Vrijzinnigheid is een product van de joodse en christelijke traditie, zegt Benno Barnard in zijn lezing Leve God, weg met Allah (De Vrijdenker, mei 2010). De term atheïsme lijkt hem daarin gelijk te geven en dat verwijt horen we als vrijdenkers natuurlijk vaker. De term immers bedoelt aan te geven wat je niet bent maar verstrekt geen enkele informatie over wat je wel bent. De kwalificatie atheïst als zwaktebod? Jazeker wel maar daar staan we natuurlijk niet alleen in. Van een gelovige weten we ook niet veel meer dan dat hij of zij de godsidee aanhangt en dat de kans groot is dat hun moraal een religieuze basis heeft.

Barnard stelt dat we moeten erkennen dat onze humanistische en modernistische opvattingen, onze liberale en democratische traditie en onze ideeën over mensenrechten superieur zijn aan alle bestaande alternatieven en producten van de joods-christelijke erfenis zijn. Nu ben ik geen historicus en dus lijkt het me beter niet te gaan strijden over deze tamelijk absoluut klinkende stelling. En het belang en de impact van de wereldgodsdiensten kunnen we natuurlijk niet ontkennen, net zo min als de onderlinge verwevenheid van het joodse en christelijke geloof. En ook de islam mag hier dan niet onvermeld blijven aangezien alle drie wereldgodsdiensten zich op dezelfde geschriften en hoofdrolspelers baseren. Maar godgeloof gaat altijd gepaard aan godestwijfel en het is maar zeer de vraag of de Verlichting er ooit was gekomen wanneer het godgeloof een onwrikbare, nimmer weersproken constante in onze Europese geschiedenis was gebleken. Succes heeft natuurlijk vele vaders maar in mijn ogen heeft geen enkele wereldbeschouwende richting – religieus of niet – het recht zich te beschouwen als de verwekker van de verlichting. Op onnavolgbare en uitsluitend achteraf te reconstrueren wijze heeft de mens op zichzelf ander gedachtegoed veroverd.

Ik ben zo vrij enige vraagtekens te plaatsen bij de joods-christelijke basis van de Europese cultuur. Want ik meen toch te weten dat de joden in Europa door de eeuwen heen weinig goeds ervaren hebben aan hun christenbroeders en –zusters. Soms is het alsof de joden er nu met de haren bijgesleept worden om een vesting tegen de Hunnen van vandaag, de mohammedanen te vormen. “Als we onze cultuur niet willen uitleveren aan de islam” zegt Barnard. De mens heeft behoefte aan rituelen en verhalen en juist daarin voorzien religies. De mens kan niet leven op basis van de gedachte dat alles zinloos is, geen hoger doel zou dienen en precies in die emotie is de zin van religie gelegen. Niet de evolutieleer is ons probleem maar de evolutiepraktijk, stelt Barnard.

En hij merkt op – met dank aan Roger Scruton – dat de scheiding van Kerk en Staat al sinds Paulus in het Evangelie was voorzien. Dat Kerk en Staat vervolgens eeuwenlang een machtig verbond sloten om het gewone volk op zijn plaats onder aan de hiërarchie te houden, zijn Barnard en Scruton gemakshalve vergeten. Laat de leer dan goed zijn geweest, de uitvoerders en conservatoren hebben die leer vooral ten faveure van zichzelf aangewend. En de kerk als schepper en hoeder van moraal staat heden ten dage toch ook in een op zijn zachtst gezegd wrang daglicht. Het Vaticaan wordt bevolkt door prelaten die homoseksuelen en vrijmetselaars ervan beschuldigen de Katholieke Kerk om zeep te willen helpen. In Iran verkondigen de plaatsvervangers van Allah op aarde dat schaars geklede vrouwen aardbevingen veroorzaken. Religies gaan allang niet meer over geloof of moraal maar doen een wedstrijdje in wie het zotst is.

