Samengesteld en vertaald door Martin de Haan

Arbeiderspers 349 pagina’s

 

Een onvermijdelijke aanschaf, deze koude revolutie, na Elementaire deeltjes, Platform, Lanzarote en De wereld als markt en strijd gelezen te hebben. In dit boek zijn boekbesprekingen door Houellebecq zelf alsmede pamfletten en artikelen van zijn hand opgenomen, hier en daar gelardeerd met interviews. Houellebecq is zonder enige twijfel de meest spraakmakende Franse, misschien wel Europese auteur van dit moment, zeker de meest omstreden schrijver. Elementaire deeltjes was een huiveringwekkende roman waarin – zo blijkt aan het einde – vanuit een verre toekomst wordt teruggeblikt op de Midden-Europese samenleving in de tweede helft van de twintigste eeuw. Een samenleving die door Houellebecq met een fileermes wordt onleed en waarin hij niets heel laat van de Leitmotive, de filosofieën , de moraal en de ethiek van die periode. In De wereld als markt en strijd wordt op een extreem cynische en ontluisterende manier een leven in het laatste decennium van de vorige eeuw beschreven. Lanzarote is net als Platform een ode aan de liefde die evenwel volledig is verengd tot de lichamelijke liefde. Houellebecq lijkt niet te geloven, niets te zien in zoiets onzinnigs als “ware liefde”, liefde die niet verstoken is van maar tegelijk uitstijgt boven de grenzen van de erotiek of seksualiteit. Houellebecq lijkt de mens tot zulke grootse verrichtingen niet in staat te achten.

Hij wordt vaak heftig becommentarieerd vanwege zijn onverzoenlijke en onverbiddelijke houding tegenover de islam waarbij hij statements die Pim Fortuyn te ver zouden gaan, niet uit de weg gaat. Maar men vergisse zich niet: nergens geeft Houellebecq er blijk van te menen dat de westerse samenleving superieur zou zijn aan de islamitische. (Verderop in een interview zegt hij zelfs letterlijk: “Er is duidelijk een strijd gaande tussen twee kwaden, waarvan het ene erger is dan het andere”) Uit zijn romans, artikelen en interviews blijkt dat hij bepaald geen hoge pet op heeft van de menselijke soort. Het grote en misschien wel enige grote voordeel van de westerse, althans Europese samenleving, is dat we hier het zelfbeschikkingsrecht erkennen en een zekere mate van vrijheid kunnen genieten. Dat we daar vervolgens nauwelijks iets zinnigs, positiefs of nuttigs mee weten te doen geeft eens te meer blijk van het onthutsende onvermogen van de species mens.

De koude revolutie beoogt meer inzicht te verschaffen in de denk- en ideeënwereld van Houellebecq. Na lezing heb ik het gevoel dat ik niet veel wijzer over deze intrigerende schrijver ben geworden. Het beeld valt samen met het beeld dat ik mij reeds vormde aan de hand van zijn romans. Daarbij zij opgemerkt dat de passages waarin Houellebecq ingaat op zijn filosofie aan mij voor het merendeel niet besteed zijn. Hermeneutiek van de bovenste plank. Zijn interviewers lijken het allemaal te begrijpen maar aan mij mag dat nog wel eens uitgelegd worden in helderder bewoordingen. Het boek begint met een monografie over de cultschrijver H.P. Lovecraft, tevens naamgever van een Amerikaanse psychedelische muziek spelende cultgroep (door Houellebecq overigens niet vermeld) uit het hippietijdperk. Een prachtige monografie overigens maar voor dit moment laat ik het bij deze vaststelling. Lovecraft is nooit tot de canon van de wereldliteratuur doorgedrongen en dat zal niet zonder reden zijn. Maar Houellebecq schreef een mooie monografie over hem.

