Wereldbibliotheek, 227 pagina’s

 

Al mijn leven lang koester ik een grote voorliefde voor de schrijvers uit het Interbellum en Sándor Márai is wel een van de meest tot de verbeelding sprekende vertegenwoordigers uit dat tijdperk. De mij onbekende Ernö Zeltner schreef een korte biografische schets, mede aan de hand van tal van foto’s uit het leven van deze Hongaarse schrijver die in 1900 geboren werd en zich op 22 februari 1989 een kogel door het hoofd joeg nadat hij aan zijn beste vrienden van dat moment schreef: “Beste István en beste Irén, Ik schaam me, maar het gaat niet meer. De krachteloosheid verdwijnt niet; als het zo doorgaat, ben ik binnen de kortste keren op verzorging in het ziekenhuis aangewezen. Dat wil ik voorkomen. Bedankt voor de vriendschap. Pas goed op elkaar. Met de beste wensen denkt aan jullie…Sándor Márai”. Na de oorlog zag Márai zich genoodzaakt zijn geliefde vaderland te verlaten, in de nieuwe politieke werkelijkheid was voor hem geen plaats meer. Sindsdien leidde hij een rusteloos en zwervend bestaan van Zwitserland naar Italië, naar de Verenigde Staten en weer terug naar Italië en weer terug naar de Verenigde Staten.

Deze biografische schets is uiterst leesbaar ook al heeft de schrijver geen poging ondernomen tot diepgang, verklaring of duiding van het werk van deze prachtige schrijver. Het geeft allemaal niets, voor wie in Márai geïnteresseerd is, is deze schets onontbeerlijk. Het doet je alleen maar meer verlangen naar Land, land!… (dat al klaar ligt op de stapel ongelezen) en vooral naar Bekentenissen van een burger dat naar verluidt komend voorjaar in vertaling zal verschijnen. En ooit verschijnt er nog wel een vertaling van reeds in het Hongaars verschenen biografieën. Ik zal het allemaal verslinden, Márai immers is zo’n schrijver van wie en over wie je alles leest wat je in je handen krijgt.

 

Enno Nuy, december 2006