Een van de kritikasters van bestuur en redactie van De Vrije Gedachte, Fred Neerhoff,  heeft onder de titel Naar een open vereniging een aantal stellingen inzake het vrijdenken gepubliceerd. Zie hiertoe http://xs4all.nl/~flneerh/publications/neerhoff_99.pdf. Een poging om op freethinker forum met hem in discussie te treden leed schipbreuk, het voorstel werd afgewezen. Toch zijn de door hem geformuleerde stellingen de moeite van het bespreken waard. En wij willen als redactie een bijdrage in deze discussie leveren. 

 Vrijdenken en de vrijheid van meningsuiting

De eerste stelling van Neerhoff luidt dat vrijdenken onverbrekelijk verbonden is met de vrijheid van meningsuiting. Hierover zijn we het natuurlijk heel snel eens zijn. Naar mijn mening is de vrijheid van meningsuiting absoluut en onbeperkt behoudens een eventuele rechterlijke toets achteraf. Wie zich gekrenkt of anderszins onheus bejegend voelt door de woorden van een ander, die wendt zich tot de rechter en beide partijen, de vrij sprekende en de gekwetste leggen zich neer bij de uitkomsten van de (hoogste) rechtsgang. Is het echt zo onredelijk dat we onze vrijheid van expressie achteraf laten toetsen? Lijden wij daaronder? Dat ik persoonlijk geen voorstander van het recht op beledigen ben, wil overigens niet zeggen dat ik de belediging zou willen verbieden, integendeel. Maar ik blijf de belediging wel als een zwaktebod beschouwen.

Er zijn er die menen dat er in ons land geen sprake is van een onbeperkte vrijheid van meningsuiting maar in de praktijk valt dat toch reuze mee. Op dinsdag 20 januari 2009 werd in de Tweede Kamer gestemd over een motie om artikel 147 inzake smalende godslastering uit het Wetboek van Strafrecht te schrappen. Deze motie van het lid Boris van der Ham (D66) werd aangenomen, met steun van PvdA, VVD, SP, PVV, Groen Links, PvdD en het lid Verdonk. Dit was de eerste keer sinds invoering van het wetsvoorstel in 1932 dat een meerderheid zich uitsprak over afschaffen.

En natuurlijk geeft het te denken dat Wilders zich moet verantwoorden voor de rechter maar dat zijn nu eenmaal de regels van het spel, de essentie van een vrije democratie. Ik zie het oordeel van de hoogste rechter met vertrouwen tegemoet: vrijspraak.

Voor sommigen is het gegeven dat wij niet alle aangeboden artikelen opnemen in ons maandblad een spijkerhard bewijs voor de stelling dat de redactie van De Vrijdenker censuur pleegt en dat er inderdaad geen absolute vrijheid van meningsuiting bestaat in ons land. Dat is echter te veel eer voor deze redactie. De paar stukken die wij niet in ons maandblad op wensten te nemen hebben we, omkleed met argumenten, op internet geplaatst met een verwijzing in ons maandblad naar de vindplaats. Dat kan men bezwaarlijk censuur noemen.

Vrijdenken = religiekritiek?

De tweede stelling van Neerhoff luidt dat religiekritiek een wezenskenmerk van het vrijdenken is. Ook daar kan ik me geheel in vinden ofschoon ik het begrip ‘religie’ hier liever vervangen zou zien door het begrip ‘dogmatisch denken‘. Dat is me wel op het verwijt komen te staan dat ik een voorstander van een gedachtenpolitie zou zijn en het primaat van religie niet zou onderkennen. Maar ook hier gaat het om de essentie van de parlementaire democratie. Vrijdenkers houden niet van religie en dus ook niet van confessionele partijen maar beide verschijnselen behoren nadrukkelijk tot de dagelijkse werkelijkheid en kunnen niet zomaar uit ons beeld weggeretoucheerd worden. Het uiten van religiekritiek betekent niet dat vrijdenkers religie willen verbieden en op dezelfde wijze is het bekritiseren van dogmatisch denken niet hetzelfde als dogmatisch denken willen verbieden.

Dat de vrijheid van meningsuiting dient te prevaleren boven godsdienstvrijheid, zoals Neerhoff in zijn derde stelling beweert, is wat mij betreft onnodig. De vrijheid van meningsuiting is immers absoluut en onbeperkt, dat geldt dus voor de gelovige en de ongelovige (en beiden zijn gehouden aan  de Grondwet waarin onder meer de scheiding van kerk en staat is vastgelegd). Problemen ontstaan pas wanneer mensen die met elkaar van mening verschillen naar wapens grijpen of menen dat zij met een beroep op hun god het recht zouden hebben andersdenkenden de mond te snoeren of de keel door te snijden.

