De Bezige Bij, 565 pagina´s

 

Een nieuwe roman van Allard Schröder, iets waar je naar uitkijkt. En zoals gewoonlijk stelt hij me niet teleur. Al aan het einde van de eerste pagina weet je: dit is geen boek waar ik aan moet wennen, hier gaat mij een verhaal verteld worden waarvan je voortdurend het vervolg wil weten, in goed Nederlands heet dat een page turner. Op de achterflap staat te lezen dat het hier een grootse, betoverende roman over een zoon op zoek naar zijn vader betreft. In het algemeen houd ik niet van zulke aanbevelingen van de uitgever. Of een roman groots en meeslepend is, bepaal ik het liefste zelf. Maar goed, in dit geval heeft de uitgever niets teveel gezegd.

De dode arm speelt zich af tussen 1945 en nu en beschrijft de wederwaardigheden van een man die opgroeit met een stiefvader en een moeder die hem afwijst om vervolgens het ouderlijk huis te verlaten vlak voor zijn eindexamen op de middelbare school. Dan volgt er een reeks aan gebeurtenissen en avonturen die weer aanleiding zijn voor verhalen binnen het verhaal. Nergens wordt het barok, laat staan ‘gothic’. Er gebeurt weliswaar bovengemiddeld veel in het leven van de hoofdpersoon maar de avonturen zijn en blijven geloofwaardig en historisch verantwoord. Een deel van het verhaal speelt zich af in de periferie van het Duitse naoorlogse terrorisme van extreem links. Ook die episode wordt verteld in een sfeer zoals die destijds heerste.

Behalve de hoofdpersoon figureren nog twee constanten in deze magistrale roman: een meisje dat nagenoeg blind is en altijd een driejarige zal blijven, ofschoon ook dat beeld geheel kantelt aan het einde van de roman en een mefisto-achtige figuur die misschien een minder goede hand van kiezen heeft dan je van een echte Mefisto zou verwachten en die over het merkwaardige vermogen beschikt om voortdurend, zij het veelal niet waargenomen, op de achtergrond als een nachtschaduw aanwezig te zijn.

Schröder beschikt over een geweldige taalbeheersing. Hij schrijft droog en toch poëtisch, hij hanteert eerder fraaie beelden dan woordvondsten, filmisch bijna. In handen van de juiste regisseur zou van dit boek een geweldige film gemaakt kunnen worden. En doorheen al deze geschiedenissen verhaalt Schröder van alle grote thema’s in een mensenleven en hij doet dat op een buitengewoon verrassende manier. Het is ook een roman over toeval. Zonder zich daarvan bewust te zijn, trekken bepaalde mensen zekere andere mensen aan en zo kan het gebeuren dat ook de personen die de hoofdpersoon ontmoet stuk voor stuk een veelbewogen leven hebben geleid of nog steeds leiden.  Maar het wordt nergens teveel.

Een grote rol is weggelegd voor een prachtige liefdesgeschiedenis in deze roman. Ook hier toont Schröder zich een meester in een ontroerende vertelling over de wijze waarop twee mensen aan elkaar verbonden raken. En al die tijd weet je dat het einde komen gaat. Op een onverwacht en toch logisch moment, zoals ook het vervolg van dit drama in zekere zin logisch is, allesbehalve vergezocht maar wel opmerkelijk, een logisch toeval als het ware.

Dit boek speelt zich af in de tijd, gedurende welke ook het leven van de schrijver zich voltrok, ook mijn leven overigens. Op een enkel moment betrap je Schröder op een zekere hang naar mystiek. Ik houd niet van mystiek, of misschien is het juister te spreken van ‘niet meer’. Maar deze mystiek, of moderne mythen zijn niet storend, er was immers een tijd dat ik er zelf door bedwelmd dreigde te raken. En zo komt alles voorbij: de verveling van de jaren vijftig, de illusies en dwaze dromen van de jaren zestig, de terreur van de jaren zeventig en de ontnuchtering die daar onvermijdelijk op volgt.

Iedere nadere toelichting op het verhaal zelf zou hier misplaatst zijn, daarvoor moet je nu juist deze roman lezen. Over de eerdere boeken van Allard Schröder was ik uiterst lovend en zeer enthousiast. Deze roman, De dode arm, is veruit zijn beste boek tot nog toe. U weet wat u te doen staat.

 

Enno Nuy

mei 2013