedetailleerde kaarten aangaf waar zich vermoedelijk de noordelijke doorgang bevond. De predikant in hem maakte het Arminius in Leiden behoorlijk lastig. Hij nam anderen graag de maat. Hij heette eigenlijk Pieter Platevoet. En o ja, samen met Johan van Oldenbarnevelt richtte hij de VOC op. We komen hem nog vaak tegen in dit opmerkelijke boek.

In een bijzin wordt Dolet genoemd en dat blijkt Etienne Dolet te zijn die leefde van 1509 tot 1546, drukker van beroep en als je zijn lemma in Wikipedia opzoekt raak je zomaar verzeild in een waanzinnig bestaan van een eigengereid en vermoedelijk even eigengereid als vermetel als dom bestaan want Dolet sterft door toedoen van de inquisitie. Hij wordt verwurgd en samen met zijn boeken verbrand. Ja, die jongens van de inquisitie, die kenden geen twijfel. Erbarmen evenmin.

Niedekker schrijft zeer fraai Nederlands dat archaïsch aandoet zonder het te zijn. Het is eerder barok. Zijn alter ego is een schrijver en dichter die werd toegevoegd aan de bemanning van Willem Barentsz om verslag te doen van de vooraf al als heroïsch bestempelde reis om de noordelijke doorgang te ontdekken. Verslag te doen of mooier nog, een ode te schrijven. Zelf verklaart deze anonieme dichter, wiens werk ons nu pas onder ogen komt omdat de temperaturen overal veel te hoog worden, dat hij te rade ging bij Vergilius, Quintilianus en Herodotus en dat blijken passende referenties. Niedekker: “Kom nu, Grote Dooi die de vorst van eeuwen doet smelten, en mijn woorden zullen stromen. Kom warmte, kom!”

En dan opeens, zomaar midden in de tekst, een verhaaltje van oma over de vis en de haan en een marskramer die niet naar waarschuwingen luistert. Een heel kort sprookje dat slecht afloopt. Met jaloezie lees ik zinnen als: “voorbij de dood, voorbij het aardse – dat was gesneden koek voor de middeleeuwer, die zichzelf uiteraard nooit als middeleeuwer zag, maar eerder als getuige en voltrekker van de Openbaring, de Apocalyps en de belofte van de Verlossing die daarin besloten lag”. Hoe heerlijk niet moet het zijn als je geest zulke taal laat ontstaan.

Veel heb ik gezien. Veel kan ik verhalen. Schrijft Niedekker telkens weer.

Pas op pagina 140 komen we aan op Nova Zembla terwijl het eigenlijke doel nog zoveel verder lag. In plaats van eeuwige roem?: “Niets. Schipbreuk. IJsgang. Doden. Koudvuur”. Aan permafrost komen we nauwelijks toe in dit bij vlagen hallucinante boek. Er is de poolnacht, de ijzige kou, de eeuwigdurende duisternis, als de sjamaan en een trommelvel hun intrede doen en onze bard door dat trommelvlies van het hiermaals naar het jenseits glijdt.

We komen terecht in de Vervolgoorlog en de deelname van de Finnen aan de Duitse opmars tegen de Russen na afloop waarvan de Finnen herstelbetalingen aan de Russen verschuldigd zijn en juist als ze een atoomijsbreker voor de Russen opleveren laten de laatsten boven Nova Zembla de RDS-220 tot ontploffing komen, de zwaarste waterstofbom die ooit vervaardigd werd, 50 megaton, meer dan er in totaal gedurende de Tweede Wereldoorlog tot ontploffing werd gebracht. Grote Ivan, of Tsar Bomba, of Joe 111 werd hij genoemd. De seismische schok gaat drie keer de aarde rond.

In 1950 begon het antropoceen, in 1961 ontplofte de Tsar Bomba, alsof daarmee de verwoestende invloed van de mens op onze natuur werd gesymboliseerd, zodat, toen de permafrost ophield permafrost te zijn, onze anonieme bard ontdooide om ons alsnog zijn verhaal te vertellen. En wat voor een verhaal!

Ik kende deze Donald Niedekker helemaal niet en dat is merkwaardig. Waarom is deze verhalenverteller die een prachtige stijl hanteert niet eerder tot mij doorgedrongen? Onvoldoende opgemerkt en geprezen door ons recensentendom? Dat kan maar zo maar ik ga nu toch ook eerdere publicaties van deze schrijver lezen. Dit smaakt naar meer!

 

Enno Nuy
februari 2022