Romanist en Germanist Uw Neumahr schreef een uitermate verrassend en razend interessant boek over het eerste Neurenberger Proces, direct na de oorlog georganiseerd door de geallieerden. Dit proces voltrok zich tussen 20 november 1945 en 1 oktober 1946. Daartoe werd een tribunaal opgericht en de Amerikanen, Engelsen, Fransen en de Russen leverden ieder daarvoor gekwalificeerde rechters. Dit tribunaal werd enerzijds geroemd omdat het een volstrekt novum was in de internationale rechtspraak. Niet eerder werden militairen en politici voor het gerecht gebracht om beschuldigd te worden van misdaden tegen de menselijkheid en genocide. Anderzijds bestond er ook veel kritiek op dit tribunaal dat geregeld werd gekenschetst als Overwinnaarsrecht. In totaal werden er tussen november 1945 en 14 april 1949 dertien rechtszaken gevoerd die gezamenlijk bekend staan als de Neurenberger Processen.

In zijn boek belicht Neumahr enkele van de beklaagde nazi’s maar vooral de in een kasteel ondergebrachte journalisten, schrijvers en commentatoren van een zeer diverse internationale pluimage. De moord op miljoenen joden werd in deze processen behandeld onder het kopje Misdaden tegen de menselijkheid. En onder de 139 personen die waren uitgenodigd om voor het tribunaal te getuigen bevonden zich welgeteld drie joden! Die misdaden tegen de menselijkheid werden door de Fransen afgehandeld en die hadden geen enkele aandrang om de Holocaust tot het hoofdthema van hun aanklacht te maken. Zij hadden vooral oog voor niet-Joodse Franse burgers en verzetsstrijders.

De Britse rechter stelde dat de verklaringen van de sovjetgetuigen hem nogal overdreven voorkwamen. En de Amerikaanse hoofdaanklager Jackson meende dat joodse getuigen weleens wraakzuchtiger zouden kunnen zijn dan anderen, wat de waarheidsvinding niet ten goede zou komen!

Het Hof bestond uit Amerikaanse, Britse, Franse en Russische rechters. Voor antinazistische Duitsers was echter geen plaats gereserveerd, tot grote ergernis van onder andere Willy Brandt. Döblin echter was een tegenstander van Duitse rechters. Hij meende dat de Duitsers genoeg kansen hadden gekregen om hun eigen misdadigers te berechten maar die kansen hadden ze allemaal laten lopen!

Het waren de rechters die bepaalden welke getuigen werden toegelaten. Heel wat door de verdediging voorgestelde getuigen werden evenwel, meestal om politieke redenen, botweg geweigerd. De Australische correspondent Osmar White noemde het tribunaal zelfs een wraakspektakel.

Zeer interessant is het hoofdstuk over Dos Passos (1896-1970) die een tijdlang bevriend was met Hemingway (1899-1961) maar zich na de showprocessen van Stalin geheel afkeerde van de communisten en uiteindelijk het McCarthyisme steunde. Hemingway liet zich erop voorstaan dat hij hoogst persoonlijk honderd tweeëntwintig Duitse soldaten had gedood. Hemingway zullen we verderop in dit boek nog tegenkomen. Was geen aangename kerel, zo is mijn stellige indruk.

Erich Kästner had wel heel hoge verwachtingen van het Neurenberger protest: “mocht het lukken de verdachten ter verantwoording te roepen, dan zou oorlog weleens uit kunnen sterven”. Maar het moet ook hem al heel snel duidelijk zijn geworden dat dat wel een heel naïeve gedachte was.

Overigens is Neumahr heel wat kritischer over Kästner dan je gewoonlijk tegenkomt bij andere literatoren of historici. Hij wijst erop dat de schrijver wiens boeken door de nazi’s werden verbrand desondanks zijn best deed lid te worden van de Reichsschriftumskammer en er ook geen problemen mee had om de amusementssector van het Derde Rijk van filmmateriaal te voorzien! Na de oorlog bleek Kästner een tegenstander van een heropvoeding van de Duitsers en hij moest niets hebben van het idee van collectieve schuld.

Razend interessant is het hoofdstuk over Erika Mann, ‘dochter van’ (1905-1969) en dat geldt evenzo voor Elsa Triolet (1896-1970), gehuwd met de Franse dichter, schrijver, dadaïst, surrealist en communist Louis Aragon (1897-1982) die heel lang, veel te lang een verstokte Staliniste blijft om pas tegen het einde van haar leven te schrijven: “Ik heb de ogen van Elsa. Ik heb een echtgenoot die communist is. Dat is mijn schuld. Ik ben een werktuig in handen van de Sovjets. Ik ben een luxepaardje. Ik ben een Franse dame en een schandvlek. Ik ben onderworpen aan het socialistisch realisme. Ik ben een moralist en een frivool, breiend, verhalen bordurend wezen. Ik ben Sheherazade , de grote verhalenvertelster. Ik ben de muze en de vloek van de dichter. Ik ben mooi en ik ben afstotelijk“. Zulke woorden zijn moedig, pijnlijk en ontroerend.