Van scheiding van kerk en staat is sprake wanneer de kerkelijke macht en staatkundige macht niet in dezelfde handen zijn en zij geen beslissende invloed op elkaar uitoefenen. De scheiding van kerk en staat betekent dus niet de scheiding van religie en politiek, al is dat een gangbare misvatting. Wel is de consequentie ervan dat de Wet het hoogste gezag heeft en religie in feite (slechts) wordt getolereerd indien en voor zover religie of uitingen van religie niet in strijd zijn met de Wet. Dit blijkt bijvoorbeeld duidelijk uit het eerste lid van artikel 6 van de Nederlandse Grondwet: Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De godsdienstvrijheid is zodoende altijd beperkt. (bron Wikipedia).

Dat vrijdenken een sterker merk zou zijn dan alleen a-theïsme zoals Neerhoff in zijn vierde stelling beweert, is een wat vreemde formulering maar ik ben het geheel met hem eens dat vrijdenken zich verzet tegen dogmatisch denken en bovennatuurlijke verschijnselen. Er mogen zich fenomenen voordoen die langs wetenschappelijke of rationele weg niet meteen verklaard kunnen worden maar een vrijdenker zal nooit aanvaarden dat in zulke gevallen van bewijsabsentie de hand van een god kan worden gezien.

Vrijdenken en politiek

Met de stelling dat vrijdenkers binnen het politieke spectrum een onafhankelijke positie innemen, ben ik het niet eens. Vrijdenkers zijn net als andere mensen, sommigen hebben een politieke voorkeur, anderen weer niet. Het ligt niet voor de hand dat vrijdenkers zich aangetrokken voelen tot een van de confessionele partijen maar onmogelijk is het niet. Ook zijn er links en rechts wat schuchtere pogingen om een atheïstische politieke partij of beweging op te richten. Daarover wordt in vrijdenkerskringen heel verschillend gedacht. Persoonlijk vind ik het een onzinnige gedachte en zonde van de energie. Maar dat betekent natuurlijk niet dat het vrijdenken zich van de politiek af zou moeten keren, integendeel. Er zijn tal van mogelijkheden om politieke besluitvorming te beïnvloeden, bijvoorbeeld door deel te nemen aan of een rol te spelen in lobbygroepen, pressiegroepen, non gouvernementele organisaties, maatschappelijke bewegingen, media en zo voorts. Het voert te ver om daar in het bestek van dit artikel dieper op in te gaan.

Vrijdenken en humanisme

Over de volgende stelling van Neerhoff, dat humanisten meer dan vrijdenkers het belang van moraal beklemtonen, wil ik mij verder niet uitlaten. Ik heb mij nooit heel erg verdiept in het humanisme en heb met een zekere fascinatie gelezen wat John Gray over humanisten te berde brengt in zijn boek Strohonden. De kritiek van Gray op humanisten luidt dat zij de mening zouden zijn toegedaan dat de mens tot waarheid kan geraken door gebruik te maken van zijn kennis. Neerhoff stelt dat vrijdenkers bij proclamatie worden gelijkgeschakeld aan humanisten. In de beginselverklaring van De Vrije Gedachte wordt er immers op gewezen dat vrijdenken humanisme op a-theistische grondslag zou zijn. Ik ben het overigens geheel met hem eens, die directe en bijna vanzelfsprekende koppeling tussen humanisme en vrijdenken is niet juist. Dat de moraal daarmee voorrang krijgt boven de ratio vind ik echter een onzinnige bewering. Maar het lijkt me alleszins gerechtvaardigd om de beginselverklaring van onze vereniging met een zekere regelmaat tegen het licht te houden.

Politiek correct denken

De volgende stelling van Neerhoff luidt dat politieke correctheid de vijand van het vrije woord is. Ook hier zal ik hem niet tegenspreken. Politieke correctheid is zoveel als het verkondigen van een mening waarvan aangenomen wordt dat die samenvalt met het gedachtegoed binnen een bepaalde omgeving. Dit geeft al aan dat het begrip ‘politiek correct’ niets betekent. Politiek correct gedrag doet zich immers in elke geleding van de samenleving voor, het is in uiterste instantie een wat afgezwakte vorm van dogmatisch denken. En wat politiek correct is in omgeving A is politiek incorrect in omgeving B.