Maar laat ik me niet tot flauwe grappen verleiden en terugkeren naar het betoog van Barnard. Geen enkel redelijk denkend Europees wezen, gelovig of ongelovig, zal een theocratie wensen. Het is bijna beangstigend wanneer de minister van Justitie moet laten uitzoeken of hier ten lande de Sharia niet wordt toegepast. Hierover kunnen we niet duidelijk genoeg zijn: de Sharia mag in een Westerse democratische ordening nooit of te nimmer de leidraad voor het beslechten van conflicten worden. Zoals het ook te zot voor woorden is dat de Katholieke Kerk zich misdragende priesters uit de handen van Justitie probeert te houden.

Het is duidelijk dat de Islam niet verenigbaar is met een moderne democratie maar ook de beide andere religies hebben er moeite mee. De Kerk deinst niet terug voor kwalijke associaties om bijvoorbeeld het Nederlandse euthanasie- en abortusbeleid te becommentariëren. En Israël is hard op weg naar een theocratie waar straks alleen nog voor recht in de leer joden plaats wordt vrijgemaakt.

De schriftstellers waren ongetwijfeld intelligente lieden met een goed gevoel voor wat politiek wel en niet haalbaar was. Maar stel nu dat die zinsnede “Geef de keizer wat des keizers is..” niet op schrift was gesteld? De wereld zou er vermoedelijk niet heel anders uit hebben gezien, alleen zou dan niemand kunnen claimen dat zelfs de Verlichting bijbelse wortels heeft. De schriftstellers en evangelisten waren natuurlijk geen toekomstzieners, het waren verhalenvertellers.

Maar het gaat niet aan de apostel Paulus nu de redding van de scheiding tussen kerk en staat toe te dichten, zoals Barnard en Scruton doen. De Amerikaanse filosoof Lee Harris gaat nog een stapje verder als hij in de Opinio van februari 2007 schrijft: “als je tussen twee religies kunt kiezen, geef dan altijd de voorkeur aan de religie die het meest bevorderlijk is voor een gemeenschap van redelijke mensen, ook al geloof je er zelf niet in”.

Barnard is zelf Anglicaan, zo schrijft hij en van hem is bekend dat hij een grote liefde koestert voor Engeland. Hoe opmerkelijk toch dat juist in Engeland nog steeds sprake is van een staatsgodsdienst, jawel: de Anglicaanse kerk. Ik beschouw mijzelf niet als een christendomlooche-naar. Niet omdat ik door paters ben opgevoed en opgeleid maar omdat ik dagelijks ervaar hoezeer onze Europese cultuur en traditie doordrongen zijn van religie, alle religies. In het Spanje van vandaag zijn nog vele sporen terug te vinden van de Moorse invloeden met als schitterend hoogtepunt de Mezquita in Cordoba (waar Karel V een kerk midden in die schitterende moskee liet bouwen en  sindsdien is het tot op de dag van vandaag mohammedanen verboden daar hun gebeden op te zeggen)  maar laten we niet vergeten dat de Spaanse Inquisitie het vooral op de joden had gemunt, daar begon het gedonder in het Europa van na de Oudheid.

En zie de Europese kunsttraditie vanaf het begin der tijden. Niemand kan daar de invloed van het Christendom ontkennen en waarom ook? Er is immers schitterende kunst gemaakt, geïnspireerd door religie. Maar de purist die meent te mogen stellen dat alleen een christelijk gelovige daadwerkelijk ten volle van Bach genieten kan, Bach begrijpen kan, die heeft er zelf niets van begrepen. Nog eens, ik loochen mijn culturele erfenis niet en het verwijderen van het kruis van de mijter van de Sint is natuurlijk grotesk, zoals Zwarte Piet zwart moet blijven en een negerzoen zo moet blijven heten.

Ook ik wens mijn Europa niet uit te leveren aan de Islam en zou het tolereren van de Sharia als een ongelooflijk affront en jammerlijke vergissing ervaren. Ook ik vind een burka een teken van extreme achterlijkheid maar hoofddoekjes storen me op geen enkele manier. Ik heb er ook geen moeite mee wanneer Islamitische tekenen en symbolen tot het dagelijkse beeld gaan behoren en daarmee onderdeel worden van een kosmopolitische Europese cultuur. Zolang er maar niet één religieuze overtuiging is die mij zou willen beletten met een seculiere moraal door het leven te gaan. En daar heb ik geen joods-christelijke erfenis voor nodig.

 

Enno Nuy

April 2010