In Flanders Fields Museum
Manteau/De Bezige Bij, 1009 pagina’s

Marguérite Yourcenar schrijft in een prachtige tekst in oktober 1914: “ik weet dat de vernietiging van de natuur door de mens zijn eigen vernietiging rechtvaardigt”. Ook de onovertroffen cynische Celine ontbreekt hier niet, evenmin als een nuchter en toch ontroerend verslag van Kathe Kollwitz naar aanleiding van haar zoon Peter, die op 23 oktober van datzelfde jaar sneuvelde. En naar aanleiding van de dood van de dichter Ernst Stadler schrijft Thea Sternheim: “Zinloze tijd, waarin we leven. Gezwollen door gevoelens van haat en trots. Laat de eeuwige liefde mijn vaderland zijn, de heilige gedachte mijn toevluchtsoord. Het komt er niet op aan waar ik vandaan kom, het komt erop aan waar ik naartoe ga. De heilige schare kent geen oorsprong, geen einde, geen wortels, geen grenzen. Vaderland is toeval. De liefde behoort alle mensen toe”. We schrijven 12 november 1914 en staan nog maar aan het begin van de oorlog, waar talloze soldaten nog zingend ten strijde trokken, de oorlog waarvan iedereen dacht dat die met kerstmis wel voorbij zou zijn. In Duitsland sprak men van een frischer, fröhlicher Krieg!

Belgische, Franse, Duitse, Ierse, Canadese, Australische, Engelse soldaten en officieren en onder hen vele dichters en andere kunstenaars, komen hier aan het woord, evenals de vrouwelijke verpleegkundigen die direct achter het front werkzaam waren in dit bijna twee kilo zware boek over de Grote Oorlog. Een prachtige uitgave van het In Flanders Fields museum uit Ieper. Een uitgave die zo terecht al die brieven en dagboeknotities aan de vergetelheid ontrukt. Een bloemlezing van meer dan duizend pagina’s en wie weet hoeveel materiaal nog in de archieven ligt.

Schokkend om te lezen hoe bijvoorbeeld de strijdkrachten uit de Franse koloniën vaak verzwegen werden en als minderwaardige troepen werden beschouwd. Hoe anders bleek de werkelijkheid. Het is pas in deze ontboezemingen van soldaten en officieren, voor zover ze de censuur doorstonden, dat er een eerlijker licht wordt geworpen op die soldaten uit de koloniën.

En ook al past het me niet snel te (ver)oordelen, toch is het merkwaardig te lezen hoe de waardering van Stijn Streuvels voor de Duitse officieren die in zijn huis intrek namen kennelijk in het geheel niet beïnvloed werd door het gegeven dat zij toch zeker de binnenvallende vijand vertegenwoordigden! Niet zo vreemd dat hij uiteindelijk wel van collaboratie werd beschuldigd!

En dan die angst onder alle soldaten, van welk kamp ook, voor de Yser! Zie het verhaal van Cyriel Buysse, Singen, singen getiteld waarin de Duitse soldaten door hun officieren gedwongen worden te zingen wanneer zij in tranen hun ondergang bij de Yser tegemoet marcheren… Huiveringwekkend wanneer je bedenkt wat hun lot zou blijken te zijn.

Eigenlijk komt alles samen in dat ene zinnetje: Wat vermocht mankracht tegen zoveel vuurkracht? Niet eerder was er op deze schaal oorlog gevoerd waarbij strategieën werden bedacht die in het geheel niet aansloten bij het wapentuig dat – voor het eerst in de mensengeschiedenis – werd gebruikt. Honderdduizenden soldaten stierven bij het verdedigen of veroveren van een strook grond van vaak niet meer dan honderd meter, een strook die om tactische redenen de volgende dag zo weer opgegeven kon worden.

En bijna surrealistisch verloopt Kerstmis 1914 als soldaten van beide partijen hun loopgraven verlaten, foto’s van elkaar maken en drank, sigarenbandjes en adressen uitwisselen! Ze voetbalden zelfs met elkaar.

Er waren ook militairen die een totaal andere perceptie van de oorlog hadden. Zoals de zeer godsdienstige Pierre Dupouey die aan zijn diepgelovige echtgenote schrijft: “als je naar de soldaten kijkt, is de oorlog iets dat me elke dag grootser en heiliger lijkt, iets waarlijk goddelijks….”. Ook daar kun je je nauwelijks een voorstelling van maken.

Het waren de Duitsers die gifgassen gingen gebruiken in weerwil van de conventie tegen het gebruik van gifgas van 1899! In april 1915 kwamen bij één aanval 20.000 Franse soldaten om. Die gifgasaanvallen tarten iedere beschrijving. Maar in deze oorlog lijken alle superlatieven te sneuvelen en je begrijpt werkelijk niet waarom er niet eerder tot een staakt het vuren kon worden besloten. Al na het eerste oorlogsjaar was voor iedereen duidelijk dat er aan deze slachting maar geen einde zou komen. En in 1915 waren het opnieuw de Duitsers die het tien keer zo dodelijke fosgeengas introduceerden.

