Albert de Lange N.V.  1964 3de druk, 215 pagina’s

Vlak voor de oorlog is Fred met Käte getrouwd en inmiddels hebben zij drie kinderen, een onderweg en een vroeg gestorven tweeling. Deze roman gaat over armoede en de verwoestende invloed daarvan op de psyche van de mens. In het boek wordt slechts een weekeinde in het leven van deze gescheiden levende echtelieden beschreven. Een prachtige scène is die waarin Käte te biecht gaat bij een pastoor die in eerste instantie geschokt reageert op haar bekentenissen en haar slechts voorlopig absolutie wil geven en eerst met een confrater wil overleggen alvorens hij de absolutie definitief wil maken. Even fraai is de afloop van deze anekdote die ik hier niet verder toe zal lichten.

Van Böll weten we dat hij een zeer gelovig mens was maar in zijn romans geeft hij er blijk van de invloed van de geloofsovertuiging te kunnen relativeren. Niettemin is de  Nederlandse titel van deze roman ontleend aan de Bijbel en daar valt wel wat voor te zeggen. De Duitse titel luidde Und sagte kein einziges Wort, de Duitse titel van een negro spiritual. We zien al voor ons hoe Fassbinder deze roman verfilmd zou hebben.

Behalve over armoede gaat deze roman over liefde en de wijze waarop Böll deze liefde beschrijft is ontroerend en gevoelvol. En dit alles speelt zich af tegen het decor van een oorlog die nog maar net achter de rug is. Böll heeft het in het geheel niet over de oorlog, deze wordt slechts terloops gememoreerd, maar desondanks is dit ook een oorlogsroman op een ongekend indrukwekkende manier. Dat is tevens het meesterschap van Heinrich Böll: schrijven over de schaduw zonder deze ook maar één enkele keer te benoemen. Wat een schitterende roman, ook en nog steeds zoveel decennia na dato!

Opmerkelijk zijn de diverse scènes die vrijwel letterlijk zijn overgenomen uit De engel zweeg, de eerste roman van Böll na de oorlog die echter pas in de jaren negentig van de vorige eeuw voor het eerst gepubliceerd werd. Böll heeft deze roman bij leven niet kunnen publiceren en koos er vervolgens voor een aantal scènes in zijn latere romans te verwerken. Nergens storend, opmerkelijk is het wél.

Ook opmerkelijk zijn de taalfouten die in de vertaling van Michel van der Plas zijn blijven hangen: zij (mensen – en) liepen alle terug / de kokin / hij word / hopenlijk / dan lichte ze naar me. Niet storend genoeg om erover te struikelen, opmerkelijk was het wél.

Maar wat een prachtige en onroerende roman!

 

Enno Nuy

Juni 2007