Uitgeverij De Geus, 412 pag.

“..als in de kunst het succes gegarandeerd is, dan wordt de kunst zelf het belangrijkst. L’art pour ‘art heet dat, geloof ik. Het succes wordt secundair. Maar bij het geld vermeerderen wordt het geld vermeerderen, ook als het uitgeven van geld oninteressant is geworden, geen l’art pour l’art, omdat het immers wordt vermeerderd en vermeerderd. Dat is het unieke, dus onvergelijkbare van geld. Kunst omwille van de kunst weet niet meer of het nog kunst of al waan is. Politiek omwille van de politiek zou asociaal zijn, cynisch, absurd of misdadig. Wetenschap omwille van de wetenschap zou inhumaan zijn. Geld vermeerderen omwille van het geld vermeerderen ontsnapt aan dat gevaar. Het produceert. Het produceert waarde. En dan is er geen filosofische discussie nodig over welke waarde dat is. Daar staat het getal voor. Het getal is de hoofdzaak. Het getal is de enige geldige uitdrukking van het geld. Het getal is de zin van geld. Het getal is het meest intellectuele wat de mensen hebben, het is boven elke willekeur verheven”.  En vervolgens legt de spreker uit dat geld opstrijken en uitgeven de meest triviale dimensie van geld is. Maar rente en rente over rente maken van getallen noten, van geld vermeerderen een muzikale gebeurtenis, dan beleven we religie.

Ach wat ben ik jaloers op een schrijver als Martin Walser die zijn hoofdpersoon dit soort gedachten kan laten uitspreken. Het citaat hierboven is uit Angstbloesem, de jongste roman van deze Duitse auteur, van wie ik lees wat ik in handen krijg. Prachtig schrijver! En hoe actueel is niet de hier aangehaalde passage. Over de psyche van de belegger, de belangrijkste speler in de kapitalistische financiële economie. Hoe ziet die economie er over tien jaar uit? Gaan we dan nog steeds short en naked short? Speculeren we dan nog steeds op de zwakte van een munt? Is Europa dan nog Europa? Europa?

Maar terug naar Walser die en passant een heerlijk leesboek schrijft over een milieu dat niet het mijne is maar wel mateloos boeit. Buitengewoon knap ook hoe geloofwaardig Walser de wereld van de belegger en die van de kunstverzamelaar weet te schilderen. Over de aantrekkingskracht van geld, over hoe macht corrumpeert. En over wat er overblijft van een man die het eindspel verliest en wie dan niets meer te binnenschiet dan lompe en zinloze seksuele fantasieën. Op dat moment waar ook de persoonlijke filosofie over het vermeerderen van geld niets meer te bieden heeft, hol en leeg is.

 

Enno Nuy, november 2011