Of: doe mij maar een rooie met een strikje

Een cv

Nick Bostrom is onder meer director, Future of Humanity Institute, University of Oxford. (Also, Fellow of St. Cross College.) en tevens University Fellow in the James Martin Institute for Science and Civilization at the University of Oxford; voorts is hij verbonden aan St.Cross College, Oxford (member of the Governing Body), The Nanoethics Group, Advisory Board Member, Foundational Questions In Physics andCosmology Institute (FQ(x)I) (Scientific Advisory Board member, World Transhumanist Association (Chair, co‐founder), Institute for Ethics and Emerging Technologies (Chair, co‐founder), Oxford James Martin Institute’s World Forum 2006 (On the standing committee), Centre for Responsible Nanotechnology (Task Force charter member), Publications of the Astronomical Observator (Editorial Board) en Journal of Evolution and Technology (Editorial Board); en tot slot is hij bestuurslid van onder meer Better humans magazine (Advisory Board), Cosmist magazine (Advisory Board), Singularity Institute for Artificial Intelligence (Advisory Board), Linguistic and Philosophical Investigations (Advisory Board), Review of Contemporary Philosophy (Advisory Board) en Analysis and Metaphysics (Advisory Board); en alsof dit alles nog niet voldoende is, is hij ook nog – waar haalt hij de tijd vandaan? – lid van de British Ethical Society, de British Society for the Philosophy of Science, The Aristotelian Society, het Foresight Institute en de British Philosophical Society.

Voorwaar een indrukwekkend cv, hier zo prominent gepresenteerd om aan te geven dat we niet van doen hebben met de eerste de beste duistere wetenschapper maar met een gerespecteerd lid van de internationale wetenschapsgemeenschap. Terwijl wij hier te lande bij het begrip maakbaarheid vooral denken aan het gedachtegoed van de sociaaldemocraten van enige decennia geleden, gaat Bostrom veel fundamenteler tewerk en onderzoekt hij de mogelijkheid en wenselijkheid van het vergroten van de menselijke intelligentie door middel van ‘genetic engineering’. Juist terwijl ik Het verhaal van onze voorouders van Richard Dawkins aan het lezen ben, stuit ik – alsof de ene beweging haast vanzelfsprekend de tegenovergestelde beweging oproept – op het werk van Nick Bostrom, meer specifiek op zijn artikel The reversal test: eliminating status quo bias in applied ethics (gepubliceerd met Toby Ord in Ethics 116, July 2006).

Genetic engineering

In dit artikel onderzoekt hij waarom het idee van het langs de weg van medische ingrepen – ook wel genetic engineering genoemd – verbeteren van de menselijke intelligentie of het verbeteren van het vermogen van de mens om te leren op weerstanden stuit die vooral het gevolg zijn van de neiging van de mens om in keuzesituaties de voorkeur te geven aan de status quo (de status quo neiging). Dit artikel is gebaseerd op de aanname dat de mens een medisch veilige en verantwoorde behandeling weet te ontwikkelen om de menselijke intelligentie te vergroten. Menselijke intelligentie is hier te verstaan als verbale vermogens, geheugen, abstract redeneren, sociale intelligentie, ruimtelijk inzicht, getalsbegrip maar ook muzikaal talent.

Bostrom erkent dat we onmogelijk kunnen weten welke de gevolgen op termijn zouden zijn van dergelijk genetic engineering, maar , zegt hij, dat geldt voor heel veel, zo niet de meeste beleidsbeslissingen die wij mensen nemen. Van belang is dat daar waar een intuïtief oordeel de doorslag geeft, dit oordeel is gebaseerd op de mate waarin degene die oordeelt op de hoogte is van alle relevante feiten en kennis.

Ik voel het aan mijn water

Wanneer we de status quo neiging als het gaat om het verbeteren van de menselijke intelligentie kunnen elimineren, stellen Bostrom en Ord, zullen we zien dat er weinig overblijft van de ingebrachte bezwaren tegen genetic engineering. Het elimineren van de status quo neiging kan niet worden bereikt op een wetenschappelijk algoritmische en onweerlegbare wijze maar komt tot stand door middel van heuristiek: het verschaffen algemene richtlijnen over mogelijke oplossingen die ons veel tijd en moeite besparen door de oplossingen te beperken tot diegene die de meeste kans hebben om van toepassing te zijn.

