Octavo, 80 pagina’s

 

De centrale vraag in dit essay van de voormalig directeur van het Max Planck Instituut voor wetenschapsgeschiedenis in Berlijn is de vraag waarom mensen in allerlei uiteenlopende culturen en tijdperken de natuur hardnekkig als bron van normen voor menselijk gedrag beschouwen. Of nog fraaier geformuleerd: waarom zou de natuur een echokamer zijn die door mensen bedachte morele ordes weerkaatst?

Hebben de filosofen ons niet geleerd dat de natuur geen waarden kent, er simpelweg is. Dus waarom zouden we überhaupt proberen uit de natuur morele ordes te destilleren, een gedraging die we aanduiden als de ‘naturalistische drogreden’: we dragen culturele waarden over op de natuur en vervolgens roepen we de autoriteit van de natuur in om die culturele waarden van een eerbiedwaardig fundament te voorzien. Daston gebruikt hier het fraaie woord ‘waardensmokkel’. En zo stellen we ons in staat de natuur te hanteren als fundament voor de gelijkheid van mensen maar evenzo gemakkelijk als fundament voor racisme, als argument om vrouwen toe te laten tot onderwijs maar evenzo gemakkelijk om hen onderwijs te ontzeggen.

Daston onderscheidt drie vormen van natuurlijke ordes die ons moreel universum lijken te bepalen: specifieke naturen, lokale naturen en universele natuurwetten. Bij specifieke naturen gaat het om de kenmerkende vorm van dingen en hun eigenschappen. In de moderne tijd zien wij die specifieke natuur vooral als DNA, als een chemische verbinding of als een geheel van regels analoog aan een computerprogramma. De mens heeft een onbedwingbare behoefte om wat hij waarneemt of ervaart in categorieën onder te brengen, te classificeren. Een noodzakelijke voorwaarde voor taal en ervaring is, aldus Daston, een categoriale structuur, een taxonomie. En het gelijke brengt het gelijke voort zoals er ook geen willekeurig zaad uit een willekeurig lichaam ontstaat. De orde van specifieke naturen wordt gewoonlijk verstoord door mislukte voortplanting waardoor monsters ter wereld komen die de grenzen van de soort overschrijden, of door vormen van seksualiteit die niet gericht zijn op voortplanting, zoals homoseksualiteit.

Lokale naturen hebben te maken met de kenmerkende eigenschappen van een bepaalde plek: de vertrouwdheid van de mens met de eigen omgeving en de vreemdheid van het exotische. Specifieke naturen zijn uniform in tijd en ruimte, maar hun complexe combinaties en modificaties als gevolg van onderlinge wisselwerking kunnen leiden tot karakteristieke lokale verschijningsvormen.

We spreken nogal eens van de wraak van de natuur maar dat is feitelijk alleen aan de orde wanneer de mens daadwerkelijk betrokken is bij een natuurramp. Ook in andere gevallen spreken we evenwel graag van ‘wraak’, zelfs wanneer het gaat om onopzettelijk veroorzaakte verstoringen van het evenwicht. Natuurrampen veranderen in legendes van schuld en boete. Wij mensen houden van ‘schuld’, lijkt Daston te willen zeggen.

Universele natuurwetten kennen, in tegenstelling tot de lokale regelmatigheden van de natuur, geen uitzonderingen die door stervelingen worden veroorzaakt. De wetenschap van de specifieke natuur is de taxonomie, die van de lokale natuur is de ecologie en die van de universele natuurwetten is de hemelmechanica ofwel de kosmologie. De onverbiddelijke loop van de sterren en planeten door de hemel vormt het model van een volkomen regelmatige wereld van onveranderlijke verandering, schrijft Daston. Een wat cryptische zin natuurlijk want het universum is bepaald niet onveranderlijk. Het universum dijt uit en we kennen nu al het lot van deze aarde over enkele miljarden jaren.

Doorslaggevend voor het ontstaan van het idee dat de natuur door wetten wordt geregeerd, was een voluntaristische theologie die zich god voorstelde als een ‘goddelijke wetgever’, die ‘wetten’ aan de natuur oplegt zoals een absolute monarch ze aan zijn onderdanen oplegt.  Het uurwerk bleek een aantrekkelijke metafoor, met name het astronomisch uurwerk in bijvoorbeeld de kathedraal van Straatsburg.  De natuur is als een zeldzame klok waarin alle dingen zo kunstig zijn uitgedacht, dat wanneer de machinerie eenmaal in werking is gesteld, alle dingen plaatsvinden volgens het oorspronkelijke ontwerp van de maker.

Hoe het ook zij, zowel in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring uit 1776 als de Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1789 wordt het idioom gebruikt van rechten die door de natuur worden gewaarborgd en die dus universeel en onvervreemdbaar zijn.

Deze drie natuurlijke ordes zijn in de loop der eeuwen gebruikt om morele ordes vorm te geven en te rechtvaardigen en schending van deze ordes leidden altijd en nog steeds tot heftige reacties! Hartstochten rond het onnatuurlijke waarbij het onderscheid tussen het morele en het natuurlijke lijkt te vervagen. Kennis had vaak kunnen helpen: boeren staan perplex van een zonsverduistering die astronomen konden voorspellen, merkte Thomas van Aquino al op. Maar was het niet Augustinus die nieuwsgierigheid niet de meest hoogstaande deugd achtte, nieuwsgierigheid is zucht naar kennis en dat zou wel eens funest uit kunnen pakken voor de bestaande wereldorde die men het liefste met mystiek in stand trachtte te houden.