In mei 1915 schrijft private William Spinks in prachtige taal: “Elke stad heeft een ziel. De ziel van deze stad moest wel vreselijk gekweld worden door alle leed en kwellingen van de hel. Al haar kleding werd weggerukt, en in latere jaren  werd zelfs haar geraamte niet met rust gelaten. Die nacht werd het genadeloos bestookt door hevig artillerievuur. Zelfs vanaf de plek waar wij waren, hoorden we de explosies van brandgranaten, en de instortende huizen. Die reusachtige Vernietiging kon niet hard genoeg werken aan haar dodelijke taak”. En even verderop denkt hij hardop na over de angst voor de gruwelijke vormen die de dood kan aannemen, die angst die van mannen ogenschijnlijk lafaards maakt. Anderen vertalen die angst in bravoure en tarten het gevaar en de dood. Maar zij die angst hebben worden nagewezen, schrijft Spinks en hij vervolgt: “Wanneer de beschaving nog wat meer vooruitgang boekt, zal men niet meer zo haastig dat vonnis vellen over hen die zo onfortuinlijk zijn hun gevoelens niet volledig in de hand te hebben. Er is immers niets ridderlijks aan oorlog, en als alle mensen zouden terugdeinzen voor de gruwelen van het doden, zou er geen oorlog bestaan”.

Spinks besluit het oorlogstoneel te ontvluchten en geeft toe dat hij een lafaard is omdat zijn instinct hem zegt niet deel te nemen aan de zoveelste slachting en hij schrijft verder: “Zijn degenen die de oorlogen veroorzaken niet zelf de allergrootste lafaards? Zij blijven immers op de achtergrond en met hun woorden verplaatsen ze de pionnen op dat bloedige schaakbord, zorgvuldig beschermd tegen mogelijk gevaar, en doof voor het gejammer van weduwe en wees”.

Werkelijk hemeltergend is de geschiedenis van private Chase die geëxecuteerd werd omdat hij tijdens een gasaanval zijn post had verlaten. Let wel, er was geen sprake van desertie. Hij verliet zijn post om niet daar ter plaatse door het gif om te komen. Hij werd veroordeeld omdat het leger geregeld voorbeelden wilde stellen en omdat hij al eens eerder voor een verwaarloosbaar vergrijp was veroordeeld.

Prachtig ook is de korte tekst van Jane De Launoy, verpleegkundige: “Brieven! Brieven! Een speciale koerier brengt een heel pak mee. Ze komen van waar het verleden nog leeft. Hier bestaat alleen het heden, wij hebben gebroken met alles wat voorafging. Geen conventies en vooroordelen meer, de oorlog leert ons de grote les van de gelijkheid, die door de voortdurende nabijheid van de dood wordt bevestigd. Helaas, nog zullen er zijn die het niet begrijpen en niet evolueren en schaamteloos met hun onbegrip te koop blijven lopen”.

In deze bloemlezing is ook opgenomen het essay Arms and the Mind/War and the Mind van Ford Maddox Hueffer die ik eerder tegenkwam in de biografie van Joseph Conrad door John Stapel. FMH wordt daarin beschreven als een wat mediocre man en een weinig begaafd schrijver maar dit essay is werkelijk verbluffend en voortreffelijk geschreven, prachtige literatuur!

En wat te denken van deze prachtige zinnen van David Jones (In Parenthesis IV) uit 1937: “De rommelige smerigheid van het liefdeloze decor dat zich ver weg horizontaal uitstrekte, als symbool van onnoemelijk ongemak, armzalig en pover als verwaarloosde kippenrennen steunend op afbraakmateriaal op natte doordeweekse dagen waar woestenij grenst aan achterbuurt en kapotte vuilnisbakken stinken van weggegooid blikvlees, rottende banden, afgedankt langzaam verweerd ijzer desintegreert tussen fabriek en brandnetels. Riolering voedt de hoge grassen en kale kleigewassen dragen blikken en stutten, gezwollen rattenlijf omgekeerd als schildpad in de heldere ochtend”.

Verrassend genoeg leren we dat het Belgische soldaten verboden werd zich bezig te houden met flamingant gekonkel en sommige officieren verboden hun manschappen zelfs Vlaams te spreken. Legerarts Joseph De Cuyper schrijft met vooruitziende blik in juni 2017: “In feite stookt dat de beweging alleen maar op en zal de reactie ervan na de oorlog des te geduchter zijn”.

Geregeld laaide de Vlaamse weerstand tegen de achterstelling door de Walen op en culmineerde in een opmerkelijke en indrukwekkende Open Brief aan de koning op 11 juli 1917. Maar het zou tot ver in het interbellum duren dat Vlaamse eisen in politiek beleid werden vertaald. Ruim 70 procent van het Belgische leger bestond uit Vlamingen!

