Arbeiderspers, 235 pagina’s

 

De Libris Literatuurprijs 2004 werd toegekend aan Arthur Japin voor deze roman. De loftuitingen waren niet van de lucht en alom werd vastgesteld dat Japin de terechte winnaar was. Ik zag de schrijver in enkele interviews die toen op mij een wat dandy-achtige en wel erg zelfverzekerde indruk maakte. Maar dat mogen geen criteria zijn aan de hand waarvan men een boek wel of niet leest. Bovendien leek het thema mij meer dan de moeite waard, waarna het boek fluks ter hand genomen werd. En terecht, zo bleek. Ik ga hier niet alle deugden van het boek opnieuw beschrijven, de binnenflap van het boek biedt daartoe reeds voldoende informatie en anders bezoeke men des schrijvers’ website.

Veeleer zou ik het willen hebben over enkele andere aspecten die nog niet beschreven werden, aspecten die tot vragen leidden, vraagtekens plaatsten. Het boek beschrijft de eerste grote liefde van Casanova en wel die voor de mooie Lucia. Door een ziekte, de pokken, wordt haar aangezicht dermate aangetast dat zij uit liefde voor Casanova besluit uit diens leven te verdwijnen. Alleen op die manier zou zij hem in staat kunnen stellen zijn ambities (en die waren niet gering) te realiseren. Met een getekende vrouw aan zijn zijde zou hoon en roemloosheid zijn loon zijn. Ongeveer 15 tot 20 jaar later ontmoeten zij elkaar weer, in Amsterdam en voor de tweede keer besluit Lucia Casanova in de gelegenheid te stellen definitief afscheid te nemen van zijn eertijds gedroomde, grote liefde. Het boek beschrijft deze geschiedenis, die in grote trekken op de werkelijkheid gebaseerd is, vanuit het perspectief van Lucia.. Japin heeft zich goed voorbereid en ingelezen. Zijn beschrijvingen van de samenlevingen in Venetië en Amsterdam uit de eerste helft van de achttiende eeuw komen geloofwaardig en goed gedocumenteerd over. Het verhaal is prachtig geschreven in de traditie van de grote avonturenromans. Schrijven kan die Japin, zoveel is zeker!

Er zijn evenwel twee zaken die de wenkbrauwen enigszins doen fronsen. Dat Lucia een leergierig meisje is zijn we reeds snel aan de weet gekomen maar dat een nog volkomen naturel levend wezen van amper 15 jaar, dat het landgoed waar ze als dochter van het hoofd van de huishouding woont nog nimmer verliet, in staat zou zijn om zich binnen één enkel seizoen de Franse taal eigen te maken, ja zelfs in staat zou zijn om de grote Franse denkers uit die tijd, waaronder Descartes – voorwaar niet de minste! – tot zich te nemen, zich zelfs eigen te maken, dat lijkt mij een wat al te grootse prestatie, hoe goed haar leermeester uit die dagen ook geweest moge zijn. Maar laten we dit beschouwen als dichterlijke vrijheid, een euvel mag het niet genoemd worden.

Wanneer Lucia Casanova zoveel jaar later in Amsterdam weer tegen het lijf loopt, begrijpt zij al snel dat ze ondanks zijn alias of pseudoniem, met Casanova van doen heeft. Hij herkent haar niet want zij gaat gesluierd. Zij herkent hem evenwel niet aan diens uiterlijk maar aan zijn verhalen, in een waarvan zij zelf de hoofdrol speelt. Het is toch merkwaardig dat zij hem niet onmiddellijk aan zijn uiterlijk herkent, maar soit, dat kan soms zo zijn. In het verhaal met deze prachtige titel bedrijven Casanova en Lucia dan toch ongeveer een week lang de liefde waarbij Lucia van begin tot einde gesluierd blijft. Los van het feit dat ik het buitengewoon knap vind dat een vrouw in staat zou zijn om in uiterst zinderende liefdesbetuigingen haar voile nooit eens kwijt te raken, acht ik het nog merkwaardiger dat haar amant kennelijk nimmer de aandrang heeft haar gezicht te willen zien. Psychologisch gezien beschouw ik dit als een salto mortale en ik kan me er niets bij voorstellen.