Vervolgens presenteren de schrijvers enkele psychologische experimenten op basis waarvan zij stellen: psychologen en experimentele economen hebben uitvoerig bewijs gevonden van de invloed van de status quo neiging op menselijke besluitvormingsprocessen. Uit onderzoek is gebleken dat mensen geneigd zijn om het belang van het vermijden van verliezen bovenmatig te benadrukken ten gunste van de bestaande situatie, ook wanneer die keuze met zich meebrengt dat mogelijke positieve opbrengsten door die status quo neiging worden verspeeld.

Zo opmerkelijk lijkt dit alles me niet. Hier wordt langs experimentele weg bewezen geacht wat heel veel mensen allang wisten: op een oude fiets kun je het leren, je gooit geen oude schoenen weg voor je nieuwe hebt en wat de boer niet kent, dat vreet hij niet. Of om het wat wetenschappelijker te formuleren: sinds Darwin weten we dat nieuw gedrag of nieuwe eigenschappen alleen dan kans van slagen hebben wanneer aannemelijk is gemaakt dat de kans op overleven van de soort daarmee vergroot wordt.

Omgekeerde bewijslast

Om een besluit te kunnen nemen wanneer de mens geconfronteerd wordt met keuzes waarvan hij alle consequenties niet kan overzien, introduceren de schrijvers de Eenvoudige Omkering Test: wanneer een voorstel om een bepaalde parameter te veranderen verondersteld wordt alleen maar negatieve gevolgen te hebben, overweeg dan een wijziging in de parameter in de tegenovergestelde richting. Als ook deze wijziging verondersteld wordt alleen maar negatieve gevolgen te hebben, dan verschuift de bewijslast naar diegenen die deze konklusies aanreiken om uit te leggen waarom onze positie niet kan worden verbeterd door nu juist deze parameter te veranderen. Als ze dat niet kunnen, mogen we er gevoeglijk van uitgaan dat zij gehinderd worden door een status quo neiging. Gelukkig merken Bostrom en Ord nog wel op dat deze omkering test niet aantoont dat een voorkeur voor de status quo per definitie en altijd ongerechtvaardigd is.

Blinde evolutie

Het tegenargument van evolutionaire aanpassing (waarom actief ingrijpen, de soort past zich vanzelf aan de zich wijzigende omstandigheden aan en als de soort daartoe niet in staat is, zal ze niet overleven) gaat volgens schrijvers lang niet altijd op. In de eerste plaats verschilt onze gangbare omgeving zeer fors van die van onze evolutionaire voorouders. In de tweede plaats zou een beter vermogen tot abstract redeneren in het Pleistoceen best inpasbaar geweest kunnen zijn maar neveneffecten daarvan zouden een wijziging in dit vermogen per saldo ongewenst hebben kunnen maken. In de derde plaats is het maar zeer de vraag of evolutionair trial and error een bepaalde eigenschap zou hebben ontdekt, terwijl een goed genetic engineer een aantal problemen had kunnen oplossen die de blinde evolutie nu eenmaal niet doorzag. En in de vierde plaats, stellen schrijvers, is er geen enkele algemene reden om te denken dat wat de evolutie selecteert samenvalt met wat ons leven veel meer op individuele basis en veel minder op collectieve basis de moeite waard en goed maakt. We gaan hier – behoudens de konklusie dat schrijvers’ opvattingen over de evolutie door Darwin of Dawkins vermoedelijk niet gedeeld worden – verder niet op in.