Dan lees ik over Martha Gelhorn (1908-1998) die later met Hemingway (1899-1961) zou trouwen. Hemingway bleek een onaangename hork die het schrijverssucces van zijn echtgenote niet verdroeg. Als ik op het punt sta definitief bewondering voor Martha Gelhorn op te vatten lees ik hoe zij aan haar adoptiezoon Sandy schrijft: “Motivatie komt van binnenuit, het is een kwestie van moed, fantasie en wilskracht. Dat heb jij allemaal niet. In mijn ogen ben je een sukkel: als ik jou was sprong ik uit schaamte van de klif”. Het liep niet goed af met Sandy. Jaja, Martha en Ernest vormden een fijn koppel samen! Later werd ze verliefd op een Amerikaanse generaal tot een stikjaloerse Marlene Dietrich haar eruit werkte om zelf een affaire met die generaal te beginnen!

Dit is een zeer interessant boek dat uiteindelijk over grote filosofische en morele vraagstukken handelt. Had Hannah Arendt gelijk die stelde dat de nazi’s alle strafrechtelijke kaders hadden vernietigd en bestond er geen passende straf voor hun wandaden? Of zag Karl Jaspers het goed die haar antwoordde: “Bacteriën kunnen epidemieën veroorzaken waaraan hele volkeren te gronde gaan, en toch blijven het gewoon bacteriën“. Ook Golo Mann geloofde in tegenstelling tot zijn zus Erika en zijn vader Thomas niet in dat concept van collectieve schuld. Ging het bij de Duitsers inderdaad eerst en vooral om collectieve schuld of had Willy Brandt gelijk die ook niet in dat collectiviteitsconcept geloofde en ook Duitse rechters had willen zien in Neurenberg. Had Hannah Arends gelijk met haar ‘banaliteit van het kwaad’ of heeft Bettina Stangneth ons helder laten zien dat Eichmann tot zijn dood een overtuigde nazi is gebleven en wel degelijk een zwaardere inbreng in het onvoorstelbare drama had gehad dan slechts een rol als Schreibtischmörder? Hoe het ook zij, de Amerikanen zouden het verbroederingsverbod dat onmiddellijk na de oorlog werd afgekondigd, men kon de Duuitsers immers nooit vertrouwen, al snel opheffen. Duitsland was nodig als politieke en economische bondgenoot.

Toch hebben de Duitsers naar mijn waarneming wel degelijk serieus werk gemaakt van hun Vergangenheitsbewältigung. In de jaren van de studentenprotesten rond 1968 werd de oudergeneratie steeds vaker gedwongen de ongemakkelijke vragen van hun kinderen – wat deed jij in de oorlog? – te beantwoorden. En een indrukwekkend voorbeeld van hoe de Duitsers met hun verleden omgingen is terug te vinden in de historische toespraak van Bundespräsident von Weizsäcker in 1985. Maar het heeft er alle schijn van dat deze rede nu al niet meer nagalmt in het Duitsland van vandaag en ik citeer von Weizsäcker hier slechts op twee plaatsen.

“Wie over de toestand in het Nabije Oosten oordeelt, behoort aan het lot te denken dat Duitsers de joodse medemensen hebben doen ondergaan en hij dient ook te beseffen dat de stichting van de staat Israël tot stand kwam onder voorwaarden die ook thans nog een belasting vormen voor de mensen in dit gebied”. De president zei hier heel simpel: Denk ook aan de Palestijnen maar in het Duitsland van vandaag is zelfs een Palestijnse sjaal taboe. En dit zei von Weizsäcker over de vrijheid van meningsuiting: “Als wij ons de vervolging herinneren van de vrije geest tijdens de dictatuur, zullen wij de vrijheid van elke gedachte en van elke kritiek beschermen, hoezeer die zich ook tegen onszelf kan richten”. Maar wie in het Duitsland van nu betoogt ten gunste van de Palestijnen, wordt onmiddellijk opgepakt en voor het gerecht gebracht.

Natuurlijk is dit boek uiterst actueel. Ook nu worden conflicten voor iedereen zichtbaar uitgevochten en is de omringende wereld in kampen verdeeld, we hebben ons oordeel klaar wellicht maar we zijn niet in staat strijdende partijen uit elkaar te houden. We zijn getuige van slachtpartijen maar grijpen niet in en daar hebben we geopolitieke of economische redenen voor. De Duitsers noemen dat Realpolitik. Maar het is onthutsend te moeten toezien hoe onder onze ogen genocide wordt gepleegd zonder dat we erin slagen daarop passend en beschaafd te reageren.

En als Erich Kästner gelijk heeft met zijn stelling: “Aan al het kwaad dat geschiedt zijn niet alleen zij schuldig die het bedrijven, maar ook zij die het niet verhinderen”, dan is het slecht met ons gesteld.

 

Enno Nuy
Februari 2024