De joodse schrijfster Deborah Feldman kwam ik recent tegen in een krantenartikel bij de verschijning van haar jongste boek Judenfetisch. Ik besloot haar eerdere publicaties onmiddellijk aan te schaffen, te beginnen bij deze eerste roman waarin zij beschrijft hoe ze tot haar besluit komt om op haar 23ste uit haar chassidische sekte te stappen. Al in de eerste dertig pagina’s van dit boek leer ik dat werkelijk alle aspecten van het gewone dagelijkse leven in een orthodox Joods gezin zijn vastgelegd in wetten, regels, voorschriften, geboden en verboden. Waanzinnig beklemmend. Westerse kranten, een radio en tv zijn taboe. Zoals nog oneindig veel meer taboe blijkt te zijn. De vrouwen moeten vanaf een zekere leeftijd niet alleen een pruik dragen, ze moeten ook hun eigen haar afscheren. En niet-Joodse boeken zijn taboe om van voedsel maar te zwijgen. En Engels praten is al evenzeer taboe, een onreine taal! Als Joodse mannen op straat een vrouw tegenkomen keren ze hun hoofd demonstratief de andere kant op.

“De oorzaak van de Holocaust was assimilatie. Als we proberen ons onder de rest van de bevolking te mengen, straft God ons voor ons verraad”, oreert een lerares. Deborah Feldman peinst: “Ik denk dat de chassieden van Satmar zich voornamelijk op zo’n specifieke, opvallende manier kleden om zowel de mensen van binnen als die van buiten de gemeenschap eraan te herinneren dat er een enorme kloof tussen onze twee werelden gaapt”.

Je vraagt je in gemoede af hoe het mogelijk is dat mensen vrijwillig een zo volkomen en zwaar gereguleerd leven willen leiden. Er is sprake van een totaal gebrek aan privacy. Overal en altijd die spiedende God die in de gaten houdt of je je wel gedraagt! Of de echtgenoot die zijn eigen vrouw controleert en zijn kinderen. Ik ben geneigd te denken dat een minimum aan recalcitrantie genoeg is om hier snel afscheid van te nemen. Zoals ik zelf al snel op het gymnasium besloot dat mij door die priesters alleen maar volstrekte nonsens werd verteld. Maar kennelijk is de groepsdruk in de chassidische wereld vele malen groter dan in een christelijke gemeenschap.

En niet alleen seculiere lectuur is verboden, er zijn ook talloze Jiddische geschriften die niet gelezen mogen worden. En een vertaling in het Engels van de Talmoed is al helemaal taboe. Soms mag je niet naar joodse muziek luisteren noch nieuwe kleren dragen. Populaire muziek is volstrekt uit den boze. Het is dat de overheid Engelse les verplichte heeft gesteld, anders zouden de chassidische joden de taal van hun thuisland niet eens beheersen. Maar vergis je niet: de schoolcensor mag naar hartenlust strepen in de Engelse teksten. Bizar en hemeltergend. Op school leren ze dat God Hitler heeft gestuurd om de joden te straffen voor hun verlichte denkbeelden. Nee, een gezonde samenleving kun je dit niet noemen.

Vrouwen zijn in deze gemeenschap een quantité négligeable en volstrekt ondergeschikt aan de mannen die zich, als het erop aankomt, en ogenschijnlijk zonder uitzondering gedragen als tiran. Als vrouwen op straat lopen en een Joodse man tegenkomen moeten ze de stoep verlaten. In de synagoge hebben ze hun eigen plaats, gescheiden van de mannen. De vrouwen worden hier simpelweg uitgehuwelijkt en ze moeten afstand doen van hun eigen haar. En u begrijpt het al: seks bestaat niet, er wordt niet over gepraat en voltrekt zich uitsluitend in het duister. Het verslag van de bruiloft en vooral de huwelijksnacht en de nasleep daarvan is ronduit schokkend en voor de vrouw mensonterend. Kortom, in onze seculiere ogen is dit een afschuwelijke gemeenschap.

Feldman behoort tot de chassidische joden die zich uitspreken voor de vernietiging van Israël, niemand immers kan zichzelf verlossen uit de ballingschap en we hebben maar te wachten tot het de Messias belieft terug te keren naar de aarde. Zionisme is een doodzonde en deze joden lezen dan ook een antizionistische bijbel.

Heel opmerkelijk is dat 9/11 geen enkele indruk maakt op de jonge Deborah terwijl haar opa nota bene een seculiere krant en zelfs een radio koopt om het nieuws te kunnen volgen! Ze vermeldt de gebeurtenis als een voorval, niet als een ramp die een hele natie lijkt te traumatiseren.