Deze open brief mag dan wellicht hier en daar – naar men zegt – overdreven zijn, het is ronduit schokkend te lezen hoe de Vlamingen werden achtergesteld, genegeerd en geminacht! Niemand die het nuttig of nodig achtte er iets tegen te ondernemen. Ook de koning niet.

Wanneer de geallieerden bij Mesen een mijnenslag voorbereiden verklaart volgens zegslieden de Britse generaal Plumer: “Gentlemen, we may not make history tomorrow, but we shall certainly change geography”. En dat bleek een accurate opmerking na de onvoorstelbare explosies die werden opgewekt met onvoorstelbare hoeveelheden springstof, 406.800 kilo in totaal.

En wat te denken van de Ieren? Een katholieke Ierse divisie streed zij aan zij met een protestantse Ierse divisie. Vlak voor de oorlog dreigde in Ierland al een burgeroorlog. Desalniettemin streden de Ierse nationalisten mét de Britten die in hun eigen land op hen schoten!

Zeer opmerkelijk is de passage over ouders in Duitsland die de brieven van hun zonen in krijgsdienst massaal naar kranten stuurden in de hoop dat ze gepubliceerd zouden worden. Of ze stuurden de brieven naar professor Witkopf die vele compilaties van soldatenbrieven uitbracht! Alsof met het publiceren van de brieven van hun zoon zijn aanwezigheid op het slagveld gerechtvaardigd kon worden, een extra dimensie kreeg. Anderen daarentegen vonden het maar niets, het zouden vooral de rijkeluiszoontjes zijn die met hun brieven een verdraaide versie van de werkelijkheid over het voetlicht brachten. Een van deze kritikasters: “Uiteindelijk zijn het misschien nog de kranten die je hiervoor het meest kan blameren”.

Hier slechts een paar cijfers: bij de Derde Slag bij Ieper, ook wel de Slag bij Passendale genoemd, vielen 125.000 doden en bijna 300.000 gewonden. Bij het Duitse Ardennenoffensief in 1944 vielen 180.000 slachtoffers waaronder 45.000 doden.

En al even interessant is de passage over Chinezen, ruim 140.000 mannen die in weerwil van de wens van de Chinese overheid niet deel mochten nemen aan de strijd. James Churchill Dunn spreekt onbeschaamd van spleetogen. Zij werden vooral ingezet bij infrastructurele werken en na afloop van de oorlog werden ze gebruikt om de slagvelden op te ruimen.

Wat een indrukwekkende bloemlezing is dit De Geschreven Oorlog! Het enige nadeel van het boek is het gewicht, zoals gezegd bijna twee kilogram. Ik zeg u, dat leest niet makkelijk. Maar recht evenredig aan het gewicht is de figuurlijke zwaarte van het boek. Hoe terecht dat er met deze brieven en dagboekaantekeningen recht wordt gedaan aan al die mannen die ten strijde trokken tegen de verklaarde of veronderstelde vijand. Hoe terecht dat hun aantekeningen niet in de vergetelheid verdwenen zijn. Mateloze bewondering heb ik voor de moed van al deze mannen. Er sneuvelden in deze waanzinnige oorlog 8,5 miljoen mensen, vrijwel uitsluitend militairen. 5,2 Miljoen doden onder de geallieerde troepen, Duitsland en Rusland verloren ieder zo’n 1,7 miljoen mensenlevens. Wie iets van deze oorlog wil begrijpen, kan niet om deze bloemlezing heen. Geschiedschrijving van deze onvoorstelbare periode in de menselijke geschiedenis zonder de brieven en dagboekaantekeningen van al die soldaten is per definitie onvolledig en in strijd met wat wij waarheid noemen.

Christopher Clark liet ons zien hoe Europa zichzelf min of meer in die oorlog rommelde, slaapwandelaars waren het die tezamen een verschrikkelijke werkelijkheid creëerden waar niemand meer afstand van kon nemen. Dat ene fatale schot op de Balkan ontketende een niet meer te stoppen waanzin. Deze bloemlezing laat ons zien hoe individuele soldaten meegesleurd werden, een afschuwelijk lot tegemoet. Ook zij die de oorlog overleefden hadden nadien geen gemakkelijk leven. Iedereen moest zijn eigen weg zien te vinden in de verschrikkingen die deze oorlog aanrichtte in de hoofden en lichamen van al die mannen. En dan te bedenken dat er dus bijna negen miljoen mannen sneuvelden, stierven aan schrapnel, verdwaalde kogels, granaatinslagen en gifgas. Miljoenen mannen die nooit gehoord werden. De hier verzamelde bijna 350 getuigenissen zijn eest en vooral een hommage aan al die omgekomenen. Waarvoor stierven zij eigenlijk? Deze oorlog en de afloop daarvan vormden slechts de kiem voor de volgende slachting, amper twintig jaar later.

 

Enno Nuy

December 2019