Vervolgens wijzen Bostrom en Ord op het argument van transitiekosten en het risiko argument. Zijn de kosten of de risiko’s van een ingreep te hoog, dan zal de mens in het algemeen besluiten van een dergelijke ingreep af te zien. Waar het hen om gaat is aan te tonen dat wie afziet van een wijziging zonder dat er evolutionaire, kosten- of risico-overwegingen in het spel zijn, zeer waarschijnlijk last heeft van de status quo neiging. Ook het argument van persoonlijkheidsaantasting gaat volgens schrijvers niet op. Als we denken dat een beetje minder intelligentie slecht voor ons zou zijn, moeten we ofwel aanvaarden dat een beetje meer intelligentie goed voor ons is danwel het geloof rechtvaardigen dat we momenteel kennelijk het optimale intelligentieniveau hebben. Natuurlijk kan een verbetering van de intelligentie leiden tot een persoonlijkheidswijziging die slecht zou zijn voor de nog niet gewijzigde persoon maar we moeten dat niet overdrijven, stellen schrijvers. Kinderen ondergaan immers ook diepgaande psychologische karakter- of persoonlijkheidswijzigingen als gevolg van hun groei en dat vinden we heel normaal.

Stel: een ramp

Tot slot introduceren de schrijvers de Dubbele Omkering Test, waarin ze twee mogelijke percepties van de status quo combineren: aan de ene kant de status quo als de gangbare waarde van de desbetreffende parameter en aan de andere kant  de status quo als de standaard stand van zaken wanneer we van ingrijpen afzien. Zij demonstreren dit aan de hand van een fictieve ramp: de watervoorziening wordt ernstig vergiftigd, we zijn niet in staat deze vergiftiging ongedaan te maken en het gevolg hiervan is hersenbeschadiging op grote schaal, met alle gevolgen van dien voor het cognitief functioneren van de bevolking.

Gelukkig hebben wetenschappers een gentherapie ontwikkeld waardoor onze intelligentie voldoende kan stijgen om de opgelopen hersenbeschadiging ongedaan te maken of te neutraliseren. Vermoedelijk, zo schrijven zij, zal de gemeenschap gebruik gaan maken van deze therapie. Vele jaren later echter, blijkt dat de mens wel degelijk zal herstellen van de opgelopen hersenbeschadiging. Is het aannemelijk dat de mens dan de toegepaste gentherapie ongedaan zal maken of het water alsnog zal vergiftigen om de gevolgen van de gentherapie te neutraliseren? Neen, zeggen Bostrom en Ord en omdat het goed is wanneer in het huidige scenario geen gif aan het water wordt toegevoegd, is het dús ook goed om in het scenario waar het water nimmer werd verontreinigd, de status quo vóór de fictieve verontreiniging te vervangen door de staus quo ná die fictieve verontreiniging, de status quo dus mét de verhoogde intelligentie.

Simpeler gezegd: als het zou moeten, zouden we het doen dus waarom zouden we het niet óók doen als het niét moet? We worden er immers beter van. Welnu, zeggen Bostrom en Ord, je kunt deze Eenvoudige of Dubbele Omkering Test toepassen in tal van keuzesituaties: niet alleen als het gaat om keuzes van pre-implantaties van genetische diagnostisering en embryo screening maar ook als het gaat om genetische modificaties in bijvoorbeeld moedermelk en zo voort.

Wie er aan twijfelt of het goed is kinderen met ietsje meer intelligentie geboren te laten worden moet maar aantonen waarom het beter zou zijn genoegen te nemen met ietsje minder. Wanneer we stellen dat het slecht zou zijn wanneer ouders meer invloed hebben op de trekken van aanstaande mensen, dienen we de vraag te stellen waarom het beter is wanneer ze daarover minder te zeggen hebben. Als die laatste vraag niet beantwoord kan worden, stellen Bostrom en Ord, hebben we redenen om aan te nemen dat er sprake is van status quo neiging. Impliciet stellen zij dat een status quo neiging de slechtst denkbare reden is om iets niet te doen.

Voors en tegens

Maar keren we terug naar de allereerste zin van dit artikel: “Veronderstel dat we een medisch veilige en geoorloofde manier om menselijke intelligentie te vergroten hebben ontwikkeld”. Laten we er voor het gemak van de discussie maar van uitgaan dat we – nu of in de toekomst – technisch in staat moeten worden geacht de hier bedoelde genetic engineering succesvol uit te voeren. Wat medisch veilig precies zal inhouden, weten we vooralsnog niet. Welke de persoonlijkheids- of karakterconsequenties zijn van genetic engineering weten we ook niet en ik vermoed dat we dat zelfs met geavanceerde computers nooit geheel zullen kunnen voorspellen. Daarvoor is het menselijk DNA, zeg maar onze genenhuishouding vermoedelijk te complex.

