De Arbeiderspers, 176 pagina’s

 

Jaren geleden stuitte ik op de prachtige boeken van Robert Macfarlane, die in De oude wegen euforisch sprak van ene Nan Shepherd. En dan vooral over haar The living mountain waarin ze haar wandel-, trek- en klimtochten over het Cairngorm-plateau in Scholtand beschrijft. Ik zou haar naam vaker tegenkomen in de boeken van erkende natuurschrijvers en ik was wel heel aangenaam verrast toen ik opmerkzaam werd gemaakt op een Nederlandse vertaling van dit boek(je).

Nan Shepherd schreef haar The living mountain in de laatste jaren van de tweede wereldoorlog en de eerste jaren daarna om haar manuscript vervolgens meer dan dertig jaar bij zich te houden. Het werd pas in 1977 voor het eerst gepubliceerd. En nu, bijna vijftig jaar later is er dan een, overigens uitstekende vertaling van Pauline Slot, De levende berg getiteld.

Jammer dat er meteen op de eerste pagina in de topografische schets al een fikse fout staat: Caimgorm in plaats van Cairngorm! Maar dat is dan ook het enige minpuntje aan dit onvergetelijke bescheiden werk, dat is voorzien van een voorwoord door Robert Macfarlane, een door mij zeer gewaardeerd Engelse natuurschrijver en een, wat mij betreft minder noodzakelijk nawoord van Jeanette Winterson.

Nan Shepherd werkte haar leven lang aan de Universiteit van Aberdeen en woonde in een dorpje vlakbij die stad aan de Oostkust van Scholtland. Shepherd schreef behalve The Living mountain drie romans die werden gepubliceerd tussen 1928 en 1933 en één gedichtenbundel onder de titel In the Cairngorms, gepubliceerd in 1934. Zij verpandde haar hart aan het Cairngormgebergte dat ze als één granieten berg beschouwt. In werkelijkheid bestaat het plateau uit een aantal bergen, heuvels, ravijnen en bergmeren. Maar Nan Shepherd ziet dit hele gebied als een en ondeelbaar, Alexander von Humboldt indachtig die al in de 18de eeuw schreef: “in deze lange keten van oorzaak en gevolg kan geen enkel feit als losstaand worden beschouwd”. Sta wijdbeens, buig voorover en kijk tussen je benen door: “this is how Earth must see itself”, schreef Nan Shepherd. En: “Maar vaak geeft de berg zichzelf pas volledig als ik geen bestemming heb, als ik nergens in het bijzonder aankom, maar slechts op weg ben gegaan om bij de berg te zijn, zoals je een vriend bezoekt met geen ander doel dan zijn gezelschap”.

Shepherd beschrijft de berg in 12 korte hoofdstukken met werkelijk prachtige hoofdstukken over water – dat sterke, doorzichtige spul, een van de vier elementaire mysteries… – vorst en sneeuw, lucht en licht, flora en fauna, de mens, slaap en zintuigen en ter afsluiting het filosofische hoofdstuk over ‘zijn’. Misschien vond ik het hoofdstuk over water inderdaad het mooiste, heel poëtisch waarin Shepherd zich verbaast over de emergente eigenschap van water, waarvan ze schrijft: “Het geheim is zijn vermogen om te stromen.” Maar ze laat dit hoofdstuk volgen door minstens even fraaie beschrijving van vorst, sneeuw en ijs.

Nan Shepherd kijkt en kijkt en ziet en onderscheidt en ze heeft ook nog prachtige taal om dat alles te beschrijven. Ik weet nu al dat ik dit boek vaker zal lezen want alleen al vanwege de taal is het een fonkelende diamant, een evocatief boek dat zijn weerga niet kent. Jammer dat zij zo’n bescheiden oeuvre schreef.

“I have walked out of the body and into the mountain.“ En verderop schrijft zij: “Dus simpelweg naar iets kijken, zoals een berg, met de liefde die zijn wezen weet te raken, is een manier om in de oneindigheid van niet-zijn het domein van het zijn wat uit te breiden. De mens heeft geen enkele andere reden om te bestaan.” En Shepherd konkludeert: “Daarom is het dat juist als het lichaam op de toppen van zijn kunnen leeft en naar een diepe harmonie geleid wordt die zich kan verdiepen tot iets wat op een trance lijkt, ik het dichtst nader wat het is om te zijn. Ik ben mijn lichaam uitgelopen en de berg in.” Terecht merkt zij op dat kennis het mysterie niet oplost.

Ik ben jaloers op Nan Shepherd omdat ze een staat van zijn heeft bereikt die voor mij wellicht of vermoedelijk niet is weggelegd. En dat was slechts mogelijk, dat kon slechts omdat zij haar hele leven wijdde aan juist deze plek, omdat haar overgave totaal was en omdat zij een volharding aan de dag legde die slechts weinigen gegeven is. Je kunt haar verhouding tot het Cairngorm-plateau alleen maar omschrijven als een diep gekoesterde liefde. Wat een prachtig boek!

 

Enno Nuy
Mei 202