John A. Baker – De slechtvalk

image_pdfDit artikel downloadenimage_printDit artikel uitprinten

John A. Baker – De slechtvalk

Atlas, 224 pagina´s

John A. Baker doorkruiste de bossen en velden van oktober tot april, de zomerbossen meed hij. Vanaf 1965 wijdde hij zich geheel aan de slechtvalk en schreef het gelijknamige boek, dat sindsdien wereldwijd wordt beschouwd als de referentie voor het natuurboek. En het is een
fascinerend boek geworden, enig in zijn soort. In de eerste bijna veertig bladzijden van het boek biedt Baker de lezer de belangrijkste wetenswaardigheden van de slechtvalk. Zoals het gegeven dat de slechtvalk andere vogels tijdens de vlucht kan vangen en doden, tijdens de vlucht snelheden van meer dan 90 km per uur bereikt en tijdens een aanval op zijn prooi zelfs meer dan 160 km. Op internet is sprake van slechtvalken die meer dan 350 km per uur halen en wordt de slechtvalk als het snelste dier op aarde beschreven.

De slechtvalk baadt zich dagelijks, bij voorkeur in stromend helder water om zich van luis en ander ongedierte te ontdoen. Ze kunnen vogels doden die twee maal zo zwaar zijn als zijzelf. De slechtvalk is een meester in het ‘bidden’, het doodstil in de lucht hangen alvorens een aanval, vaak van zeer grote hoogte wordt ingezet. Niet elke prooi wordt meteen geaasd, soms keert de slechtvalk pas na enkele uren terug om een gedode prooi te verorberen.

“Vlees van in de steek gelaten prooien voorziet mede in het levensonderhoud van vossen, ratten, hermelijnen, wezels, kraaien, torenvalken, meeuwen, zwervers en zigeuners”, aldus Baker. Een slechtvalk kan een onderscheid maken tussen een ongewapende man en een man met een geweer. De slechtvalk overmeestert zijn prooi meer door gebruik te maken van zwakheid van de prooi dan van eigen superieure kracht. Voor een vogel, aldus Baker, bestaan er maar twee soorten vogels: zijn eigen soort en gevaarlijke vogels, andere bestaan eenvoudig niet. De Laatste 180 bladzijden van dit prachtige boek bestaat uit dagboekaantekeningen waarin Baker ongelooflijk fraaie beschrijvingen van de natuur en dan met name de biotoop van de jagende slechtvalk, optekent. Ik ken geen ander voorbeeld van een schrijver die in staat is de natuur op zoveel verschillende beeldende manieren te schilderen. Het is een genot om te lezen. Nergens, maar dan ook nergens komt Baker zelf aan de orde, niets komen we te weten van zijn persoonlijke leven of gedachten. De enige gedachten die hij met ons deelt zijn gedachten aan de natuur en de slechtvalk. De lezer snelt met hem voort, door de bossen en moerassen, over het wad en de heuvelruggen en neemt waar door de ogen en de verrekijker van Baker wat hem in dichterlijke en bloemrijke taal wordt voorgeschoteld. En al doende komen we veel te weten over het dagelijkse leven van de slechtvalk. Fascinerend is dan ook het moment waarop Baker op slechts enkele meters afstand tegenover de slechtvalk komt te staan en minstens even spannend is de beschrijving van de ontmoeting met een bosuil.

Een enkele keer beschrijft Baker de invloed van de mens op fauna en flora. “Wij zijn moordenaars. Wij stinken naar de dood. Wij dragen die met ons mee. De dood hangt om ons heen als een kleed van rijp, wij kunnen het niet afrukken”. Is het vreemd dat alle dieren doodsbang zijn voor de mens, van wie hij niets goeds te verwachten heeft?

Een zeer opmerkelijk boek!

Enno Nuy
oktober 2014

2018-06-17T16:57:44+00:00