Wat we wel weten is hoe de religieuze mens op dit gedachtegoed reageert: volstrekte afwijzing. Een afwijzing die gezien vanuit de religieuze optiek volkomen logisch en helder is. Maar ook de seculiere mens zal de vraag, of genetic engineering moreel en ethisch aanvaardbaar is, moeten beantwoorden. Het gaat hier om een van de meest actuele thema’s van deze tijd. Over een passend antwoord blijk ik niet te beschikken. Ik kan slechts aanzetten voor een discussie geven. Ik zou wel willen weten hoe een moleculair of evolutiebioloog als Darwin of Dawkins over deze materie zou oordelen. Maar vooralsnog moeten we het stellen zonder hun educated guess of professional judgment. Is er een seculiere ethiek die ons stimuleert of tegenhoudt om genetic engineering te praktiseren? Laten we maar beginnen met het verzamelen van de argumenten pro en contra.

Aanstaand en bestaand

Het belangrijkste argument voor genetic engineering is natuurlijk het voorkomen en genezen van ziektes. Het voorkomen en genezen van ziektes zou genetic engineering voor be- en aanstaande mensen kunnen rechtvaardigen. De enige voorwaarde die we dan zouden moeten stellen is dat bijvoorbeeld de beoogde gentherapie uitsluitend voorspelbare en benoembare consequenties heeft. Die consequenties kunnen behalve positief ook minder positief of zelfs negatief zijn of het hoofdeffect kan positief zijn terwijl de neveneffecten minder positief of ronduit negatief zijn. Mits benoembaar en voorspelbaar – zou men kunnen zeggen – kan men op een verantwoorde wijze tot een besluit komen iets te doen of te laten. Bostrom en Ord gaan niet zo ver. Zij accepteren dat je niet alles kunt weten of voorspellen en achten de educated guess een aanvaardbaar criterium.

Zelfvernietigend vermogen

Ook gaan Bostrom en Ord veel verder dan alleen maar het voorkomen of genezen van ziektes. Zij sluiten het vergroten van de intelligentie, het lerend vermogen en het vermogen tot abstract denken nadrukkelijk in. Ja zelfs muzikaal talent. Langzaam maar zeker komt de mens op het punt komt dat hij zichzelf en zijn soort kan onttrekken aan de wetmatigheden van de evolutie. Genetic engineering is daarbij het werktuig, het middel bij uitstek.

De seculiere mens wordt niet gehinderd door inzichten die hem zeggen dat 9/11 of grote bosbranden manifestaties van een boze God zijn. Maar hoe het ook zij, de mens is niet in staat gebleken eigener beweging af te zien van technologische ontwikkelingen op ethische, zelfs niet op religieuze gronden, zelfs niet wanneer die technologische ontwikkelingen ongekend negatieve gevolgen voor ons kunnen hebben. Het zelfvernietigend vermogen van de mens is ontzagwekkend. Het joodse Israël, het christelijke Amerika en het islamitische Iran beschikken over nucleaire technologie en zullen niet aarzelen hun wapenarsenaal in te zetten wanneer ze van mening zijn geen andere keus meer te hebben. Kortom, geloof, embargo of moratorium, ze werken niet.

Op dezelfde wijze zal ook genetic engineering niet tegengehouden kunnen worden. We kunnen het en dus doen we het. Hoe klein is dan de stap naar: als we het zouden doen als het moet, waarom doen we het dan niet óók als het niét moet? Met atoombommen gooien is aantoonbaar niet goed voor mens en milieu en daarom presenteren we het vooral als een afschrikkingswapen dat je zelfs wanneer het ‘moet’ nog niet gauw zult gebruiken. Maar genetic engineering kan een groot aantal aannemelijke of aannemelijk te maken voordelen voor de mens opleveren. De neiging om van de daarvoor benodigde technologie gebruik te maken zal van nature groter zijn dan bij het inzetten van nucleaire wapens.

Een nieuwe onderklasse?

