Arbeiderspers, 306 pagina’s

Sedert 1957 verbleef Kapuscinski, onder meer als correspondent van het Poolse persagentschap PAP, meer en minder regelmatig in Afrika. In Ebbenhout is een aantal reisimpressies van zijn hand verzameld. Zelf zegt hij hiervan: “dit is geen boek over Afrika, maar over een aantal mensen daar, mijn ontmoetingen met hen, de tijd die ik met hen doorbracht”. Die relativering mag misschien terecht zijn, aanmatiging lijkt niet een van zijn eigenschappen te zijn, in de tussentijd kom je wel heel veel over het Afrikaanse continent te weten.

Het is verontrustend om te lezen hoe Kapuscinski reeds begin jaren zestig van de vorige eeuw brandhaarden beschreef, die we ook heden ten dage nog steeds in de wereldpers tegenkomen. In dit boek vinden we in de afzonderlijke hoofdstukken tevens een beknopt overzicht van de ontstaansgeschiedenis van vele, nu nog actuele rampspoeden: Eritrea, Liberia, Sudan en Darfur, de Hutu’s en de Tutsi’s en zo voorts.

In werkelijkheid, zegt Kapuscinski, bestaat Afrika niet, het is alleen een geografische aanduiding. Ebbenhout is een verbijsterend boek dat je met een breed scala aan gevoelens achterlaat: mateloze bewondering voor de Afrikaan die zijn leven tracht te leiden in dit onbarmhartige continent; de aantrekkingskracht van het grote avontuur; de ontroering over de petit histoires (de man die het continent van het noorden naar het zuiden doorkruist, op zoek naar zijn broer, die zijn familie ooit eens verliet en in zuidelijke richting vertrok); de moedeloosheid als gevolg van de nimmer eindigende strijd op vrijwel ieder plekje van het continent.

En toch is Ebbenhout geen loodzwaar boek en dat is vooral een gevolg van wie de schrijver ervan is: Kapuscinski stelt zich niet op als de waarnemer die altijd aan de veilige kant van het systeem opereert maar neemt deel aan de gemeenschappen waarin hij verkeert, stelt zich bloot aan dezelfde ontberingen waaraan ook de autochtone bevolking onderhevig is en gaat, gedreven door een oprechte belangstelling en nieuwsgierigheid, risiko’s niet uit de weg. Ebbenhout is geen antropologische verhandeling, geen verslag van een journalist, het is het buitengemeen spannende en intrigerende relaas van een man die uitstekend kan schrijven, zich verbonden voelt met de Afrikaan, een man die zijn ogen open houdt en zijn, onze en de geschiedenis kent.

Een schitterend boek, kortom. Verplichte literatuur, lijkt me, voor iedereen die om welke reden dan ook, iets met het Afrikaanse continent van doen heeft.

 

Enno Nuy

Augustus 2006