Aspekt, 108 pagina´s isbn 978-90-5911-790-7

 

De filosofisch geschoolde journalist Tom van Ewijk (1934) schreef in 2009 een uitgebreid historisch essay over de geschiedenis van de islam.  Buitengewoon informatief en zeer lezenswaardig. Hij beschrijft daarin hoe Mohammed er als krijgsheer tegen wil en dank in slaagde langs die weg zijn islam definitief te doen wortelen in de Arabische samenleving. Behalve als krijgsheer werd Mohammed vooral geroemd als diplomaat en sociaal en economisch hervormer. Wie in vogelvlucht op een desalniettemin genuanceerde wijze kennis wil nemen van de ontstaansgeschiedenis van de islam, heeft aan dit essay een uitstekende leidraad.

De ongeletterde Mohammed raakte gefascineerd door de god van de joden en christenen en had een afkeer van het toentertijd populaire veelgodendom onder Arabieren. Zijn islam is te beschouwen als een synthese van de joodse en christelijke godsidee. Was de gebedsrichting aanvankelijk nog naar Jeruzalem, later werd deze naar Mekka verschoven. Voornamelijk omdat drie joodse stammen in Medina Mohammed uitlachten om zijn islam. Uiteindelijk putten de drie grote religies uit dezelfde bron en net als de andere twee, beschouwde ook Mohammed zijn islam als de enig echte en enig juiste weg naar God. Een god overigens die geen zoon nodig had om zijn gezag te doen gelden. Mohammed had zelf ook geen enkele aandrang om zichzelf goddelijke oorsprong toe te dichten, hij was slechts de boodschapper van de waarheid. Hoewel Mohammed behoorlijke verbetering van vrouwenrechten bepleitte, werden veel daarvan na zijn dood weer ongedaan gemaakt. Van Ewijk laat zien hoe volgelingen van religies met de meeste invloed op grond van hun eigen ideeën en opvattingen mogelijkheden zoeken om de boodschap van hun stichter te vervolmaken. Hoe het ook zij, de islam bleef zich manifesteren tot het meest absolutistische patriarchaat ter wereld. Natuurlijk beschouwt de moslim de islam als de enige ware godsdienst maar daarin wijkt zij niet af van het christendom. En net als de bijbel staat de koran veelvuldig in het teken van dies irae. Van Ewijk laat zien dat Mohammed zich desondanks niet manifesteerde als een moslimfundamentalist of salafist.

Nadat bij de slag van Al-Yamamah veel gelovigen om het leven waren gekomen, werd besloten de koran op schrift te stellen omdat velen van hen die de koran uit het hoofd konden citeren waren gedood. In 633 werd de koran in schrift gegoten, overigens door naaste medewerkers van de profeet, en rond 650 ontstond de definitieve vorm van het geschrift, de grondtekst, waarvan men mag aannemen dat er sedertdien niet of nauwelijks meer aan werd gesleuteld. Anders verging het de hadith, uitspraken, gewoonten en handelingen van de profeet die op grond van mondelinge overlevering werden opgetekend. Er ontstonden zes hadith-tradities, waarvan er een als de ware wordt beschouwd, de soenna ofwel de gewoonten van de profeet. Hier ligt de oorsprong van de soennieten, de hoofdstroming in de islam. De sjiieten werden genoemd naar hun eigen hadith, de sji’a.

Cruciaal is het gegeven dat binnen de islam van meet af aan godsdienst en politiek bij elkaar hoorden hetgeen automatisch tot de theocratie leidde. De islam bood immers niet enkel een religieus kader maar omschreef ook nauwkeurig het sociaal en juridisch kader voor de moslimsamenleving en bande de filosofie uit de denkwereld van de Arabier. Net als het Calvinsime kent ook de islam de voorbeschikking. Maar waar de Calvinist als het ware verlamd wordt door de predestinatie, maakt het de moslims juist strijdbaarder. Je lot is in handen van Allah, hoe je hier je leven ook leidt. En god zal je gunstig gezind zijn als je je leven in zijn dienst stelt. De moslim als  kamikazepiloot is het gevolg. De verspreiding van de islam begon met plundertochten omdat de Arabieren van hun  zandwoestijn niet konden leven. Van bekering met het zwaard was overigens geen sprake. Wie de islam aanhing betaalde geen belasting en dat was een veel overtuigender argument dan geweld.

