Oorlogsdomein Arbeiderspers, 128 pagina’s.

Een petit histoire en een groots boek, dit relaas van aangezichtsverwonden uit de eerste wereldoorlog. Ik heb veel boeken over deze moeder aller oorlogen gelezen (denk alleen maar aan Celine) en de verschrikkingen uit deze waanzinshel blijven altijd ergens achter in je hoofd hangen. De beschrijvingen zijn schokkend en beklemmend en volstrekt onontkoombaar in hun afschuwwekkendheid. Zelf ken ik twee boeken die over de eerste wereldoorlog gaan zonder er echt over te gaan: Dagboek van een teleurgesteld man van Barbellion (een van de meest ontroerende en indrukwekkende dagboeken die ik ooit las; de schrijver leidt aan een ernstige ziekte waardoor hij niet deel kan nemen aan deze oorlog) en dit “De officierskamer” van Marc Dugain.

Het vertelt de overlevingstocht van officieren die zodanig ernstig aan hun aangezicht verwond raken dat ze nadien geen normaal leven meer lijken te kunnen leiden. Maar de hoofdpersonen in dit wonderlijke boek laten zien dat humor, kameraadschap en doorzettingsvermogen uiteindelijk alle conventies en banaliteiten kunnen overwinnen. Natuurlijk is dit niet voor iedereen weggelegd, we weten niet hoe het de soldaten met dezelfde soort verwondingen verging maar deze officieren vinden hun weg naar het leven terug nadat ze door de verwoestende inslag van zoiets toevalligs als een granaat van een of meerdere van de belangrijkste zintuigen werden beroofd: gezicht, gehoor, smaak, reuk. En wie kent niet het gezegde: wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht.

Zoals gezegd, deze geschiedenis die met korte zinnen, droog, onderkoeld, bijna zonder emoties en volkomen nuchter werd opgetekend blijft boeien en ontroeren tot het eind. Je vraagt je vertwijfeld af of je zelf in zulke omstandigheden over de levenskracht zou beschikken die deze mensen in zichzelf wisten aan te boren.

Enno Nuy 2003