Uitgeverij van Oorschot, 178 pagina’s

 

De vorige roman van Kollaard, Uit het leven van een hond, vond ik goed geschreven, een lichtvoetig boek dat inderdaad niet lang beklijfde. Ik citeer nog een keer uit die vorige roman: “Want zie je, Mia, het is niet eten en drinken dat ons in leven houdt, maar levenslust, de morele overtuiging dat het de moeite waard is, dat er waarheid en schoonheid ligt in het leven zelf, altijd en overal, maar dat het aan ons is om dat op te zoeken, te delven, als gelukzoekers, in de beste betekenis van dat woord…”. Dat leek mij toch ook het centrale motto van de schrijver zelf. Ik meen dat ook terug te vinden in zijn nieuwste boek De kleuren van Anna.

Ook dit keer laat Kollaard zich zien als een uitstekend stilist waarvan de volgende voorbeelden mogen getuigen. “De generaties na ons behoren niet alleen de toekomst te hebben, maar ook het verleden” op pagina 25. En een pagina verder lezen we: “Zo gaat woede twee kanten op, als eb en vloed, in beweging gebracht door macht en onmacht”. Weer vier pagina’s verder: “Maar het geluid dat mij het meest had verontrust was de stilte van de stakkers die niet alleen alle hoop hadden opgegeven, maar ook geen schuilplaats meer vinden in hun herinneringen, die zelfs geen toegang meer hadden tot hun verbeelding, en die dus niets anders resteerde dan te zwijgen”. En op pagina 57: “Wat het motief voor die allereerste omzwervingen [van homo sapiens] was, is niet duidelijk, maar het zal binnen de gebruikelijke dynamiek hebben gelegen, een of andere wrijving tussen genoom en omgeving, gepaard aan het toeval van een ongebruikelijke droogte, meteorietinslag of een nieuw virus”.

De schrijver woont op het platteland ergens in Zweden en daar is zijn verhaal ook gesitueerd. Hij maakt kennis met een dorpsgenote, Anna, een intrigerende en sympathieke vrouw van begin 70 die haar leven op haar eigen manier invulde, haar keuzes maakte om er niet meer op terug te komen en die ook de consequenties van dat leven leerde te aanvaarden. Kollaard weet haar op een gevoelvolle en soms zelfs ontroerende manier te beschrijven ook al blijft hij kort van stof. Gelukkig maar, juist die weinige woorden weten, mits goed gekozen, te treffen. Dat lukt hem niet alleen bij de beschrijving van Anna maar ook als hij over haar vriend Ture of de Koerdische Zilan vertelt.

Het boek, de roman, krijgt het motto mee van K. Schippers: als je goed / om je heen kijkt / zie je dat alles / gekleurd is. De hoofdstukindeling wekt de indruk dat het een boek over de vier basiskleuren is, rood, geel, blauw en groen. Maar die kleuren bieden de schrijver vooral de mogelijkheid tot vrije associaties over diezelfde kleuren. Wat roepen ze bij ons op, waar moeten we aan denken, waar staan ze symbool voor. En op een ingenieuze maar toch vrijwel organische manier weet hij vervolgens het leven van de intrigerende Anna in zijn bespiegelingen te verweven. Die bespiegelingen brengen hem en ons bij het ontstaan van het leven, de rondzwervende homo sapiens, de pandemie, de afbrokkelende cohesie in de Verenigde Staten en nog tal van andere meer of minder actuele thema’s. Maar uiteindelijk is deze roman een hommage aan een autonome en eigenzinnige vrouw.

Kortom, een fraai boek dat bij mij langer beklijven zal dan de vorige roman. Een puntje van kritiek? De omslag doet me pijn aan de ogen: blauwe tekst op een rode achtergrond. Dat had mooier gekund.

 

Enno Nuy
December 2021