Ten langen leste besluit Lucia Casanova kennis te laten maken met de lang verbeide Lucia en haar gehavend gezicht. Zij vertelt Casanova dat zij zijn Lucia kent en dat hij haar kan ontmoeten in een van de louche Amsterdamse café’s waar zij haar lichaam verkoopt. Casanova  bezoekt de hem aangeduide gelegenheid en heeft een kort onderhoud met Lucia. Hij herkent geen enkele gelijkenis met de vrouw die hij een week lang het hof maakte en vindt zijn Lucia weerzinwekkend. Hun wegen scheiden zich weer van elkaar, dit keer voorgoed. Ook de gesluierde Lucia verdwijnt voorgoed uit zijn leven.

Maar nu komt de crux en deze kwestie is veel principiëler van aard, of liever gezegd, het betreft hier een morele kwestie.: Casanova denkt dat zijn Lucia hem destijds voor een boerenkinkel verlaten heeft en haar gehavend gezicht heeft opgelopen als gevolg van haar levenswijze en de daaruit voortvloeiende venerische ziekten. Maar hoe zou hij hebben gereageerd wanneer Lucia hem zoniet in eerste instantie, dan toch zeker in het jaar 1758 te Amsterdam de ware toedracht zou hebben verteld? Zou hij haar dan nog steeds weerzinwekkend hebben gevonden? Wij weten het niet en zullen het nooit weten ook. Lucia geeft voor uit liefde te handelen maar ze berooft haar grote liefde van zijn droom, van zijn grote liefde door hem iets op de mouw te spelden. Haar besluit om hem vanwege haar pokken te verlaten was duidelijk door liefde ingegeven. Dat zij hem toen de waarheid niet vertelde is verdedigbaar, zeker vanuit het perspectief van de Venetiaanse samenleving in die dagen. Maar zoveel jaar na dato in Amsterdam, had zij ervoor kunnen kiezen hem de waarheid te tonen. Zij overweegt dat wel maar verwerpt die mogelijkheid meteen door niets anders dan vooringenomenheid: wederom besluit zij de reactie van Casanova niet af te wachten maar vult zij vooraf reeds in hoe hij zál reageren en aangezien hij volgens haar zal reageren op een manier die haar niet bevalt, wijst zij deze mogelijkheid van ultieme waarheid af. Dat bevreemdt en het plaatst vraagtekens bij haar grote liefde. Hier zu Hause heeft met name dit aspect tot vele discussies geleid, we komen er niet uit maar zijn eensgezind in ons oordeel: dat had Lucia toch anders moeten doen.

Uit het nawoord van de schrijver weten wij welke bronnen hij heeft geraadpleegd. Casanova beschrijft in zijn mémoires zijn tweede ontmoeting met Lucia en gebruikt dan inderdaad het woord weerzinwekkend. Wat we niet weten is hoe hij haar die tweede keer heeft gevonden. Geschiedde zulks daadwerkelijk aan de hand van een briefje van een gesluierde vrouw? We moeten hier niet te licht over denken: met name die eerste bittere ervaring met Lucia bleek voor Casanova de aanzet tot diens latere leven. Men kan stellen dat we Lucia dankbaar moeten zijn dat zij de waarheid besluierde want anders hadden we het zonder de gedenkwaardige mémoires van Casanova moeten stellen, hadden we niet diens naam aan een fenomeen uit alle tijden kunnen verbinden. Dat moge allemaal zo zijn maar het neemt niet weg dat binnen het raam van deze roman de handelswijze van Lucia bekritiseerd moet worden.

Anders gezegd, Japin heeft deze inconsistentie in het gedrag van Lucia nodig om zijn verhaal te kunnen doen. Hij bewijst er haar evenwel geen dienst mee. En ofschoon ik in laatste instantie juist dit gegeven als een zwakte in de roman beschouw, blijf ik van mening dat “ En schitterend gebrek” een prachtig en krachtig geschreven roman is.

 

Enno Nuy – Augustus 2004