Terwijl ik deze geschiedenis lees keer ik in gedachten terug naar mijn jongste reis naar New York, waar ik logeerde in een appartement in Brooklyn. Ik ergerde me aan de talloze chassidische Joodse mannen die ik er zag en vroeg me af waar die ergernis vandaan kwam. Dat was geen duistere vorm van antisemitisme maar wat dan wel? Het is alsof Deborah Feldman deze vraag nu voor mij beantwoordt. Hoe zij haar Joodse achtergrond ook mag beoordelen, voor mij is dit een volstrekt achterlijke wereld van mensen die zich alleen maar inspannen om hun leven te leiden zoals het een godvrezende jood kennelijk betaamt. Hier lijken geen mensen rond te lopen die lid zijn van een internationale mensengemeenschap, geen mensen die zelf nadenken en zich bewust proberen te verhouden tot de hen omringende wereld, geen nieuwsgierige mensen. Enkel mensen die met hun rug naar de toekomst, met hun gezicht naar het verleden staan, die slechts kunnen leven naar regel, wet, voorschrift, gebod, verbod en tradities. Dit is een gemeenschap die in de achterliggende tweeduizend jaar geen stap vooruit heeft gezet. Hun geloof is zelfs niet bij machte hen te doen inzien dat ook een Palestijn net is als zijzelf: een ploeterende mens die gewoon in vrede wil leven op een eigen stukje grond. Chassidische joden lijken geen mensen van vlees en bloed, ze lijken fossielen.

Deborah Feldman blijkt een goed schrijfster. Haar relaas is hemeltergend, soms ronduit schokkend. Maar ze wordt nergens larmoyant. En ofschoon haar boek onvermijdelijk de bekrompen geest van haar omgeving laat zien, weet ze bijna als van nature te voorkomen dat dit boek een lange aanklacht is geworden. Dat zij al jong vragen stelt die haar leeftijdgenootjes kennelijk geen onrust bezorgen is opmerkelijk. Er zullen toch meer jonge chassidische joodse kinderen zijn die hun familie- en sekte omgeving als benauwend ervaren. Vermoedelijk speelt hier een grote rol dat haar vader geestelijk beperkt en een dronkenlap was terwijl haar moeder het jonge gezin wegens gekte in de steek liet. Pas vlak voor haar definitieve vertrek uit de sekte zal Deborah ervaren wat er werkelijk aan de hand was met haar moeder. Ook zo’n geschiedenis die uit angst voor reputatieverlies nooit zou worden prijsgegeven in de wereld van de chassidische joden.

Onwillekeurig moest ik geregeld denken aan Anne Frank, ook een jonge joodse die gevangen zat. Zij hoefde zich niet te ontworstelen aan een beklemmende omgeving maar schuilde tegen het niets ontziend geweld van de bruinhemden. Zowel Anne Frank als Deborah Feldman schreven over wat hen verwonderde in hun nog jonge leven, beiden droomden ze van vrijheid ooit eens, verlangden ze naar al het moois dat besloten moest liggen in dat ene woord: de toekomst. Hun joodse geschiedenis werd Anne Frank fataal, Deborah Feldman wist zich eraan te onttrekken. Haar joodse cultuur heeft ze niet afgelegd, hoe zou je dat ook kunnen doen? Maar het geloof heeft ze vaarwel kunnen zeggen. Omdat ze net wel bleek te beschikken over dat kleine beetje nieuwsgierigheid waardoor je gaat bevragen wat je ervaart, zeker als het je beklemt.

Zo ontstond dit buitengewoon beklemmende Onorthodox. Knap en gevoelvol geschreven door een jonge schrijfster waar we nog vaker van zullen horen. Zeker ook gezien de positie die Feldman zoekt in het helaas zo actuele conflict tussen Israël en de Palestijnen en dan met name in de rol die Duitsland in dit opzicht speelt.

Deze geschiedenis werd adequaat vertaald door Patricia Piolon. Al heel snel kom ik kennelijk joodse of jiddische woorden tegen, meestal cursief afgedrukt maar die worden nergens vertaald of toegelicht. Zoals ‘zeide’ of ‘bobe’. En wat is een jesjieve, had hier werkelijk geen voetnoot aan besteed kunnen worden? Wat is een ‘koheen’? Een ‘ kreplech’? Een ‘krepele’? Een ‘rebbetsen’? En ‘charouses’? ‘Maror’? ‘Seider’? ‘Kittel’? Kidoesj, jortsait, sjtossiem, sjtreimel, midrasj, kollel, sjieer, sfroem, jichoed, sjidoech, gaboem, sjpitsel, ferfroemt, kallamejdele, rekel, lechajiem, mikwe, tsietsiet, esreg, sjviger, mesader kidoesjien, challe, tefilin, sjeva brachot, sjidoer, en zo voort. Pas op pagina 273 wordt het woord ‘simcha’ opeens in een voetnoot vertaald! Onbegrijpelijk!

 

Enno Nuy
November 2023