Verhalen over Scandinavië en IJsland, samengesteld door Kester Freriks
Prometheus, 176 pagina’s

 

In zijn inleiding bij deze door hemzelf geselecteerde verhalen merkt Kester Freriks op dat de fascinatie voor het Noorden in belangrijke mate is ontstaan uit de wens om via een noordelijke route snel toegang te krijgen tot het Verre Oosten. Koopmansgeest en de vaardigheden in varen en navigeren waren de voor de hand liggende instrumenten. Maar ook ontzag voor de rauwe schoonheid van het poollandschap speelde een rol. Roem lonkte voor wie de eerste was. De gevaren waren even evident als dat ze genegeerd werden. In dit boek bracht Freriks een aantal verhalen uit de Nederlandse literatuur samen die een beeld geven van het leven op de beide poolkappen, laten we zeggen vanaf de tachtigste breedtegraad. Welke zijn dan die verhalen?

Een verhaal van Marcellus Emants (1848-1923) over reizen in den vreemde en verlangen naar het vaderland. En een tweede verhaal over een vreemde taal niet machtig zijn. Geen aanleiding helaas om vaker eens wat van Emants te lezen. Zoals ook de tekst van Tollens over Nova Zembla te archaïsch is. Ook Augusta Peaux en Cor Bruijn konden me niet boeien. Wat is er mis met mij? Het zijn gewoon vlakke verhalen in ook nog eens ongeïnspireerd Nederlands.

Het verhaal van de autodidact Jan P. Strijbos (1891-1983) is afkomstig uit zijn boek Svalbard. Het is een wonder hoe hij al die kennis heeft kunnen verzamelen. En nog steeds zeer genietbaar. Zo ook dit korte verhaal over rotsformaties op Spitsbergen en wat daaruit af te lezen valt. Van hem had ik nou wel wat meer willen lezen.

Nooit meer slapen van W.F. Hermans mag natuurlijk niet ontbreken in een bloemlezing als deze. Het is al weer heel erg lang geleden dat ik dit boek van een van de grote ijdeltuiten van de Nederlandse literatuur las. Zie de interviews van Adriaan van Dis met WFH er nog maar eens op na. Wat me opvalt is een lelijk zinnetje van slechts vier woorden: “Sterk ben ik genoeg”. Maar het blijft een ongekend boeiend en spannend verhaal.

Dan een vreemd verhaal van Jef Geraerts over een jonge vrouw die haar been breekt en in plaats van hulp te halen laat de schrijver haar sterven. Wat daarvan te denken? Geraerts is in deze woke tijden overigens zo ongeveer uit het curriculum geschrapt als representant van het kolonialisme. Ik heb zijn Gangreen I en II vroeger verslonden maar dat was vermoedelijk vooral vanwege zijn woeste erotische avonturen met wilde en voluptueuze negerinnen.

Van Judicus Verstegen las ik heel lang geleden diens Legt uw hart daarop waarvan ik me alleen nog herinner dat ik het destijds een goed boek vond. Scheikundige van origine ging hij zich al snel toeleggen op schrijven en dichten. Met weinig succes overigens en hij eindigde een treurig leven in een psychiatrische inrichting. Dit korte verhaal over een bergwandeling in Noorwegen kon me overigens maar matig boeien.

Het verhaal IJsbergen van Bernlef bleek goed geschreven. Hij heeft de lezer meteen te pakken en hem ook een interessant gegeven voorgeschoteld: kun je de Deense rechtspraak zomaar toepassen in een complexe situatie die zich in Groenland voordeed. Ik had wel willen weten hoe deze geschiedenis afliep.

De overige verhalen van F. van den Bosch, Gerrit Jan Zwier, Louis Beyens en Atte Jongstra konden me niet boeien. Een willekeurig hoofdstuk uit Altijd Noorwegen van Gerrit Jan Zwier bijvoorbeeld was een heel wat betere bijdrage geweest. En dat geldt zeker voor een of twee van de hoofdstukken uit Arctica van Bernice Notenboom. Nee, dit is een tamelijk mislukt boek wat mij betreft. Ook de cover is  tamelijk misplaatst. Jammer, er was meer van te maken geweest.

 

Enno Nuy
Januari 2022