In het essay Nader tot de ontreddering gaat Houellebecq in op de hedendaagse architectuur. De ondertitel bij dit essay luidt De hedendaagse architectuur als doorstroombevorderingsfactor. Hij beschrijft zowel het Parijse station Montparnasse als La Defense. Houellebecq schrijft hierover: “Meer in het algemeen moet elke uiting van hedendaagse architectuur worden beschouwd als een enorm mechanisme waarmee menselijke verplaatsingen versneld en gestroomlijnd kunnen worden”. En even verderop constateert Houellebecq: “We komen een heel stuk verder door te bedenken dat we niet alleen in een markteconomie, maar meer algemeen ook in een marktmaatschappij leven, dat wil zeggen in een beschavingsruimte war alle menselijke relaties, en alle relaties van de mens tot de wereld, worden geordend aan de hand van een eenvoudig kwantitatief rekensommetje met drie variabelen: aantrekkingskracht, nieuwheid en prijs-kwaliteitverhouding”. Dit lijkt mij de kern van de filosofie van Houellebecq, die hierin werd voorgegaan door Herbert Marcuse. Ofschoon ik de mechanismen die Houellebecq beschrijft onderken kan ik me tegelijkertijd niet vinden in zijn beschouwing van de hedendaagse architectuur. Zijn redenatie gaat voor de volle honderd procent op voor de moderne industrieterreinen maar ik durf te bewerend dat de grote architectuur zich hier doorgaans aan weet te onttrekken; zij stelt zich grotere doelen en is gebaseerd op hoger reikende ambities.

Dit essay, dat nog veel meer aspecten van de moderne samenleving beschrijft, wordt overigens met een prachtige, zelfs hoop biedende passage afgesloten: “Niettemin kan elk individu bij zichzelf een soort van koude revolutie ontketenen door even buiten de informatief-publicitaire stroom te gaan staan. Dat is heel gemakkelijk, het is zelfs nog nooit zo eenvoudig geweest als nu olm je ten opzichte van de wereld in een esthetische positie te plaatsen: je hoeft alleen maar een stap opzij te doen. En ook die stap is in laatste instantie overbodig. Je hoeft alleen maar een pauze in te lassen, de radio uit te doen, de televisie af te zetten; niets meer te kopen, niets meer te willen kopen. Je hoeft alleen maar niet meer mee te doen, niet meer te weten; elke geestesactiviteit tijdelijk op te schorten. Je hoeft je letterlijk alleen maar een paar seconden niet te bewegen”.

In Gesprek met Christian Authier gaat Houellebecq nader in op de seksualiteit. Houellebecq stelt hier dat “je toch echt je eigenwaarde moet vergeten om de liefde te kunnen bedrijven”. De populariteit van SM verklaart hij deels uit psychologische maar vooral uit sociologische factoren: de betrekkingen tussen mensen zijn in het algemeen zwakker geworden maar ook: “Ik denk dat er in onze samenleving een ware, moeilijk te interpreteren afkeer van de huid is”. Ook de pornografie speelt hier een rol. Althans bij zichzelf stelt Houellebecq vast dat de aanwezigheid van pornobeelden de werkelijkheid een beetje saai maken.

Ditzelfde interview wordt afgesloten met een prachtige passage waarin Houellebecq stelt: “Ik ben vóór het idee van een mensheid die zonder slechte gedachten geboren wordt. Ik kan over dat plan in zijn algemeenheid praten, maar het probleem is dat de mensheid mét slechte gedachten geboren wordt. Om een eenvoudig voorbeeld te noemen, ik wil best genetisch gemodificeerd geboren worden, zodanig dat het verlangen om te roken bij mij onmogelijk is. Een ongedifferentieerde, rimpelloze mensheid, dat is een steekhoudend plan. Behalve dat ze het in dit geval proberen te verwezenlijken door middel van castratie, onder dwang en dan lukt het niet. Ik weet niet wat er van de mensheid zal worden, maar momenteel krijgen we buitensporige normen opgedrongen zonder dat die tot werkelijke voldoening leiden. En als ik politiek correct ben, wat win ik daar dan mee? Ze beloven me niet eens zeventig maagden. Ze beloven me alleen dat ik me rot mag blijven vervelen, dat ik poloshirts van Ralph Lauren mag blijven kopen…”.

Ik, vooralsnog, zie uit naar de volgende roman van Michel Houellebecq.

Enno Nuy augustus 2004