Hoe de Noordzee ons vormde

De bezige bij, 430 pagina’s

 

De duistere middeleeuwen, zeg maar het tijdvak tussen 700 en 1700. Dat is de tijdspanne die de Schot Michael Pye in dit boek verkent. En in zijn inleiding schetst hij hoe weinig we eigenlijk precies weten van de Britse geschiedenis. Hoe betrouwbaar was bisschop Beda, de eerste die een poging deed de oorsprong van de Britten te beschrijven. Hoe het ook zij, Pye is in deze studie vooral geïnteresseerd in de volken rond de Noordzee zonder het belang van de Zuidelijker Europeanen ook maar in het minst te willen veronachtzamen.

In de Nederlanden waren het de Friezen die al snel handel dreven op basis van geld. Het waren de Friezen die het geld opnieuw uitvonden en het idee doorgaven aan de Franken onder Karel de Grote. De Friezen waren ook de eersten die vooral handel dreven voor eigen gebruik en daar hadden ze geld voor nodig, geen goud maar geld. Met geld kon je spullen kopen, goud had met macht te maken zoals belastinginning of het kopen van steun. Goud circuleerde niet, het werd opgepot. Maar zilveren munten waren een perfecte valuta voor de handel, begrepen en gelijkelijk gewaardeerd door koper en verkoper. Friesland wordt gezien als de geboorteplaats van het praktische geld.

In een prachtig hoofdstuk over de boekhandel maken we uitgebreid kennis met abt Beda van de tweelingkloosters Wearmouth en Jarow en leren we dat de Ieren als eersten spaties in teksten invoerden en interpunctie uitvonden, aldus Pye. Maar ik meen toch te weten dat ook de Grieken en Romeinen al interpunctie kenden en toepasten, in ieder geval plaatsten de Grieken al puntjes tussen de afzonderlijke woorden. Vreemd eigenlijk omdat een spatie zo simpel en logisch lijkt!

De Vikingen vinden aanleiding genoeg om erop uit te trekken, te roven, plunderen en handelen. Zelf bezaten ze nauwelijks kostbaarheden en ze hadden weinig voor landbouw geschikte gronden. Bovendien hadden ze geen vijandige buren, wel lange eenzame winters. Redenen genoeg om er steeds verder op uit te trekken. Ze kenden de rondingen van de oceanen en realiseerden zich eerder dan wie ook dat de aarde inderdaad rond was. Ze bezochten het land dat later bekend zou worden als Noord Amerika ver voordat de Spanjaarden en Portugezen de Inca’s en Azteken uitroeiden.

De Vikingen hielden zich ook nadrukkelijk met mensenhandel bezig. Slaven brachten veel geld op zo rond het jaar 800. Pye beschrijft enkele rituelen van de Vikingen die de verbeelding tarten en van een onvoorstelbare ruwheid en gruwel zijn.

Maar vergeet niet, de Vikingen roofden en plunderden maar dat deden de legers van Karel de Grote, die de Vikingen moesten verdrijven, ook. De Vikingen legden schattingen op, Karel de Grote ook.

In het verhaal over nederzettingen zijn we in het tragische Ierland aanbeland. De manier waarop de Vikingen in dit ogenschijnlijk verdoemde land huishielden is met geen pen te beschrijven. Desondanks ontstonden er toch kongsi’s tussen de Denen en de Ierse adel. Dit nog afgezien van het feit dat niet alleen de Vikingen moordden, roofden en plunderden. Er waren ook genoeg Ierse wilde jongemannen die zich daar schuldig aan maakten. En er waren genoeg Ierse koningen die zowel de Vikingen als de Ierse wildebrassen inzetten als huursoldaten. En soms zelfs bundelden de Vikingen en Ieren hun krachten.

Nederzettingen ontstonden aanvankelijk vooral rond kloosters en kerken. Kloosters namen overigens ook de wapenen tegen elkaar op. Langzamerhand ontstonden er steden, rond de negende eeuw was Dublin een heuse stad geworden. En toen de Noormannen in 866 Engeland binnenvielen en het kleine stadje Eoforwic binnenvielen, werd het omgedoopt tot Jorvik om later York genoemd te worden dat binnen een eeuw uitgroeide tot een bedrijvige en stinkende stad.

Prachtig, onnavolgbaar en ongekend avontuurlijk is het verhaal over Harald Hardrada rond het jaar 1066. Wij denken dan aan de slag bij Hastings, we hebben vroeger goed opgelet in de geschiedenisles en de belangrijkste jaartallen tot vervelens toe opgedreund. Maar dan komt Pye met een waanzinnig verhaal over Hardrada. Ik weet wel wat ik kiezen moet.

En evenzeer tot de verbeelding sprekend is de geschiedenis van IJsland, een nog jonge gemeenschap zonder steden. De IJslanders beginnen hun geschiedenis vast te leggen om aanspraken te kunnen onderbouwen en vastleggen. Voor het beschrijven van een enkele sage moesten vijftig tot honderd kalveren worden geslacht om van hun huid het voor de sage benodigde perkament te maken. Een kostbare aangelegenheid.