Moeten we dus experimenten op dit vlak toestaan? En hoe ver gaan we daar dan in? Men zou kunnen stellen dat genetic engineering tot toenemende ongelijkheid in de wereld zal leiden. Is de kans niet groot dat de genetic geëngineerde mens met zijn grotere intelligentie en groter vermogen tot abstract denken zich weinig gelegen zal willen laten liggen aan de mens met wat minder intelligentie en minder abstract denkvermogen? Is de nieuwe dictatuur straks de heerschappij niet die van de adel en clerus, niet die van de oligarch of monarch, niet die van de apparatsjik of de manager maar die van de genetisch gemanipuleerde (Über)mens? Zal de genetisch geëngineerde mens zich willen laten afremmen door het domme plebs? En als de weinig of matig intelligente mens al zo veel zelfvernietigend vermogen weet te ontwikkelen, wat mogen we dan verwachten van de genetic geëngineerde mens?

Reproductieve vrijheid

In een reactie op het artikel van Cees Dekker stelt Dr. Ron Berghmans, verbonden aan de sectie Health, Ethics and Society van de Universiteit Maastricht dat ouders zelf moeten kunnen beslissen over hun voortplanting en de technologieën die ze daarbij in willen zetten. Hij noemt dat de reproductieve vrijheid. Een mooi standpunt hoor, maar in de praktijk onwerkbaar en onwenselijk. Er worden al genoeg kinderen geboren die met zo veel achterstand ter wereld komen dat je daar serieuze vraagtekens bij kunt plaatsen. Er zijn al genoeg ouders die van de biologische mogelijkheid tot voortplanting gebruik maken terwijl ze niet of nauwelijks in staat zijn hun kinderen tot normale en enigszins gelukkige wereldburgers op te voeden. Moet je zulke ouders naast hun biologische functies ook nog eens technologische hulpmiddelen bieden? Doe mij maar een rooie met een strikje? Ik gruw ervan.

Maar wat je de ene burger onthoudt, mag ook de andere burger niet gegund worden. Berghmans stelt dat transhumanisten verbeteringen die positionele voordelen opleveren af zouden wijzen. Maar als ik het werk van Nick Bostrom lees kom ik zulke gebruiksbeperkingen toch echt niet tegen.. Berghmans werpt dan sussend tegen dat het intelligentiegen nog niet gevonden is maar Bostrom vindt dat geen probleem. Wat er vandaag nog niet is, kan er morgen wel zijn en als het er is, wil ik het hebben. Zo luidt de redenering.

Bostrom en Ord schetsen de hypothetische situatie dat sleutelen aan de mens uitsluitend positieve of op zijn slechtst aanvaardbare negatieve neveneffecten heeft. Maar ik wil geen medicinaal, laat staan gentherapeutisch prozac. Wat natuurlijk het meeste zorgen baart is dat Bostrom en Ord enerzijds de educated guess wél accepteren en het niet volledig en sluitend onderbouwde “neen” afwijzen omdat het vermoedelijk niet meer zou zijn dan een status quo neiging.

Met dezelfde kracht van redeneren kan men toch betogen dat de status quo neiging een vanuit de evolutie gezien wenselijk instrument is die de menselijke soort behoedt voor al te grote stappen ineens? Ik zeg u: ik weet het niet maar vertel mij wat ú ervan vindt, het onderwerp is er belangrijk genoeg voor. En als u nieuwsgierig geworden bent, bezoekt u dan eens de website van Nick Bostrom en lees daar eens zijn Letter from Utopia. U zult versteld staan!

 

Enno Nuy

November 2007

 

 

Bronnen:

Nick Bostrom en Tony Ord The reversal test: eliminating status quo bias in applied ethics (gepubliceerd in Ethics 116, July 2006).
http://richarddawkins.net/article,1389,Tinkering-with-Humans,William-Saletan
http://www.nickbostrom.com/
http://strugglesforexistence.com/?p=article_p&id=12
NRC 3 november 2007 Cees Dekker – Stel grenzen aan het gesleutel aan de mens
NRC 16 november 2007 Ron Berghmans – ‘Verbetering’ mens verdient serieus debat
www.transcedo.org
Heuristiek: Wikipedia