Afhankelijk van het type natuurlijke orde dat wordt ontwricht, bevestigen ontzetting, verschrikking of verbazing dat het onmogelijke inderdaad heeft plaatsgevonden. De passies rond het onnatuurlijke verscheuren de ziel met een bijna ondraaglijk schrille dissonant. Niet altijd evenwel laaien de passies zo hoog op en bestaat de reactie op verstoringen van de natuurlijke orde vooral uit woede en verontwaardiging. Verantwoordelijke volwassenen die een bepaalde norm overtreden, kunnen stevige verwijten verwachten of zelfs straf. Verontwaardiging zwijgt zelden uit eigen vrije wil: het is een vorm van woede die zich eerder in woorden dan in daden wil uiten. Daston hierover: “Ondanks al haar ‘galm en drift’ probeert verontwaardiging de overtreder weer te integreren in de gemeenschap door luidkeels haar waarden te verkondigen en een van schaamte vervulde aanvaarding ervan af te dwingen”.

De vraag is nu waarom zulke passies de grenzen tussen het normatieve en het natuurlijke laten vervagen. Welnu, als er iets is wat de mens angst aanjaagt is het wel chaos. Een ook al zou men kunnen beweren dat ook de natuur harteloos en wreed is, de gruwelen van een al te strenge orde verbleken bij de totale afwezigheid van orde.

Normativiteit is de eigenschap die ons vertelt hoe dingen zouden moeten zijn. Wat verleent normen, niet één uitgezonderd, autoriteit over ons oordelen, zij het niet altijd over ons gedrag? Dit is een misschien wel ondoorgrondelijk filosofisch probleem, aldus Daston. Maar is dat zo? Moraal is een stuk gereedschap in de evolutie, afspraken die samenwerkende individuen maken om als groep te kunnen overleven. Vanuit de evolutie gezien heeft een samenleving er baat bij normen en waarden en moraal te ontwikkelen en op deze wijze beschouwd hoeft moraal helemaal niet zo ondoorgrondelijk te zijn als vaak wordt verondersteld, zou ik zeggen.

Normen vereisen iets van een samenleving, een groep, normen kunnen nooit worden verengd tot ze slechts voor één individu gelden. Ook geldt er voor normen een temporele horizon, ze moeten zich uitstrekken over verleden, heden en iets van een toekomst. Anders gezegd, er moet voldoende orde zijn om te garanderen dat normen die voor mijn gelijken gelden, tevens voor mij van kracht zijn en dat de norm van vandaag ook morgen nog geldt. Zonder orde is er geen basis voor normativiteit.

Welnu, als niet voldaan is aan de minimale voorwaarden voor het bestaan van orde, is er geen basis voor normativiteit. En die normativiteit zelf poneert ook weer een orde, namelijk een ideale. Blijft nog steeds die vraag overeind: waarom zouden we doen alsof menselijke normen de natuur weerspiegelen? Een beroep op een natuurlijke orde lijkt logisch als men de natuur als een goddelijke schepping beschouwt.

De mens is een afbeelder, stelt Daston. Wij moeten het onzichtbare zichtbaar maken en het is een empirisch feit dat mensen inderdaad natuurlijke ordes gebruiken om morele codes weer te geven. Welnu, de natuur is overal zichtbaar en beschikbaar. Daarnaast moet een bruikbaar model voor zowel de zintuigen als voor het verstand hanteerbaar zijn. De natuur is de grote bewaarplaats van alle ordes. En de natuur spreidt zoveel typen ordes tentoon dat zij niet alleen functioneert als eenvoudige representatie maar ook als rechtvaardiging van morele ordes. Het motief van de mens om de natuur zin en betekenis te verlenen, is geworteld in een dubbel inzicht over orde: normativiteit vereist orde, en de natuur levert toonbeelden voor elke denkbare orde.

De verheerlijking van bepaalde menselijke waarden als ‘natuurlijk’ verleent ze echter geen enkele zekerheid of noodzaak. Een dergelijke voorstelling van zaken, of het nu om de progressieve zaak van mensenrechten of de conservatieve zaak van sociaal darwinisme gaat, kun je altijd pareren met de vraag: over welke natuur heb je het eigenlijk? De natuur is een heerlijke paradox, een wanordelijk rariteitenkabinet van alle mogelijke ordes , aldus Daston.

Dit essay van Lorraine Daston is een compacte tekst, die nauwkeurig lezen vereist. De essentie van haar betoog is dat het vooral de natuurlijke fenomenen van de alledaagse ervaring zijn, die nog steeds onze krachtigste intuïties vormgeven over hoe of wat een orde kan zijn. Elke moraal creëert met eigen bezweringsformules een bastion tegen de chaos. Tegenstanders van de naturalistische paradox vrezen met de natuur als inspiratiebron voor moraal een gedachteloos conservatisme: als de normen uit de natuur komen en de natuur onveranderlijk is, dan zijn ook die normen onveranderlijk. Zelf is Daston daar niet zo bang voor. Er zijn zoveel natuurlijke ordes, stelt zij, dat je er elke mogelijke norm mee kan onderbouwen of ontkrachten. Het zijn nu eenmaal de specifieke kenmerken van onze zintuigen die ons kenvermogen diepgaand beïnvloeden. Zij liggen ten grondslag aan onze neiging om alles in fenomenen te representeren. We doen er verstandig aan ons daar voortdurend bewust van te zijn.

 

Enno Nuy
Maart 2020