Lange tijd kende men godsgerichten en tweegevechten om geschillen te beslechten en het duurde tot begin dertiende eeuw alvorens er steeds meer juridische documenten en boeken verschenen waarop rechters een beroep konden doen om tot uitspraken te komen. Godsgerichten raakten steeds meer uit de gratie toen de kerk het standpunt innam dat God niet gedwongen kon worden te besluiten of partij te kiezen in in essentie triviale zaken. Valsheid in geschrifte deed zich steeds vaker voor en het waren vooral ook kerken en kloosters die zich daar gretig aan bezondigden.

Moesten aangeklaagden lange tijd verklaren dat ze onschuldig waren, vanaf zeker moment veranderde dat in die zin dat aangeklaagden moesten zweren de waarheid te zullen spreken. Kon een beklaagde zich vroeger aan strafvervolging onttrekken door genoeg getuigen op te trommelen die hem onschuldig verklaarden, nu diende een beklaagde een kritische bevraging te doorstaan.

Overigens, het Romeins recht was zeker wel bekend in de zuidelijke Europese gebieden maar niet in de steken rond de Noordzee.

Ook een interessant gegeven: vanaf 1100 werd overal aan de Noordzee aan waterbeheer gedaan. Het land rond de Zuiderzee werd bijvoorbeeld geheel bedijkt. Toen al waren de Hollanders befaamd om hun kennis van waterhuishouding. Turf was in die jaren van steeds meer toenemende industriële activiteit de belangrijkste brandstof, maar ook steeds moeilijker te delven. En tussen de elfde en de dertiende eeuw werd op zee gevangen vis overal in Europa geïntroduceerd. Eerst in die tijd kwamen er steeds meer grote, zeewaardige schepen beschikbaar.

Ernstige vervuiling van rivieren deed zich al vanaf de vijftiende eeuw voor.

De aanleg van wildparken en visvijvers gaf uitdrukking aan de overheersing van de natuur door de mens. En rond de twaalfde eeuw kreeg de mens steeds vaker de behoefte na te denken over wat men waarnam. Niet langer nam men genoegen met goddelijke inbreng als veroorzaker van talloze fenomenen. Steeds vaker ging men op zoek naar rationelere verklaringen, men ging meten en rekenen, de mens begon wetenschap te bedrijven.

Zoals Adelard van Bath (1080-1152) zei: “Kijk zorgvuldiger, bezie de omstandigheden en formuleer oorzaken, dan zullen de gevolgen je niet verbazen”. Daar was moed voor nodig want had niet Augustinus beweerd dat men het machtige werk van god met ontzag moest bezien, zonder te proberen erachter te komen hoe de wereld werkt? Een onzinnige poging om de mens ervan te weerhouden nieuwsgierig te zijn.

Niet dat god naar de achtergrond verdween, wetenschappers deden er verstandig aan niet te ver van god af te dwalen, mensen met al te moderne ideeën werden maar al te gemakkelijk van ketterij beschuldigd en dienovereenkomstig berecht en veroordeeld.

Die hang naar wetenschap zou niet hebben kunnen ontstaan als de middeleeuwse samenlevingen niet al veel langer kennis hadden gemaakt met geld als ruilmiddel. Geld betekende rekenen, betekende abstrahering en denken in formules.

Prachtig ook om te lezen over Robert Grosseteste (Robert met de grote kop) en Roger Bacon die driftig experimenteerden en afdoende talloze theorieën falsificeerden, ontkrachtten.

Deze studie van Pye is juist zo interessant omdat hij verhalen vertelt. Verhalen over de onderwerpen die hij behandelen wil zoals geld, huisvesting, vijanddenken, wetenschap, de pest, de stad enzovoort. En daarmee laat hij zien dat er op al die terreinen geen sprake was van eenduidige ontwikkelingen maar dat er altijd en overal sprake was van een enorme variëteit, een fikse bandbreedte waarbinnen zich al deze maatschappelijke fenomenen voordeden.

In dit buitengewoon interessant boek vertelt hij verhalen van rond de Noordzee. Nadeel daarvan is dat we weinig of niets te weten komen over de interacties tussen de Noordelijke en de Zuidelijke landen van Europa. Want ook op dat niveau moet er beslist sprake zijn geweest van beïnvloeding over en weer. Denk maar aan de Tachtigjarige Oorlog waar de Nederlanden zo nadrukkelijk mee werden geconfronteerd.

De schema’s uit de geschiedenislessen die ik vijftig jaar geleden volgde kunnen overboord. Toereikend voor het breder verband wellicht maar ontoereikend om een enigszins betrouwbaar beeld van de werkelijkheid in die voorbije eeuwen te verkrijgen. Verhalen dus, en ook prachtige en krachtige verhalen die recht doen aan individuele mensen En de geschiedenis. Want wat is de geschiedenis anders dan een boek vol verhalen?

Toch ging ik op den duur dat grotere verband wel missen. De door Pye vertelde verhalen spelen zich af tussen het jaar 700 en het jaar 1700 en dat is toch wel een enorm grote tijdspanne om daarbinnen geen enkele of nauwelijks enige tijdsaanduiding te hanteren. Het maakt nogal uit of iets zich voordeed in de negende of de zestiende eeuw en daar gaat Pye geheel aan voorbij. Maar dat neemt niet weg dat hij een prachtig en leerzaam boek schreef, dat zich gretig laat lezen.

Enno Nuy
Oktober 2022