Gentlemen (487 pagina’s), Gangsters (422 pagina’s), De Bezige Bij

Gentlemen van de Zweedse schrijver Klas Östergren verscheen in 1980. Het vervolg Gangsters verscheen in 2005. De Nederlandse vertaling van beide romans verscheen in één band in 2007. Ik schafte mij deze dubbelaar aan, begon te lezen en net toen ik me na een pagina of vijftig angstig afvroeg of ik deze 900 pagina’s wel tot mij wilde nemen, werd ik door het verhaal gegrepen en ben pas met lezen gestopt op pagina 422 van het tweede deel. Betekent dat dat Klas Östergren een goed schrijver is? Moet haast wel want zelfs een spannend verhaal wordt onverteerbaar wanneer slecht geschreven. En dit is een goed verhaal, buitengewoon spannend ook. Toch werd ik niet gegrepen door een specifieke taal van deze schrijver, sommige uitweidingen, met name in de tweede roman werden bij tijd en wijle te abstract, op het onnavolgbare af somtijds en dan duurt een pagina lang.

De lezers die destijds door de eerste roman werden getroffen, hebben wel heel erg lang op een vervolg moeten wachten. Niet dat deze eersteling met een cliff hanger eindigde, de roman kan als op zichzelf staand gelezen worden. Zodra je echter beide delen uit hebt kun je geen oordeel meer over enkel het eerste deel vellen. Toch heeft dit eerste deel mij het meest overtuigd, het beschrijft de Zweedse samenleving in de jaren zeventig van de vorige eeuw, uiterst herkenbaar voor allen die in die jaren de leeftijd van jongvolwassene hadden bereikt.

Hoe het ook zij, de karakters en hun achtergronden, in beide delen, worden zeer geloofwaardig neergezet. En het tijdsbeeld al evenzeer. Heel knap is hoe Östergren erin slaagt de verschillende persoonlijkheden die in een en dezelfde mens opgesloten kunnen zitten, te schilderen op een manier die geen enkele gefronste wenkbrauw oproept. En de vrouwelijke hoofdpersoon Maud wordt op een uiterst erotische wijze beschreven zonder ook maar één enkele fysieke beschrijving, zonder ook maar één enkele expliciete seksscène. En dezelfde waardering geldt de in deze romans beschreven intriges. Ze zijn talrijk en divers van karakter, er zijn soms samenlopen van omstandigheden maar nergens wordt de geloofwaardigheid geweld aangedaan.

Daar staat tegenover dat de schrijver er niet voor niets 25 jaar voor nodig had om met een vervolg te komen. En dan blijken de karakters uit het eerste deel plots toch anders gezien, anders beoordeeld te moeten worden. In termen van de beschreven intriges blijft dit geloofwaardig, daarover geen misverstand. Maar wanneer je na ruim 400 bladzijden aan de karakters bent gaan hechten stribbel je wat tegen wanneer je in het tweede deel met hun andere ik wordt geconfronteerd. Sterker nog, hele stukken uit het eerste deel moeten herschreven worden, zowel wat betreft de karakters, hun geschiedenissen en hun wederwaardigheden. Ik stel mij zo voor dat de schrijver verschillende versies van dit tweede deel heeft geschreven, het ligt niet voor de hand dat hij zich de vele wendingen reeds had voorgenomen ten tijde van de publicatie van het eerste deel, waarvan het open einde een vervolg mogelijk maakte maar niet reeds in het vooruitzicht stelde.

Sommige verhaallijnen uit het eerste deel worden niet meer opgepakt, het graven van een tunnel op weg naar een verborgen schat eindigt in het luchtledige met de verdwijning van Henry Morgan die we in het eerste deel als een bon vivant, als een baron van Münchhausen leren kennen. Ook feitelijke toedrachten worden ons onthouden ofschoon ik daar ook wel het aantrekkelijke van inzie: zo vertelt Östergren ons nimmer onder welke omstandigheden Henry Morgan verdween, of die Amerikaanse, die in het tweede deel heel eventjes weer ten tonele wordt gevoerd, plotseling verschijnt – in de verte weliswaar, maar toch – er iets mee te maken had; ook worden we niet gewaar wat er nu preciés met Henry Morgan is gebeurd, hoé hij te grazen is genomen en waar hij is, wat hij weet. En de schrijver laat ons helemaal in het ongewisse over zijn gevoelens wanneer Maud hem op haar sterfbed op het hart drukt: “Zorg goed voor je zoon” waar er gedurende het hele tweede deel sprake van is dat deze jongen door Henry Morgan werd verwekt. De enige passage waarbij ik toch de wenkbrauwen fronste.

Maar mee wil ik er hier niet over kwijt, het zou teveel van de plot verraden. Zoals gezegd, die Klas Östergren moet wel een goed schrijver zijn. Verhalen vertellen kan hij zeker.

 

Enno Nuy

Juni 2007