Van groot belang is het dispuut tussen de soennieten en sjiieten, daterend uit het jaar 661. Een geschil dat niets met theologie van doen had, veeleer met politiek. Later beschuldigden de sjiieten de soennieten er wel van de soenna van Mohammed te hebben vervalst en sindsdien zijn de tegenstellingen tussen de beide groeperingen onoverbrugbaar gebleken. De sjiieten hechten ook veel grotere waarde aan de uitspraken en beslissingen van de ayatollahs en imams, een fenomeen dat tot in het huidige Iran een grote rol speelt met verstrekkende (politieke) gevolgen. Van Ewijk laat helder zien hoezeer deze ontwikkelingen afwijken van de door Mohammed uitgesproken en later opgetekende richtlijnen. Velen van zijn gedachten getuigden van een scherpe waarneming, een diepe kennis van wat de menselijke soort drijft en van een voorspellende kracht. De moslimterrorist zoals wij die nu kennen dateert ook uit veel vroeger tijden. Vooral de Perzische Assassijnen (het Franse woord voor moordenaar ‘assassin’ is van deze sekte afgeleid) blonken uit in zelfmoordbrigades die het doden van (geloofs)vijanden als een heilige plicht beschouwden. Sjiieten overigens, deze terroristen maar wel de voorlopers van de soenniet Bin Laden.

Bij geen andere wereldgodsdienst – aldus van Ewijk – was het dogmatisch machtsdenken, met uitsluiting van alle denkvrijheid, al zo vroeg ingeburgerd als bij de islam. Islam en filosofie verdragen elkaar dan ook niet, hoewel daar in eerste aanzet bepaald geen sprake van was. In dit verband wijst van Ewijk op Al-Farabi (870 – 950) die de rede een veel belangrijker instrument vond om tot kennis te komen dan religie en zijn grote werk De deugdzame staat is duidelijk geïnspireerd door het werk van Plato, zonder enige verwijzing naar koran of religie. Met de verwerping en verbranding van de boeken van Averoës was het met de rol van de filosofie in de islam wel gedaan. Sindsdien worden onruststokers binnen de islam geweerd.

Ruime aandacht natuurlijk voor de djihad in deze studie van van Ewijk. Natuurlijk ontbreekt de strijdvaardigheid, ja zelfs de plicht daartoe, niet in de koran maar voor zover de koran zich hierover uitlaat, gaat het altijd om een eerlijke strijd, waarvoor een reden moet zijn en de strijder mag zich niet in gelovige overmoed te buiten gaan. Uit de koran kan men afleiden dat de djihad eerst en vooral een defensieve strijd dient te zijn en is de belangrijkste drijfveer geloofsbehoud eerder dan geloofsverbreiding. Die heilige oorlog is overigens geen islamitische vinding, ook de theocratie Israël kende al zo’n heilige strijd ter verdediging van het volks Gods en ook de christenen hadden natuurlijk hun eigen versies. Van Ewijk citeert in dit verband Bertrand Russell die eraan herinnerde dat “heel de middeleeuwen door de mohammedanen beschaafder en humaner waren dan  de christenen. Want het waren voornamelijk de christenen die de joden vervolgden, vooral in perioden van godsdienstige opwinding”. De moderne djihad, zoals wij die heden ten dage ervaren is echter van een geheel andere orde en hier lijken vooral politieke motieven een rol te spelen. Niet langer blijft de djihad beperkt tot een defensieve strijd of tot een zelfgevecht maar is zij een effectief wapen in handen van moslimfundamentalisten die weinig overtuigingskracht nodig hebben om naar de wapens te grijpen en hun verderf te verspreiden.

Toegegeven, van Ewijk gaat met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de islam heen maar dat heeft als grote voordeel dat je in kort bestek de belangrijkste historische feiten en trends krijgt voorgeschoteld. Dat doet hij met helder geschreven en somtijds mooie beeldtaal, zoals deze zin: “want alle godsdiensten beschikken over tuingereedschap, maar verschillen in wat zij als onkruid zien”. De schrijver plaatst verschillende oordelen en inzichten tegenover elkaar en laat zien hoe de islam sinds Mohammed is verworden tot een religie die uiterst gemakkelijk en doeltreffend kan worden ingezet als een politiek instrument. Hij concludeert dat de huidige islam geen recht meer doet aan zijn heilige profeet en diens boodschap en tot slot citeert hij instemmend Salman Rushdie als deze schrijft: “Als er een oorlog tegen het moslimterrorisme ontstaat, kan deze slechts worden gevoerd vanuit de moslimwereld en niet tegen de moslimwereld”.

 

Enno Nuy, November 2012