Verzamelde verhalen, 426 pagina’s

 

In deze bundel verzamelde Jan Brokken onder meer de verhalen uit en over zijn jeugd. Een ode aan zijn ouders, althans zo las ik deze geschiedenissen die niet zelden ontroeren en vaak ook buitengewoon geestig zijn. De humor mag soms wrang zijn maar blijft altijd mild. Al in het eerste verhaal, De zee van vroeger, laat Brokken zich zien als een fraai stilist. Niet alleen vanwege labberkoeltjes, heulsap en bulderbasten maar vooral door zijn formuleringen, het understatement en zijn vermogen om ogenschijnlijk eenvoudige taal een duidelijke lading en betekenis te geven. En niet te vergeten, zijn onderkoelde humor.

In het tweede verhaal, Het laatste oordeel, een prachtig gesprek tussen een oude dominee en zijn zoon. Ze zoeken samen de ‘een strekkende meter boeken die de vader mee mag nemen naar zijn laatste adres maar het verhaal gaat over herinneringen en late inzichten. Een prachtig aforisme: ‘Herinneren en vergeten komen uit dezelfde bron’. En wat te denken van die oude vloekende en tierende boer die op zijn sterfbed nog net hoorbaar fluistert: “Het viel mee”.

Werkelijk prachtig is het verhaal Treinen op de maan, over een reis naar China en Rusland. En zoals in alle verhalen uit deze wondermooie bundel wordt de schrijver overal vergezeld door Olga, zijn inmiddels overleden moeder. Ik kan mij geen andere schrijver herinneren die zo ontroerend over zijn moeder schreef. En we lezen fraaie overpeinzingen als Telkens wanneer de trein van de geschiedenis ontspoort, zijn vreemdelingen het slachtoffer of Reizen is naar jezelf kijken tegen een andere achtergrond.

Maar we reizen steeds maar door naar de binnenlanden van Afrika, naar Martinique, Curaçao, Egypte, Guatemala, Mauritius, Indonesië, China, de Sahel en verder.

In het verhaal over de koffieboeren in Guatemala aarzel ik bij het oordeel van de schrijver die de koffieteelt vooral ziet als een moderne vorm van kolonialisme als gevolg van wereldhandel. Mij lijkt dat toch een versimpeling van de werkelijkheid. Als die boeren niet klem zouden zitten tussen het leger en de guerrilla’s zouden ze gewoon een fair en eerlijk loon kunnen verdienen met hun arbeid. Maar hoe het ook zij, de geschiedenis van de Guatemalaanse koffieboeren is ten hemel schreiend, zou hun lot ooit verbeteren?

Aan het einde mijmer ik na over de laatste woorden van de schrijver: ”Niets heeft me ooit met de aanstaande dood kunnen verzoenen, noch vroeger het geloof, noch later de wijsgerige beschouwingen van Montaigne, Schopenhauer, Nietzsche, Wittgenstein, Sartre of Cioran”. Maar anders dan de schrijver heb ik geen dichtregels nodig om, zij het op gepaste afstand in tijd, toch met een zekere nieuwsgierigheid naar het onvermijdelijke uit te zien. Maar terug naar de schrijver en zijn boek: Jan Brokken kan goed schrijven, zoveel is zeker. Eerder las ik van hem Baltische zielen en Stedevaart en juist in dit genre, het verhaal, blinkt hij uit als geen ander. Hij schrijft in heldere taal maar weet daar steevast een diepere lading aan mee te geven als het verhaal daar om vraagt. In gedachten vorm ik geregeld drie puntjes of een uitroepteken achter zijn overpeinzingen. En zoals gezegd, zijn herinneringen aan zijn moeder heeft hij zeldzaam mooi en ontroerend opgetekend.

 

Enno Nuy
December 2023