Samenstelling Hans Driessen, Michel Krielaars, Eva Peek

Uitgeverij Pluim, 445 pagina’s

 

 

We beginnen in het jaar 1091 met het eerste van 152 korte verhalen en artikelen, alle voorzien van een korte inleiding om wat context aan te geven, over de wijze waarop de Rus zich laat overheersen, naar zijn overheersers kijkt of zich door zijn overheersers laat vermorzelen. Het is in feite een litanie van wreedheden. Wat bezielt toch de Rus om zijn of haar lot zo gelaten te ondergaan? Waarom lijkt er daar geen ondergrens te bestaan?

Ivan de Verschrikkelijke deed zijn naam eer aan en slachtte duizenden Russen af. Geen rechtspraak, bewijsvoering interesseerde hem niet. Huiveringwekkend, ook nu nog! En wat te denken van tsaar Peter de Grote? Ook hij moordde er rustig op los zonder ook maar de geringste vorm van rechtspraak. Hij nam ook zonder problemen zelf de bijl ter hand om hoofden van rompen te scheiden.

De titel van deze bonte verzameling aan Russische wreedheden is afkomstig van de Franse aristocraat Astolphe markies de Custine, die in 1843 een populair boek over zijn reizen door Rusland schreef en daarin opmerkte: “Ondanks de verering van de Heilige Geest heeft dit volk zijn God nog steeds op aarde”. (Ik ga ervan uit dat de vertaling van Karel van het Reve is). Het ontzag van de Rus voor de boven hem geplaatsten is kennelijk mateloos en meteloos. Custine hierover: “Dankzij het schrikbewind dat boven ieders hoofd hangt, heeft iedereen baat bij onderworpenheid: slachtoffers en beulen, allen menen zij belang te hebben bij de gehoorzaamheid waardoor het kwaad wordt bestendigd dat zij berokkenen en verdragen”.

Opvallend is dat Aleksandr Herzen in 1855 deze kop leest in de Times: “The death of the emperor of Russia”. Waarom gebruikten de Britten hier niet de term ‘tsar’ of ‘czar’? In dezelfde scène wordt tsaar Nicolaas door Engelse straatschoffies ‘Impernikel’ genoemd. Herzen noemt deze benaming in zijn tekst. Jammer dat de redactie hier niet tot een kleine verklarende voetnoot besloot.

Afschuwelijk en huiveringwekkend is het verslag van een heuse pogrom in 1903 in het Russische stadje Kisjinjov. Het verslag is van de schrijver Vladimir Korolenko, die kennelijk ooggetuige van de moordpartij was. De Russen hadden de nazileer van Hitler helemaal niet nodig om joden te haten. Kennelijk.

Ook heel verheffend om te lezen over de beestachtige moord op Raspoetin op 17 december 1916. Juist in de tijden dat de ongenaakbare Lenin een grote revolutie voorbereidde. En dan zijn we aangeland in de ooggetuigenverslagen van de februari revolutie in 1917. Opwindend en spannend om te lezen, nu nog steeds, meer dan honderd jaar later. Je zou zulke tijdens toch eens zelf mee kunnen maken! Of je dat moet willen is maar de vraag natuurlijk, Lenin ontketende een revolutie maar baarde daarmee een dictatoriaal gedrocht en voor de Russen het in de gaten kregen regeerden willekeur en niets ontziend geweld. De beruchte Tsjeka deed zijn intrede.

Tsaar Nicolaas en zijn gezin werd op 16 juli 1918 beestachtig afgeslacht nadat de bolsjewieken daartoe hadden besloten. Koste wat het kost moest voorkomen worden dat de tsaar door de Witten zou worden bevrijd. De beschrijving van deze slachtpartij door een bolsjewistische commandant is huiveringwekkend juist vanwege de gewetenloze beestachtigheid. En als Lenin in 1924 overlijdt is het land nog steeds in rep en roer, slachtoffer van kuiperijen, geweld en willekeur. Maar het kon nog veel erger, het tijdperk Stalin breekt aan.

Heel interessant is het artikel van de Joegoslavische communist Anton Ciliga uit 1926 over de wijze waarop de bolsjewieken met oppositie omgingen. Meer specifiek over de Komintern. De Komintern was een samenwerkingsverband van communistische partijen wereldwijd onder leiding van de Russen. In 1926 werd de Komintern uit het Kremlin verbannen en dan staat er in de tekst: “Geen enkel congres van de IIIde Internationale zou er ooit meer gehouden worden. Dat lijkt mij toch een toevoeging achteraf. Ciliga kon dit zo niet opgeschreven hebben, althans niet in 1926.

En dan eindelijk een stukje echte literatuur, van Joseph Roth, uit 1926. Hij reisde door het nieuwe Rusland en geeft zijn ogen goed de kost. Hij noteert: “De familie – zowel kiemcellen als vesting van het burgerlijke leven – bestaat niet meer”. In een tweede artikel van Joseph Roth spreekt hij van ‘witte honger’, een term die mij niet bekend is en hier best middels een voetnoot toegelicht had mogen worden.

Het is eigenlijk nauwelijks te bevatten dat een paar miljoen Russische mannen naar de goelags werden verbannen terwijl ze als arbeider een nuttige bijdrage hadden kunnen leveren aan de productie van voedsel en goederen. Onthutsend hoe de bolsjewieken vanaf het prilste begin blunderden en faalden maar door niets en niemand tot helder verstand konden worden gebracht.

