Zwier, Gerrit Jan – Op de Schotse toer

image_pdfDit artikel downloadenimage_printDit artikel uitprinten

Atlas Contact, 187 pagina’s

 

Sinds jaar en dag bereizen wij Groot Brittannië met een speciale liefde voor Schotland. Onlangs verscheen Op de Schotse toer van antropoloog en geoloog Gerrit Jan Zwier, tevens schrijver van vele reisboeken over met name de noordelijke archipel. In dit boek bereist de schrijver Schotland vanuit het perspectief van enkele bekende natuurromatici zoals Sir Walter Scott, Samuel Johnson en James Boswell, John Lister-Kaye en Gavin Maxwell.

Heerlijke lectuur ook al zou ik geen van deze auteurs nog eens lezen. Maar wanneer je op de wijze waarop Zwier dat doet hun levens en werk nog eens voorgeschoteld krijgt, ontstaat er een completer beeld van dat fascinerende land dat Schotland heet. Evenals in Schotse Marsen van Rory Stewart wijdt ook Zwier uit over de ruige en tamelijk gewelddadige clans die eeuwen lang dit robuuste land overheersten.

Hoe aangenaam het ook was dit boek – waarin Boudewijn Büch, van wie ik nog nooit iets las, geregeld figureert – te lezen, ik zou vermoedelijk meer plezier hebben beleefd aan een boek van de geoloog Zwier. Maar over wat zijn vakgebied over dit deel van de wereld te melden heeft komen we verder niets te weten. Wel was dit boek aanleiding om een paar nieuwe boeken over Schotland aan te schaffen, zoals Zeezicht van Adam Nicholson dat ik een paar jaar geleden al vergeefs trachtte te verwerven, Storm van Redmond O’Hanlon en Aan de rand van de zee van Jan van der Vegt.

Dit Op de Schotse toer is op zich een goed geschreven literair reisboek. Zwier beheerst zijn taal en schrijft behoorlijk proza. Toch is er iets wat me stoort en daar is moeilijk de vinger op te leggen. Dat Zwier geen verstand van whisky heeft wil ik hem niet euvel duiden maar het gevolg is wel dat hij over dit thema enkel wat obligate regels schrijft en dat kun je dan beter maar achterwege laten; iets meer nieuwsgierigheid zou hem gesierd hebben. Dat hij daarnaast geen liefhebber van Haggis is, valt hem evenmin te verwijten maar hij beschrijft dit gerecht als een uiterst smerig en onsmakelijk goedje en dat is onterecht. Je krijgt de indruk dat hij nooit de moeite nam om Haggis eens te proeven. Dat is toch het minste wat je kunt doen, zeker wanneer je het vervolgens telkens in je boek met een vies gezicht afserveert. Maar wat me het meeste steekt aan dit boek is dat Gerrit Jan Zwier geen al te aangenaam mens lijkt te zijn en dat wordt je met name gewaar in zijn omgang met anderen en vooral de manier waarop hij die omgang zelf beschrijft. Hij komt dan over als een zelfingenomen man met een behoorlijke mate aan botheid jegens de ander. Met name in het laatste hoofdstuk moet een reisgenote, tevens fotograaf het ontgelden. Ze kan niet blij zijn met dit boek. Hoe het ook zij, dit is geen aansporing om nog eens een boek van Zwier aan te schaffen maar ondertussen heb ik dit Op de Schotse toer wel met veel plezier en belangstelling gelezen.

 

 

Enno Nuy

Maart 2018

2018-11-26T14:55:53+00:00