Rebanks, James – Het herdersleven

Hollands Diep, 285 pagina´s

 

Hoe komt het toch dat die Britten zo’n prachtige traditie van natuurboeken kennen? In de eerste plaats natuurlijk omdat traditie deze eilandbewoners in de genen zit. Maar ook – en James Rebanks schrijft daarover – omdat de Britten sinds eeuwen het land dat ze bewerkten hebben omheind om de overblijvende gronden te gebruiken als gemeenschappelijke weiden. En het is juist de combinatie van gemeenschappelijke gronden, de boeren die de rechten op het gebruik van die gemeenschappelijke gronden kochten en het vee dat ze daar hoedden, die zo kenmerkend is voor de Britse boerengemeenschap. De Brit lijkt sterker in zijn grond verankerd dan wij hier op het continent. En ze koesteren als vanzelfsprekend een groot respect en liefde voor de natuur en haar bewoners.

En in het kielzog van dat nationale natuurbewustzijn komen geregeld schrijvers en dichters tevoorschijn die op de meest inspirerende manier hun verhalen van en over die natuur vertellen. Zo hebben we kennis gemaakt met John A. Baker die een indrukwekkend boek over de slechtvalk schreef, Helen MacDonald die over de havik vertelde en Robert Macfarlane die werkelijk onvergetelijke boeken over de Britse natuur het licht liet zien. En daar is nu een schitterend boek aan toegevoegd: Het herdersleven van James Rebanks.

De laatste jaren bezochten wij geregeld het Lake District. Een landstreek in het graafschap Cumbria waar je jaren achtereen terug kunt keren zonder je er ooit te vervelen. In het Lake Ditsrict bevinden zich de hoogste bergen van Engeland en een groot aantal onvergetelijk mooie meren. Een streek van ongerepte natuur met rammen, ooien en lammeren als de natuurlijke bewoners. Wij komen er natuurlijk als toerist en laten ons informeren door Alfred Wainwright en in een dichterlijke bui slaan we er Wordsworth op na. Maar van dat boerenbestaan hebben we geen enkele notie. Het lijkt alsof de boeren die schapen loslaten op de fells en heuvelruggen en wat ze er verder mee doen? Wij weten het niet. James Rebanks is zo’n schaapsherder die ook nog een talent voor het schrijven over zijn herdersbestaan bleek te hebben. En dit werkelijk heerlijke boek is daarvan het resultaat.

Natuurlijk is het onzin te veronderstellen dat die schapen zich wel redden en het zonder toezicht wel alleen af kunnen maar tegelijkertijd heb je geen enkel idee van wat er komt kijken bij het houden van een kudde, zorgen dat die kwalitatief op peil blijft, het heroprichten van een kudde nadat de hele veestapel in de wijde omgeving is geruimd als gevolg van mond-en-klauwzeer, het verzorgen van de dieren in barre tijden, het begeleiden van het lammeren van de ooien, het trainen van de honden, het scheren van de schapen en de deelname aan veilingen en exhibities. En dat alles ook nog eens tegen een schamel inkomen. Nee, voor het geld word je geen schaapsherder. Dit is mijn leven, schrijft Rebanks, ik wil geen ander.

Rebanks schreef hierover een gedenkwaardig en zelfs ontroerend boek, hier en daar gelardeerd met hilarische anekdotes. Hij schrijft korte en helderen zinnen en blinkt niet direct uit in een specifieke stijl. Maar de woorden die hij kiest zijn trefzeker en zonder opsmuk. En wat vooral zo bijzonder is, hij beschrijft hoe zowel mens als dier zijn genen doorgeeft van generatie op generatie. De beste rammen worden bij de meest geschikte ooien gezet om succesvol nageslacht te kunnen produceren en zo de kudde in stand te houden en waar mogelijk nog beter in staat te stellen weerstand te bieden aan de soms barre weersomstandigheden op de fells. En op dezelfde wijze is de grootvader in de herdergemeenschap de centrale, bijna mythische figuur. Hij zal zijn land, bezittingen en kudde doorgeven aan zijn zoon maar heeft voordat het zover is zijn oog al laten vallen op zijn kleinzoon die de daaropvolgende generatie veilig moet stellen. En zo ontwikkelt zich ook het leven van James Rebanks die een grote liefde voor zijn grootvader koestert, een liefde die niet onder zal blijken  te doen voor die voor zijn vader, ook al heeft hij met de laatste vaak een haat-liefdeverhouding.

Het centrale thema van dit boek verwoordt Rebanks aldus: Dat het zien, begrijpen en respecteren van mensen in hun eigen landschap essentieel is voor het behoud van hun cultuur en hun manier van leven. Wat je niet ziet, daar geef je niet om. En dan bedenkt hij zich dat de toerist eigenlijk geen weet heeft van het leven van de autochtone streekbewoners, de herders maar desondanks van dat landschap kunnen houden. Als het ’s winters koud en guur is, zie je de toerist niet. Hun liefde is mooiweerliefde en natuurlijk kan ik dat als toerist niet ontkennen. Maar intussen heeft hij een prachtig boek geschreven waardoor ik me nu wel bewust ben geworden van het leven als schaapsherder in een van de mooiste landschappen van Engeland. Een volgend bezoek aan het Lake District zal anders zijn dan de voorgaande, met dank aan James Rebanks. Komend voorjaar is het alweer zover.

Ik hoop nog veel van hem te kunnen lezen. Tot die tijd zal ik zijn twitteraccount volgen, waar hij geregeld prachtige foto’s van het herdersleven in het Lake District toont: https://twitter.com/herdyshepherd1

 

 

Enno Nuy

juni 2016