Maar er liggen wel adders onder het gras. Als men stelt dat islamkritiek in linkse kringen niet gewenst is, dan wordt iemand die geen islamkritiek bezigt al snel verdacht van politiek correct gedrag en wordt aangenomen dat hij (die geen islamkritiek bezigt) wel tot de linkse kerk zal behoren. Het relativeren van islamkritiek door derden wordt meteen beschouwd en uitgelegd als een vorm van politiek correct denken of (zelf)censuur en dat lijkt mij een onhoudbare stelling. 15 tot 20% van het electoraat deelt de islamkritiek van Wilders. Betekent dit dat alle anderen zich schuldig maken aan politiek correct denken? Neerhoff c.s. lijken te suggereren dat een echte vrijdenker zich bij die 15 tot 20% voegt. Ik noem dat dogmatisch denken met een omweg.

De heersende politieke elite zou zich bezondigen aan politiek correct denken, zo wordt gesteld. Tja, die elite is wel door het volk in het zadel geholpen, ook dit is de essentie van de parlementaire democratie. En onder tal van invloeden zien we de politieke verhoudingen in dit tijdsgewricht enorm verschuiven en de oude elites worden door nieuwe vervangen. Alles en iedereen heeft een houdbaarheidsdatum, die relativering lijkt mij op zijn plaats.

Selectieve religiekritiek

Religiekritiek dient zich ook te richten op de islam, het joodse geloof en het hindoeïsme en alle andere vormen van (bij)geloof. Voor vrijdenkers is dit een open deur. Ik kan mij niet heugen onder onze geledingen ooit iemand aangetroffen te hebben die God de Vader met meer skepsis zou benaderen dan Brahma, Jahweh of Allah. Wij erkennen dat het christelijk geloof de boventoon voert in de discussies en artikelen binnen de vrijdenkerij anno nu. Dat is niet zo heel erg vreemd, daar weten we nu eenmaal meer van af dan van andere geloven. Dat de islam wereldwijd een splijtzwam is in andersdenkende samenlevingen is een onontkoombare vaststelling. Ook wij zijn de mening toegedaan dat De Vrije Gedachte in dit opzicht meer aan de weg zou moeten timmeren. Men zou kunnen zeggen dat onze kritiek op het christelijk geloof mutatis mutandis onverkort geldt voor iedere andere religie inclusief de islam maar dat is een te gemakzuchtige houding die bovendien voorbij gaat aan de specifieke aard van de bedreiging die steeds grotere groepen uit de Europese samenlevingen ervaren aan de islam.

Het is ieders goed recht te menen dat de islam geen religie maar een politieke ideologie is. Niet ontkend kan worden dat er talloze voorbeelden zijn van landen en situaties waarin die beide begrippen volledig samenvallen en het moslimfundamentalisme vormt onmiskenbaar een van de grootste bedreigingen in het huidig tijdsgewricht. Naar mijn persoonlijke overtuiging is de parlementaire democratie echter sterk genoeg om onze Grondwet te verdedigen tegen elke vorm van fundamentalisme, theocratisch gedachtegoed en terreur. Zoals een christen het recht heeft de kerk te bezoeken om zijn godsdienst te belijden, zo heeft de moslim het recht de moskee te bezoeken om zijn godsdienst te belijden. Maar ook de moslim dient zich te houden aan de wetten en regels van de democratische rechtsstaat. Iedere vorm van kerkelijk recht of sharia is taboe in een parlementaire democratie en iedere poging om enige vorm van kerkelijk recht ingang te doen vinden in onze dagelijkse rechtspraktijk dient met alle beschikbare middelen bestreden te worden.

Passie

“Minder beginselen graag, en wat meer passie”, verzucht Bas Heijne in zijn artikel Wie populisme niet snapt, verliest het debat in de NRC van 6 september jl waarin hij terecht constateert dat concrete gevoelens van angst en bedreiging niet kunnen worden weg gerelativeerd met principes op een hoger abstractieniveau. Ik moet het dus niet over de rechtsstaat en het gelijkheidsbeginsel hebben maar heldere taal spreken. Nou vond ik zelf dat ik dat toch al wel deed maar Bas Heijne zal er ongetwijfeld niet tevreden over zijn geweest. Ik doe een serieuze poging:

