Arbeiderspers, 283 pagina´s

 

Veel geprezen en veel beprijsd, deze roman van Peter Terrin. Niet eerder las ik een boek van hem en ik begon uiterst welwillend, ervan overtuigd een waar meesterwerk in handen te hebben, aan lezing van Post Mortem. En ´t is me niet meegevallen, deze fictieve constructie rond een in het echt voorgevallen drama: het herseninfarct van het vierjarige dochtertje van de schrijver. Dat werkelijk gebeurde verhaal wordt beschreven in het tweede deel van de roman en deze episode is ook het sterkste, het meest intense en vooral het meest overtuigende deel van de roman.

In het eerste deel wordt de schrijver Emiel Steegman geïntroduceerd, wiens dochtertje overkomt wat het dochtertje van Terrin in werkelijkheid overkwam. Er wordt melding gemaakt van twee boeken van deze Steegman, Moord en T, boeken die beide enorm succesvol blijken. In het laatste deel is de biograaf van de nog levende Steegman aan het woord. Die heeft de biograaf dan video-opnames van zijn revaliderend dochtertje toegezonden, waarbij niet duidelijk wordt of het kopieën zijn of de originele opnames. Inmiddels is Steegman ook in een controverse beland aangezien een lezeres, Sandra Volckaert, om het leven komt exact zoals beschreven is in zijn laatste roman, waar het slachtoffer Sandra V. heet. De afscheidsbrief van Sandra Volckaert bleek exact overeen te komen met de fictieve afscheidsbrief van Sandra V. De biograaf probeert vervolgens te beredeneren wat Steegman heeft bedoeld met het toesturen van de video-opnames en lijkt tot de slotsom te komen dat Steegman zo duidelijk wil maken dat zijn biografie niet geschreven wordt.

Het is niet mijn bedoeling het boek van Terrin geweld aan te doen, dat de man kan schrijven is helder. Maar de hierboven vermelde constructie is mij te geforceerd, het toeval van de beide Sandra’s te ongeloofwaardig, de relatie tussen de wederwaardigheden van het dochtertje en de rest van deze geschiedenis te bedacht. Ook personages die in het geheel niet relevant zijn voor het verhaal krijgen een naam en enkele beschrijvingen mee maar zij blijven vervolgens in het luchtledige achter. Ook worden herhaaldelijk voorvallen en anekdotes verteld waarvan bij eerste lezing in het geheel niet duidelijk is hoe ze in het verhaal passen, tot je je wat later realiseert dat de schrijver daar enkel associaties met beelden uit zijn verleden beschreef.

Nee, deze Post Mortem kon mij ondanks de uitbundige en lovende kritieken in het geheel niet boeien.

 

 

Enno Nuy, januari 2013