Voor de zuiveringscommissies konden partijleden anoniem beschuldigd worden en hun collega’s stonden te trappelen om hen verder in diskrediet te brengen om maar vooral te laten zien dat ze zelf natuurlijk recht in de leer waren. Scholiere Nina Loegovskaja schrijft gedesillusioneerd: “Want we hebben nu al een paar jaar inquisitie en geen socialisme”. In 1937 en 1938 werden anderhalf miljoen mensen gearresteerd en 990.000 geëxecuteerd.

En voor we het weten zitten we al in het beleg van Leningrad. Ik vermoed toch dat de Russen heel wat zwaarder onder de oorlog leden dan de Nederlanders. Lidia Ginzburg schrijft zeer indringend over deze periode. Onder meer deze vaststelling: “Leed streeft er voortdurend naar zich met behulp van ander, vervangend leed van zichzelf te ontdoen”. En zij citeert aan het einde van haar verslag Herzen die schreef: “Wie heeft kunnen overleven, moet de kracht hebben zich te herinneren,”

Onthutsend en intrigerend is het verslag van Chroetsjov van het sterfbed van Stalin en dan met name waar hij schrijft over het gedrag van Beria, het hoofd van de veiligheidsdiensten. Aanleiding om in het kort nog eens kennis te nemen van de handel en wandel van deze communistische Himmler: huivering- en weerzinwekkend, Beria was het pure kwaad.

In een stuk van Karel van het Reve uit 1967 lees ik: “…dat je voelt voor ze nog een viool aan hun kin hebben gezet.” Opmerkelijk dat de grote Karel zich hier zo vergist; er had natuurlijk moeten staan: “nog voor ze…” Overigens ontgaat mij de relatie van deze korte reportage met het thema van dit boek.

Inmiddels zijn we in de jaren van Poetin aangeland. Het brute geweld van de voorgaande eeuwen of de verstikkende staatsterreur van Poetin, wat is erger? Ik heb net de Russen te doen en de misdadigheid van Poetin en de zijnen is eigenlijk met geen pen te beschrijven.

Eerlijk gezegd komen niet alle teksten mij even urgent voor. Van sommige vraag ik me af waarom ze tot deze verzameling zijn doorgedrongen. Maar al teveel aandacht wil ik daar nu ook weer niet aan besteden. De meeste verhalen of fragmenten laten immers uitstekend zien wat de samenstellers van dit boek beoogden: het rotsvaste ontzag van de Rus voor de boven hem geplaatsten.

Achterin het boek is een lijst met personages opgenomen en daar wordt ook telkens vermeld wie de desbetreffende passage vertaalde. Maar er wordt niet verwezen naar de feitelijke tekst met een paginanummer waardoor deze informatie volstrekt zinloos is geworden. De kwaliteit van de vertalingen is overigens zeer wisselend.

Ook staan er geregeld niet vertaalde Russische begrippen in de tekst, in italic maar een register ontbreekt helaas. Dat was toch een kleine moeite geweest. Op weer andere plaatsen treffen we ook Russische woorden aan maar dan niet in italic. Tussen haakjes wordt dan de betekenis weergegeven met de toevoeging ‘red.’ Het kan dus wel maar op grond waarvan iets italic of juist niet wordt weergegeven, daar kunnen we slechts naar raden. Maar vaak genoeg staan er ook Russische woorden in de tekst die niet worden toegelicht en waarvan de argeloze lezer de betekenis niet kan weten. Dan moet je dus internet raadplegen en hopen dat je het vindt. Was een kleine voetnoot in deze gevallen echt teveel moeite? Kennelijk! Maar het kan nog gekker: op pagina 145 staan twee Russische woorden, ‘lomovojs’ en ‘izvoztsjiks’, het eerste italic, het tweede niet. Hoezo? Snapt u het nog?

Al met al een prachtige en vaak indrukwekkende maar triest stemmende bloemlezing. Niet voor niets eindigen de samenstellers hun inleiding met verzuchting die maar weinig zicht op hoop biedt: “Dat alles houdt de hoop levend dat sommige rode draden van de Russische geschiedenis ooit zullen worden doorgeknipt, en dat het misschien ooit nog wat zal worden met Rusland”.

Persoonlijk geloof ik daar niets van. In de achterliggende eeuwen kregen de Russen één keer de gelegenheid democratie te proeven. Maar Gorbatsjov werd prompt ingewisseld voor de vermakelijke malloot Jeltsin die niets beters wist te verzinnen dan de weg te bereiden voor Poetin die met de grootst mogelijke haast door de Russen op het schild werd gehesen. Poetin herschreef eigenhandig de Russische geschiedenis en viel prompt zijn buurlanden binnen.

De Russen zijn een beklagenswaardig volk maar we kunnen hen hun peilloos ontzag voor macht en terreur niet langer vergeven. We moeten hen dat wel kwalijk nemen. Ze richten immers teveel schade aan!

De Russische geschiedenis is een waanzinnige geschiedenis, ongerijmd, onvoorstelbaar, genadeloos en extreem gewelddadig. Eigenlijk zouden vooral de hedendaagse Russen dit geweldige boek moeten lezen maar vermoedelijk zouden ze het als fabuleus nepnieuws al snel terzijde leggen. Nee, het komt nooit meer goed met die Russen!

 

Enno Nuy
September 2023