beste mensen, laat je niet wijsmaken dat alles wat een baard, een soepjurk, een hoofddoekje of boerka draagt een potentiële terrorist is, laat je niet wijsmaken dat minaretten staan op gebouwen waar fundamentalisten terroristische aanslagen voorbereiden, laten we niet vergeten dat in het islamitisch, christelijk én joods geloof vrouwen gediscrimineerd worden en dat niet alleen moslims maar ook christenen en ook nog een heleboel andere niet-gelovigen de grootst mogelijke moeite met homo’s hebben, laten we eerlijk zijn en samen vaststellen dat het onzinnig en belachelijk is dat een huwelijk alleen toegestaan zou zijn tussen een man en een vrouw, laten we niet vergeten dat dit soort opvattingen allemaal bedacht is door strenge gelovigen – roomse rukkers zoals Youp ze noemt, maar zij niet alleen – die homo’s haten en afwijzen terwijl zij zich zelf wel vergrijpen aan kinderen, laten we niet vergeten dat die gelovigen in belangrijke mate verantwoordelijk zijn voor het klimaat waarin homo’s niet meer in het openbaar voor hun geaardheid uit kunnen komen, en ja, Antilliaanse jongeren lijken uit een machocultuur te komen waarin ze het kennelijk nogal eens normaal vinden om meningsverschillen met wapens te beslechten, en ja, Marokkaanse jongens zijn oververtegenwoordigd bij incidenten van homo- en Jodenhaat, o en vooral culturen waar meisjes en jongens besneden worden en helemaal culturen waar vrouwen om welke reden dan ook tot de dood worden gestenigd, ja dat zijn achterlijke culturen, en natuurlijk kunnen we niet aanvaarden dat vreemdelingen wel in onze samenleving willen verblijven maar niet bereid zijn zich aan onze wetten en regels te houden, niet bereid zijn onze taal te spreken, maar laat je niet bang maken door spookverhalen over tsunami’s van moslims, we zijn niet allemaal gelijk aan elkaar maar we hebben wel dezelfde rechten en ook dezelfde plichten, we moeten het samen rooien en wanneer we niets meer voor elkaar over hebben, wanneer we anderen alleen maar pruimen als ze zijn zoals wijzelf, zijn we dan niet een beetje erg zelfzuchtig bezig, en denkt u vooral niet dat er in Den Haag alleen zakkenvullers en baantjesjagers zitten en o ja, vergis u niet, als de oude elite eenmaal is vervangen door een nieuwe elite, zult u na verloop van tijd ook bij hen dezelfde gedragingen aantreffen die u nu zo storen bij de huidige politici, weet u, we zijn en blijven allemaal maar gewone mensen, ook al lijkt het er wel eens op dat we steeds minder geduld met elkaar hebben, steeds minder bereid zijn om met elkaar te praten over wat ons niet zint, wist u dat 50% van de burgemeesters en wethouders in ons land bedreigd wordt, zeg nu zelf dat is toch ongehoord, weet u, wij vrijdenkers vinden mensen die alles wat ze doen en laten omdat hun god hen dat voorschrijft maar rare mensen, alsof we zelf niet kunnen bedenken wat goed en wat slecht is, we kennen toch allemaal het gezegde “wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet” en voor u een verkeerd beeld van ons krijgt: nee, wij willen geloof niet verbieden, we houden er alleen niet van wanneer mensen die wel geloven hun manier van leven en denken aan ons en aan u op willen dringen en we moeten al helemaal niets hebben van mensen die ons en u naar het leven staan omdat wij hun geloof niet willen delen, en tegen hen die van ver komen en hier willen leven zeg ik: geloof wat u geloven wilt, wij zullen u geen strobreed in de weg leggen maar respecteer vrouwen en homo’s, vermink uw kinderen niet, spreek de taal die hier gesproken wordt en neem deel aan het publieke debat, laat eens nadrukkelijk van u horen om uw afschuw over terreur uit te spreken, aanvaard dat hier, in dit deel van de wereld iedereen mag geloven, denken en zeggen wat hij wil en omdat wij vrijdenkers zijn, geloven wij in die vrijheid van meningsuiting en zouden we willen dat mensen zich niet zo snel beledigd zouden voelen door wat een ander vindt, want op de keeper beschouwd is het toch een beetje raar wanneer we ons storen aan wat slechts de mening van een ander is, om wie het ook gaat, maar goed als we ons dan eens een keertje serieus beledigd voelen, dan grijpen we niet naar de wapens maar wenden we ons tot de rechter en we spreken met elkaar af dat we ons allemaal houden aan het oordeel van de rechter, die is bij ons tenminste onafhankelijk, laten we ophouden met om het hardst roepen dat de ander niet deugt, laten we ophouden met elkaar maar voortdurend de maat te nemen, we zijn allemaal maar gewone stervelingen en als we dood zijn, rotten onze stoffelijke resten allemaal even snel weg, als we dood zijn geven we wat we achter laten aan onze kinderen en kleinkinderen, wie iets geeft wil de ander blij maken, wie iets krijgt, hoopt op blijdschap.

 

Enno Nuy

September 2010